Heeft recreatief middelengebruik een negatief effect op het welzijn van studenten in het hoger onderwijs?

Een verhoogd gebruik van cannabis, pepmiddelen en medicatie zonder doktersrecept, hangt licht samen met psychische klachten als somberheid en angst, en met concentratie- en slaapproblemen. Of middelengebruik onder studenten in het hoger onderwijs een direct negatief effect heeft op hun welzijn is niet te zeggen. Er kan ook sprake zijn van een verband in tegengestelde richting: studenten met psychische klachten en minder zelfvertrouwen hebben een hoger risico op middelengebruik.

Gepubliceerd:

Middelengebruik

Studenten in het hoger onderwijs gebruiken vaker cannabis, xtc en middelen zonder doktersrecept zoals ADHD-medicatie, dan niet-studerende leeftijdgenoten.

Mentaal welzijn: veerkracht en positiviteit

Bij mentaal welzijn gaat het om veerkracht, positieve gevoelens ervaren (zoals zich gelukkig voelen) en overtuigingen (vinden dat het leven zin of richting heeft). Verder zijn goede relaties met studiegenoten en docenten belangrijk voor het welzijn van studenten. Net als tevredenheid met zichzelf en met de eigen leerervaringen. Ook beïnvloedt de afwezigheid van psychische klachten, zoals stress, angst en depressie, de mate van welzijn. De afgelopen jaren zijn psychische klachten, zoals somberheid en angst, onder jongeren en specifiek onder studenten toegenomen.

Kleine samenhang tussen middelengebruik en welzijn

Uit verschillende studies onder studenten en jongvolwassenen komt naar voren dat frequent cannabisgebruik een kleine samenhang heeft met meer ervaren stress, prestatiedruk, slaapproblemen, emotionele uitputtingsklachten en eenzaamheid. Het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen hangt daarnaast licht samen met psychische aandoeningen zoals depressie en concentratiestoornissen. Of de middelen de aandoeningen beïnvloeden of andersom is niet bekend.

Oneigenlijk gebruik van concentratie-verhogende middelen houdt verband met angst en slaapproblemen. En studenten met een belemmerende psychische aandoening zoals een depressie, angst- of eetstoornis maken meer gebruik van dit soort middelen dan studenten zonder belemmerende psychische aandoening. Studenten die veel stress, prestatiedruk en/of slaapproblemen ervaren, geven vaker aan oneigenlijk gebruik te maken van bijvoorbeeld ADHD-medicatie dan andere studenten.

Causaal verband tussen gebruik en welzijn ontbreekt

Hoewel er een bescheiden samenhang is tussen recreatief middelengebruik en mentaal welzijn onder studenten, tonen de bevindingen geen causaal verband aan. Het is niet bekend of meer middelengebruik meer psychische klachten of een lager mentaal welbevinden veroorzaakt.

De motieven voor middelengebruik duiden mogelijk ook op een tegengestelde richting van het verband tussen recreatief middelengebruik en mentaal welzijn: studenten met psychische klachten hebben een hoger risico op middelengebruik.

Studenten hebben verschillende motieven voor recreatief middelengebruik

Studenten hebben verschillende motieven om drugs te gebruiken. Voor xtc en lachgas geven ze vooral een sociaal motief aan: genieten van een feestje en je ‘losser’ voelen. Cannabis gebruiken lijkt vooral een copingstrategie om beter om te kunnen gaan met prestatiedruk. Een ander motief voor cannabisgebruik is beter kunnen slapen. Daarnaast blijken beter om kunnen gaan met stress en angst, en zich minder eenzaam voelen motieven om respectievelijk cannabis en xtc te gebruiken.

In een competitieve en selectieve omgeving zoals de universiteit gebruiken studenten concentratie-verhogende middelen vooral om aandacht, geheugen en concentratie te verbeteren. Allemaal ter verhoging van studieprestaties. Concentratie-verhogende middelen gebruiken studenten soms ook in combinatie met xtc om behalve betere cognitie meer zelfvertrouwen en controle te ervaren, en om beter met druk om te kunnen gaan.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Jiska Peper (antwoordspecialist) en Marianne Hooijsma (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Docent-studentrelaties hangen samen met de sense-of-belonging van studenten. Belangrijk voor de kwaliteit van de relatie is dat docenten en studenten elkaar persoonlijk kennen en vertrouwen, en dat er sprake is van oprechte communicatie. Andere kwaliteitsaspecten zijn ondersteuning van het leerproces van studenten, en respect en gelijkwaardigheid. Veel interventies die de sense-of-belonging bevorderen, kunnen docenten op les- of individueel niveau toepassen en zijn daarom geschikt in de context van flexibilisering.

    Lees meer

    Sense-of-belonging gaat over een gevoel van verbondenheid en erbij horen. Voor studenten draagt het bij aan hun studiesucces en welzijn. Ook voor docenten is het belangrijk om zich op hun plek te voelen op hun werk. Wat de directe invloed is van de sense-of-belonging van docenten op die van studenten is niet bekend. Wel kunnen docenten de sense-of-belonging van studenten bevorderen door interactie met en tussen studenten te stimuleren.

    Lees meer