Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

870 resultaten

    Geactualiseerd: 21 december 2018

    Voor het ondersteunen van kinderen met dyslexie zijn diverse computerprogramma’s beschikbaar. Hoewel de meeste van deze programma’s niet op effectiviteit zijn onderzocht, zijn er wel richtlijnen te formuleren voor het werken met digitale spellingprogramma’s, op basis van empirisch onderzoek. Spellingprogramma’s kunnen van grote waarde zijn bij het automatiseren door middel van oefening. Recente programma’s werken volgens de principes van effectief oefenen. Deze programma’s geven feedback en zorgen voor een adaptief aanbod van leerinhouden. Daarbij blijft het de verantwoordelijkheid van de leraar te zorgen voor de samenstelling van het onderwijsprogramma.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 15 september 2018

    Er zijn sterke aanwijzingen dat leerlingen betere leerprestaties kunnen behalen, als zij zelf goed de regie kunnen voeren over hun eigen leerproces. Daarvoor moeten ze bewust verschillende leerstrategieën combineren, zoals relateren, analyseren, structureren, oriënteren, plannen en evalueren. Het leren gebruiken van deze strategieën vraagt ondersteuning van docenten, bijvoorbeeld door na modelleren (voordoen of laten zien) gerichte te vragen te blijven stellen.

    Lees meer

    Ja, wetenschappelijk is aangetoond dat de inrichting van de klas ertoe doet. De inrichting blijkt een aanzienlijke invloed te hebben op de prestaties voor rekenen, leesvaardigheid, schrijfvaardigheid en helpt om de creativiteit van kinderen te stimuleren. Om verschillende vormen van leren te bevorderen zou de klasinrichting flexibel moeten zijn. Klassen die bestaan uit diverse helder afgebakende activiteitenhoeken dragen bij tot een krachtigere leeromgeving en tot hogere leerwinst.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 19 augustus 2019

    Cyberpesten en andere vormen van digitaal ongewenst gedrag kunnen aangrijpende ervaringen zijn voor kinderen in het primair en voortgezet onderwijs. Hoeveel kinderen er precies mee te maken hebben, is niet bekend. Bij cyberpesten lijkt het tussen 15-25% te liggen, maar sommige onderzoeken komen uit op veel hogere of lagere percentages. Digitale vormen van ongewenst seksueel gedrag, waaronder ‘grooming’, lijken vaker voor te komen: 20-66%. Uit onderzoek naar getoetste interventies leiden we af dat voorlichting, bewustwording, afspraken en onderlinge openheid belangrijke onderdelen van een succesvolle aanpak zijn. Daarnaast lijkt inzetten op empathie in verschillende programma’s effectief te werken. Monitoring van digitaal ongewenst gedrag is nog in ontwikkeling en effectonderzoek hiernaar moet nog op gang komen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 2 februari 2023

    Beweging en sport hebben niet alleen positieve effecten op de gezondheid van kinderen, maar ook op het leren. Er zijn kleine effecten aangetoond op concentratie en leeropbrengsten. Daarbij lijkt het weinig uit te maken of beweging en leren echt zijn geïntegreerd, zoals bij ‘bewegend leren’, of dat het losstaat van de leeractiviteit, zoals bij energizers. De positieve invloed van beweging op schoolprestaties verloopt vermoedelijk via effecten op de hersenstructuur, executieve functies, aandacht en concentratie.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 21 december 2018

    Samenwerking tussen ouders en school bestaat in verschillende vormen. Niet alle vormen van ouderbetrokkenheid zijn even effectief. Zo kunnen we meer verwachten van ouderbetrokkenheid thuis (samen lezen,  praten over school) dan van ouderbetrokkenheid op school (ouderparticipatie). Effecten van ouderbetrokkenheid zijn groter naarmate de sociale status van ouders lager is. Daarbij is het wel een voorwaarde dat de school deze ouders als serieuze gesprekspartners ziet. De relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten is complex en is onder meer afhankelijk van de leeftijd en de sociaal-culturele achtergrond van kinderen. Niet alleen feitelijke samenwerking, maar ook de houding en verwachtingen van leraren doen ertoe. Ouders met een laag opleidingsniveau voelen zich meer betrokken dan veel leraren denken.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 21 december 2018

    Leer- of gedragsproblemen vroegtijdig onderkennen, is in het voordeel van leerlingen, zo blijkt uit verscheidene onderzoeken. Hoe eerder de problemen worden gesignaleerd, des te eerder kan worden begonnen met interventies. Dit geldt voor zowel leer- als gedragsproblemen. Dit wil niet zeggen dat deze behandeling het beste kan plaatsvinden in het speciaal basisonderwijs (sbao) of speciaal onderwijs (so). Voor hun leerresultaten zijn veel leerlingen er juist bij gebaat om in het reguliere onderwijs te blijven. Keerzijde is dat het reguliere onderwijs het zelfvertrouwen en de motivatie van sommige leerlingen geen goed doet.

    Lees meer

    Nederlands onderzoek naar de effecten van internationale onderwijsprogramma’s is niet beschikbaar. In de V.S. blijkt dat een internationaal onderwijsprogramma als het International Baccalaureate een betere voorbereiding op het undergraduate programma (college) lijkt dan een regulier curriculum. Leerlingen in het tweetalig onderwijs (TTO) in Nederland beheersen vooral het Engels op een hoger niveau wat een blijvende voorsprong oplevert ten opzichte van leerlingen zonder TTO. Verder blijkt TTO niet ten koste te gaan van andere vakken als geschiedenis en aardrijkskunde.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 29 april 2019

    De mbo-populatie is op een groot aantal kenmerken zeer divers. En deze variëteit tekent zich zowel binnen als tussen niveaus af. Het is daarom lastig om specifieke kenmerken toe te schrijven aan mbo-studenten niveau 3 als geheel. Als er verschillen zijn, dan heeft dat te maken met de organisatie van de opleidingen. Wanneer de school de opleidingen op niveau 3 en 4 aanbiedt in homogene groepen, samengesteld op basis van vooropleiding, dan zijn de verschillen vooral cognitief van aard en te herleiden tot de intakeprocedure.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 22 mei 2019

    Het is raadzaam om in digitale leeromgevingen de leerdoelen te koppelen aan prettige beloningen en uitgebreide feedback. Programma’s kunnen leerlingen initieel extra motiveren en stimuleren, maar om de flow te behouden dient er een balans te zijn tussen uitdaging, belonen en leren. Beloningen en feedback zijn het liefst persoonlijk en inhoudelijk, en meer gericht op de inzet en de taak dan op de prestatie of uitkomst. Lukraak complimenten geven is dus in elk geval niet verstandig.

    Lees meer