De afwezigheid van een duidelijke handvoorkeur bij leerlingen van zes en zeven jaar hangt niet samen met taalproblemen of geletterdheid. Lateralisatie van de hersenen – verschillen in specialisatie van beide hersenhelften – is een complex en overwegend genetisch bepaald proces, dat zich grotendeels los van handvoorkeur ontwikkelt. Er is geen bewijs dat lateralisatieoefeningen bijdragen aan het versterken van de handvoorkeur of aan het lateraliseren van de hersenen.
Taken die sterk lijken op de trainingstaken worden doorgaans beter uitgevoerd na de training. Hoe meer de taken op elkaar lijken, hoe groter het effect is. Werkgeheugentrainingen hebben weinig tot geen effect op andere soorten taken; leerprestaties verbeteren niet. Taal- en rekenvaardigheden nemen niet toe, en intelligentie en aandachtspanne evenmin. Deze uitkomsten gelden voor alle groepen die gebruikmaken van werkgeheugentrainingen en dus ook voor leerlingen met een beperkt(er) werkgeheugen.