Welke kenmerken van flipping the classroom in het vmbo dragen bij aan de motivatie van leerlingen?

Flipping the classroom kan zorgen voor meer gemotiveerde leerlingen doordat deze lesvorm meer interacties in de klas tussen leerlingen en docent met zich meebrengt. Voorwaarde is wel dat leerlingen zich online goed voorbereiden op de les en metacognitieve vaardigheden (zoals plannen) beheersen. Omdat vmbo’ers daar vaak meer moeite mee hebben dan havo- of vwo-leerlingen is het belangrijk om daar rekening mee te houden.

Gepubliceerd:

online leren

Flipping the classroom is een manier om onderwijs in een mix van fysiek en online aan te bieden. Voorafgaand aan de fysieke les bestuderen leerlingen in een online leeromgeving instructie of kennisclips, waarna er in de fysieke les met de docent ruimte is voor een gezamenlijke verwerking van de lesstof.

Positief effect op leerresultaten

Vergeleken met traditioneel onderwijs blijkt flipping the classroom bij te dragen aan een hogere efficiëntie, doordat de gezamenlijke onderwijstijd optimaal wordt benut. Vaak behalen leerlingen hogere leerresultaten, waarschijnlijk omdat hun kritische denkvaardigheden beter ontwikkeld zijn door die andere manier van kennisverwerking en kennistoepassing.

Wisselende resultaten voor motivatie

Het effect van flipping de classroom op de motivatie blijkt nogal te wisselen. Soms wordt er een positief effect gevonden op motivatie, soms geen effect en een enkele keer een negatief effect. Dat komt waarschijnlijk doordat het onderzoek naar deze onderwijsvorm redelijk nieuw is en er onduidelijkheid is over de meest effectieve combinatie van fysieke en online leeractiviteiten.

Motivatie kan groeien door meer interactie

Uit een kleinschalige studie blijkt dat bepaalde elementen van flipping the classroom kunnen bijdragen aan de motivatie van leerlingen. Met name de toename in interacties, zoals discussies, feedback van de docent en samenwerkingsopdrachten hebben daar een positieve invloed op.

Succesfactor: beheersing metacognitieve vaardigheden

Het succes van flipping the classroom is afhankelijk van het voorbereidende werk dat leerlingen buiten de klas (online) doen. Meestal gaat het om kijken naar online kennisclips en instructievideo’s. Om dit goed te kunnen doen moeten leerlingen metacognitieve vaardigheden beheersen, zoals plannen, controleren of je leerstof beheerst en beoordelen van het eigen leerproces. Leerlingen in het vmbo zijn over het algemeen minder in staat om deze vaardigheden in te zetten dan leeftijdsgenoten in havo en vwo. Belangrijk dus voor docenten om daar rekening mee te houden.

Technologische en pedagogische voorwaarden

Een andere succesfactor ligt in de technologische en pedagogische omstandigheden. Leerlingen moeten bijvoorbeeld toegang hebben tot het online materiaal en beschikken over devices, software en internet van hoge kwaliteit. Video’s moeten van hoge kwaliteit zijn en liefst via een gebruiksvriendelijk online platform te zien zijn.

Wat betreft de pedagogiek is het van belang dat de docent voorafgaand aan het werk een duidelijke instructie geeft over de manier waarop leerlingen kunnen leren met video’s. Ook is het belangrijk om duidelijk te maken hoe de nieuwe kennis samenhangt met de al opgedane kennis.

Tijdens het voorbereidend werk kunnen de leerlingen testen of ze de inhoud van de video begrijpen en moeten ze de mogelijkheid hebben om vragen te stellen aan de docent en hun klasgenoten. Ook moeten leerlingen met korte opdrachten kunnen laten zien dat ze het voorwerk hebben gedaan.

Overigens blijkt het belangrijk te zijn dat video’s niet alleen via beeld en audio kennis tonen, maar ook via tekst. Samenwerking tussen leerlingen, zowel fysiek als online, speelt ook een rol bij het succes van de les.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Carolien van Rens (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Meer eigenaarschap van het eigen leerproces en/of zelfregulatie leidt bij leerlingen in het voortgezet niet automatisch tot betere leerprestaties. Dat werkt alleen indien die leerlingen de bijbehorende metacognitieve leerstrategieën aangeleerd krijgen. Leerlingen van lager opgeleide ouders beschikken gemiddeld genomen minder over deze vaardigheden. Ze hebben waarschijnlijk ook meer moeite deze vaardigheden aan te leren.

    Lees meer