Hebben lateralisatieoefeningen nut? "Handvoorkeur is al vastgelegd in de baarmoeder"

Papegaaitje leef je nog en Twister zijn populaire oefeningen om de linker- en rechterhersenhelft van kleuters te stimuleren. Maar bevorderen deze zogeheten lateralisatieoefeningen echt de ontwikkeling van het kleuterbrein? En hebben ze effect op handvoorkeur? Samen met kennismakelaar Sjerp van der Ploeg zocht antwoordspecialist Jiska Peper, hersenwetenschapper en ontwikkelingspsycholoog, in de wetenschappelijke literatuur naar antwoorden.

Interview Jiska Peper

Jiska Peper

Kwalijk vind ik dat er commerciële bedrijfjes zijn die geld verdienen aan het aanbieden van trainingen die dus bewezen geen effect hebben. Leerkrachten en ouders kunnen hun tijd en geld echt beter besteden!

Jiska Peper, antwoordspecialist

Januari 2024

Lateralisatie is de fase in de ontwikkeling van de hersenen, zo tussen de vijf en negen jaar, en de motoriek van een kind. Daarbij krijgen de linker- of rechterhersenhelft zijn dominantie of specialisatie. Wanneer in het onderwijs gesproken wordt over lateralisatie, gaat het veelal over handvoorkeur: voert een leerling motorische taken, zoals schrijven en knippen, met de rechter- of met de linkerhand uit?

Vanwaar je interesse voor de vraag of lateralisatieoefeningen effect hebben op de ontwikkeling van handvoorkeur en taal- en schrijfvaardigheid bij kleuters?

“Al meer dan vijftien jaar houd ik me bezig met hersenonderzoek en hersenontwikkeling, vooral bij kinderen, tieners en jongvolwassenen. Dat is mijn grote passie. Recent heb ik de deeltijd-pabo gedaan en gewerkt als leerkrachtondersteuner. Het geeft mij extra energie om ook uit eigen ervaring een brug te kunnen slaan tussen wetenschap en praktijk.

In 2017 heb ik Science2share opgericht om wetenschappelijke kennis op het gebied van hersenen, gedrag en psychologische processen in kinderen en jongeren te delen met een breed publiek. Een missie die overeenkomt met de missie van de Kennisrotonde: kennis uit wetenschap toegankelijk maken voor professionals in het onderwijs. Met veel plezier en enthousiasme heb ik me dan ook als antwoordspecialist verbonden aan de Kennisrotonde.”

Wat is volgens jou de relevantie van het antwoord voor de onderwijspraktijk?

“De belangrijkste uitkomst is dat lateralisatieoefeningen voor de ontwikkeling van handvoorkeur geen effect hebben. Sterker: handvoorkeur is al vastgelegd in de baarmoeder. De foetus duimt rechts of links en die voorkeur verandert niet meer.

Veel leerkrachten veronderstellen dat bepaalde oefeningen voor de ontwikkeling van handvoorkeur goed zijn voor leerlingen. Die veronderstelling is dus achterhaald. Dat sommige leerkrachten blijven hangen in oude modellen is begrijpelijk hoor, maar handvoorkeur ligt vast en kun je niet beïnvloeden. Daarnaast geeft een aantal leerkrachten aan dat leerlingen de oefeningen leuk vinden en het hun welzijn goed doet. Daar is natuurlijk niets mis mee, als je de oefeningen ziet als een energizer.

Kwalijk vind ik dat er commerciële bedrijfjes zijn die geld verdienen aan het aanbieden van trainingen die dus bewezen geen effect hebben. Leerkrachten en ouders kunnen hun tijd en geld echt beter besteden!”

Zijn er nog meer resultaten te melden?

“Een andere uitkomst is dat het eventueel ontbreken van een duidelijke handvoorkeur geen verband houdt met lees -of schrijfproblemen. De ontwikkeling van het schrijfproces en van een duidelijk en leesbaar handschrift vragen andere oefeningen dan training in lateralisatie.”

Heb je het antwoord ook zelf gedeeld?

“Jazeker! Ik heb op LinkedIn een korte samenvatting geplaatst, zodat de bevindingen een bredere verspreiding krijgen. Een groter bereik is belangrijk, omdat de kennis niet alleen voor het onderwijs van wezenlijk belang is. Anderen die met jonge kinderen werken, zoals fysiotherapeuten, ergotherapeuten en neurologen kunnen er in de begeleiding eveneens hun voordeel mee doen.”


Hier vind je het uitgebreide antwoord op deze onderzoeksvraag