Scholen spelen een belangrijke rol in zowel de cognitieve als sociaal emotionele ontwikkeling. Een goede ontwikkeling van sociaal emotionele competenties is gerelateerd aan welbevinden en hogere leerprestaties. Ontwikkelingsprogramma’s gericht op sociaal emotioneel leren (SEL) blijken effect te hebben op de sociaal emotionele vaardigheden van leerlingen en op de leerprestaties.
Leerlingen die zwak presteren op bepaalde taken, laten vaak ook slechte metacognitieve vaardigheden zien. Ze hebben bijvoorbeeld moeite om op hun presteren te reflecteren of het nut van reflectie in te zien. Opdrachten waarbij de verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces geleidelijk wordt overgeheveld van leraar naar leerling kunnen helpen om leerlingen te leren reflecteren.
Leraren werken binnen formele kaders en richtlijnen en dat beïnvloedt hun professioneel oordelen en handelen. Inhoud en werkwijze in het onderwijs liggen voor een groot deel vast omdat er zowel voor po, vo als mbo eindtoetsen en eindexamens worden afgenomen. Leraren lijken hun professioneel handelen in de praktijk desondanks vaker te laten sturen door hun eigen opvattingen over goed onderwijs. Ze kijken daarbij – naar eigen zeggen – veel meer naar de leerling dan naar de leerstof.
Leraren die over ict-, differentiatie- en coachvaardigheden beschikken, zetten deze vaardigheden niet automatisch in tijdens de les. Onderwijs gericht op gepersonaliseerd leren van leerlingen heeft meer nodig. Zo spelen visie en opvattingen over goed en doelmatig onderwijs een rol. Van belang zijn ook deskundigheden van anderen in de school, materiële randvoorwaarden en de innovatiestrategie. Veel scholen streven naar gepersonaliseerd leren met ict, om daarmee tegemoet te komen aan individuele verschillen tussen leerlingen. Door gebruik te maken van ict en andere technologieën zou het voor leraren gemakkelijker worden om differentiatie en maatwerk in de klas te leveren. Bij het vormgeven van dergelijke gepersonaliseerde leersituaties wordt een beroep gedaan op vermogens als ict-, differentiatie- en coachvaardigheden. Effecten van dergelijke vormen van gepersonaliseerd leren zijn veelbelovend.
Geactualiseerd: 18 juli 2024
In het kwartiertjesrooster staat welke niveaugroep wanneer een kwartier instructie krijgt. Verwerking hoeft niet direct na de instructie plaats te vinden. Er is geen directe relatie tussen werken met het kwartiertjesrooster en taakgerichtheid van leerlingen. In het algemeen kan meer autonomie indirect bijdragen aan de verhoging van de taakgerichtheid bij leerlingen. Er moet daarbij wel rekening worden gehouden met andere factoren, zoals de leeftijd en ontwikkeling van de leerling.
Hoewel het leerstofjaarklassensysteem dominant is in het Nederlandse onderwijs, zijn er al sinds lange tijd alternatieven. Bekende voorbeelden zijn montessori- en jenaplanscholen, waar kinderen van verschillende leeftijden in één klas zetten. Er is echter geen overtuigend verschil tussen deze typen scholen en scholen met leerstofjaarklassen. Om leerlingen onderwijs op maat te bieden, kan ook binnen de leerstofjaarklas worden gedifferentieerd. Daarbij is het werken met permanente homogene groepen niet effectief. Integendeel: vaste, homogene niveaugroepen leiden zelfs tot grotere niveauverschillen. Met name de zwakkere leerlingen ondervinden nadeel van homogeen groeperen. Andere vormen van differentiatie, met name convergente differentiatie, binnen heterogene groepen kunnen wel tot positieve resultaten leiden.
Geactualiseerd: 28 juni 2024
Aparte activiteiten voor hoogbegaafde leerlingen hebben meestal een positief effect op hun prestaties. Niet voor alle domeinen en vakken leiden aanpassingen echter tot een verbetering. Goed onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, en eigenlijk voor alle leerlingen, vraagt naast een focus op cognitieve prestaties ook om de juiste begeleiding en leraren met expertise op dit terrein. De benodigde begeleiding hangt af van de beginsituatie van de leerling. Onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen begint idealiter met het in kaart brengen van de cognitieve, sociaal-emotionele, en ontwikkel- en leervaardigheden. Als het onderwijs qua inhoud, organisatie en pedagogisch-didactische begeleiding hierbij aansluit, zijn (hoogbegaafde) leerlingen het best geholpen.
Geactualiseerd: 13 augustus 2021
Het taakbeleid ontwikkelt zich van een kwantitatieve aanpak naar een kwalitatieve aanpak. Er wordt niet alleen gekeken naar de omvang van de taken, maar ook naar persoonlijke interesse en geschiktheid van docenten. Over de werkdruk die docenten ervaren is veel bekend, maar niet over het effect van taakbeleid of taakdifferentiatie op de ervaren werkdruk. Wel is duidelijk dat een goede balans tussen werkeisen en hulpbronnen belangrijk is. Zo kan de werkdruk positiever worden ervaren als docenten meer professionele ruimte hebben.
Er is niet veel onderzoek gedaan naar het gelijktijdig leren van drie talen op Nederlandse scholen. De weinige resultaten die voorhanden zijn, wijzen erop dat het leren van Engels geen negatieve invloed heeft op het leren van het Nederlands. Deze resultaten komen overeen met resultaten uit internationaal onderzoek over meertaligheid en het leren van een derde taal.
Eigenaarschap van leren is de mate waarin de leerling verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leerproces. Om het eigenaarschap van leerlingen te versterken kun je onder meer de motivatie, betrokkenheid, zelfsturing en metacognitieve vaardigheden bevorderen. Docenten kunnen daarvoor hun eigen gedragsrepertoire verbreden, bijvoorbeeld door didactische strategieën toe te passen die zijn gericht op het gevoel van autonomie, betrokkenheid en competentie. Ook leerlingen effectieve leerstrategieën aanleren en hen ondersteunende feedback geven, zijn voorbeelden van effectief docentgedrag. Bovendien kunnen docenten de leeromgeving verrijken met bijvoorbeeld goed toegankelijke informatiebronnen, internet en andere (digitale) hulpmiddelen.