Welke factoren zijn van invloed op het professioneel oordelen en handelen van leraren?

Leraren werken binnen formele kaders en richtlijnen en dat beïnvloedt hun professioneel oordelen en handelen. Inhoud en werkwijze in het onderwijs liggen voor een groot deel vast omdat er zowel voor po, vo als mbo eindtoetsen en eindexamens worden afgenomen. Leraren lijken hun professioneel handelen in de praktijk desondanks vaker te laten sturen door hun eigen opvattingen over goed onderwijs. Ze kijken daarbij – naar eigen zeggen – veel meer naar de leerling dan naar de leerstof.

Gepubliceerd:

.

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

Het oordelen en handelen van leraren wordt gestuurd door externe en interne factoren. Enerzijds laten leraren zich sturen door wat de buitenwereld van hen verwacht en is voorgeschreven, anderzijds door wat zij zelf als betekenisvol en belangrijk beschouwen voor hun eigen onderwijspraktijk.

Externe factoren

Externe factoren die het handelen en oordelen van de leraar beïnvloeden, zijn:

  • richtlijnen voor onderwijsprofessionals die niet op papier staan, zoals de opvattingen, wensen en idealen uit de samenleving
  • de landelijke voorgeschreven sturende kaders, zoals de kerndoelen basisonderwijs, de eindtermen voortgezet onderwijs, de kwalificatiestructuur voor het mbo en de Europese referentiekaders
  • schoolleerplannen of curricula, vaak nog uitgewerkt in werkplannen voor de te onderscheiden vakken
  • onderwijsmethodes, lesmateriaal, educatieve software et cetera, waarin het voorgeschreven curriculum is verwerkt.

De leraar die zelf beslist

Naast de externe factoren die het handelen en oordelen van leraren sturen, hebben zij ruimte om zelf keuzes te maken. We kunnen ervan uitgaan dat leraren als beroepspedagogen altijd het beste voor hun leerlingen willen. Maar wat zij het ‘beste’ vinden, daarin verschillen leraren. Veel beroepsmatig handelen en oordelen is te verklaren vanuit de persoonlijke en professionele identiteit van leraren. Er kunnen drie typen leraren worden onderscheiden:

  • de leraar die zich primair bezighoudt met het kind en minder met de leerstof
  • de leraar die steeds weer afweegt wat het beste is, voor het kind dan wel het leerproces
  • de leraar die vooral bezig is met de inhoud en de didactiek van het vak dat hij of zij onderwijst.

Sturende kaders of eigen opvattingen

Leraren blijken hun professioneel handelen en oordelen vaker te laten beïnvloeden door eigen opvattingen en ideeën over goed onderwijs dan door de sturende kaders. De meeste leraren baseren hun handelen op wat het kind nodig heeft, op de context waarin het kind opgroeit, de psyche van het kind, de bagage die het kind mee moet krijgen om een kritische burger te worden en de psychologische ontwikkeling van het kind. Een minderheid laat zijn handelen bepalen door de voorgeschreven leerstof. Leraren nemen veruit de meeste beslissingen op basis van observaties die ze doen en het ‘meemaken’ en ‘kennen’ van het kind. De blik in de ogen van een kind bij een rekenopdracht zegt meer dan de uitslag van een rekentoets.

Het blijft de vraag of het handelen echt zo weinig gestuurd is door de externe kaders. Het onderzoek over factoren die leraren sturen, lijkt beperkt tot onderzoek waarbij leraren zelf bevraagd worden op aspecten die hun handelen beïnvloeden. Op een andere wijze en in vervolgonderzoek moet nagegaan worden wat precies de invloed is van het voorgeschreven curriculum op het professioneel handelen en oordelen van de leraar.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Gerda Geerdink (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe Carlos van Kan (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.