Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
De ontwikkelingsstadia die tweetalige kinderen doorlopen, zijn dezelfde als die van eentalige kinderen. Hoe snel en goed kinderen een taal leren, heeft te maken met het taalaanbod. Meertalige kinderen krijgen een groter taalaanbod dan kinderen die met één taal opgroeien. Aan de andere kant is er voor ieder van die talen minder tijd dan wanneer een kind maar één taal leert. Bij voldoende aanbod ontwikkelen kinderen beide talen in hetzelfde tempo als kinderen in een enkelvoudige taalomgeving. Bij een beperkter aanbod kan er een achterstand in een taal optreden. Ook de kwaliteit van het taalaanbod is van belang. Kinderen leren minder van iemand die de taal zelf niet goed beheerst. Om deze reden is het af te raden dat ouders met hun kinderen communiceren in een taal die ze zelf niet goed beheersen.
Wanneer de taalbeheersing van één- en tweetalige kinderen vergeleken wordt, komt vooral een verschil in woordenschat te voorschijn. Meertalige kinderen kennen vaak meer woorden dan eentalige kinderen, maar per taal kennen ze er minder. Meertalige kinderen starten het leren van een derde taal met een andere bagage. Voordeel is dat die kinderen beter kunnen reflecteren op taal, en dit helpt bij het leren van een nieuwe taal. Het kan echter ook een nadeel zijn, bijvoorbeeld wanneer het kind nog onvoldoende Nederlands beheerst. De vraag is dan of de lestijd niet beter aan het Nederlands besteed kan worden.
Ontwikkeling
Meertalige kinderen starten vaak met een achterstand in het Nederlands. De oorzaak van deze achterstand is simpelweg dat die kinderen minder aan Nederlands blootgesteld zijn. Eenmaal op school maken de kinderen een versnelde ontwikkeling door, waardoor ze de verschillen met hun eentalige medeleerlingen grotendeels inlopen. In het Engels scoren de meertalige kinderen ook wat lager dan de eentalige leerlingen, maar hier zijn de verschillen beduidend kleiner dan bij het Nederlands. Beide groepen kinderen profiteren van lessen Engels. Hun vaardigheden gaan in het eerste jaar sterk vooruit, en in het tweede jaar wat minder. Het leren van Engels heeft geen negatief effect op de beheersing van het Nederlands. Dit geldt zowel voor eentalige als voor meertalige kinderen.
Kinderen in het primair onderwijs die later starten met het leren van Engels doen dat sneller en beter. Die kinderen zijn verder in hun cognitieve ontwikkeling, en verder in de beheersing van hun eerste taal. De vaardigheden die ze in hun eerste taal hebben opgedaan, kunnen ze inzetten bij het leren van Engels. Uit ander onderzoek komt juist naar voren dat vroege starters in het voordeel zijn. Hier is echter niet bekeken of de vroege en late starters in totaal evenveel uren Engels aangeboden hadden gekregen.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Georgia Vasilaras (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe Prof. Dr. R. de Graaff (Universiteit Utrecht) geconsulteerd.