Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Vroege signalering en snelle interventies bieden betere kansen op een gunstige ontwikkeling van kinderen, blijkt uit diverse onderzoeken. Internationaal onderzoek wijst uit dat vroegtijdige interventies bij leer- en gedragsproblemen een positieve invloed hebben op het gedrag van het kind en, op de langere termijn, op de schoolloopbaan en de socio-economische status. Vooral interventies binnen het onderwijs zijn effectief. Leerproblemen die op school zijn geconstateerd, kunnen daar het beste worden behandeld, niet in een aparte behandelsetting.
Bij problemen op het gebied van lichamelijke, psychische of sociale ontwikkeling, kan vroeg ingrijpen erger voorkomen. Ook Nederlands onderzoek wijst daarop. Een effectieve aanpak bestaat uit een combinatie van goed klassenmanagement, positieve gedragsinterventies en gedragsondersteuning.
Vroegtijdige onderkenning en behandeling betekent niet dat kinderen daarvoor naar het sbao of so moeten. Behandelingen kunnen ook worden uitgevoerd in een reguliere setting, maar vragen dan wel om extra professionaliteit en een intensievere aanpak.
Speciaal of regulier onderwijs
Zijn kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte beter af in het reguliere basisonderwijs, het sbao of het so? Voor hun leerprestaties lijken ze beter af te zijn in het reguliere onderwijs. Risicoleerlingen in het sbao ontwikkelen zich wat betreft hun taal- en rekenprestaties gemiddeld minder gunstig. Ook leerlingen die toelaatbaar zijn voor speciaal onderwijs zijn vaak beter af in het reguliere onderwijs. Kinderen die naar een ‘cluster 4-school’ gaan, hebben een grotere achterstand op de gebieden technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen-wiskunde, dan vergelijkbare leerlingen in het reguliere onderwijs.
Niet voor alle leerlingen geldt dit in gelijke mate. In een studie naar leerlingen met ADHD werd een groep leerlingen met gelijksoortige problematiek in het speciaal onderwijs en regulier basisonderwijs vergeleken. Uit de resultaten kwam naar voren dat de groepen niet verschilden in hun academische ontwikkeling en gedrag.
Hoger prestatieniveau
Hoe kunnen we verklaren dat veel leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften (toch) beter af zijn in het reguliere onderwijs? Ten eerste is het gemiddelde prestatieniveau in het reguliere onderwijs hoger en kunnen deze leerlingen zich optrekken aan de anderen. Voor zover bekend gaat dit niet ten koste van de beter presterende leerlingen.
Zelfvertrouwen en motivatie
Kinderen met een cognitieve beperking vergelijken zichzelf met hun klasgenoten zonder beperkingen. Op grond daarvan kunnen ze negatieve denkbeelden ontwikkelen over zichzelf.
Niet bij alle leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften neemt hun zelfvertrouwen en motivatie af. Voor kinderen met een licht verstandelijke handicap is op psychosociaal gebied na vier jaar geen verschil tussen leerlingen in het speciaal onderwijs en in het reguliere onderwijs.
De verklaring hiervoor is dat deze kinderen hun prestaties niet vergelijken met hun klasgenoten; ze beseffen dat ze ‘anders’ zijn. Dit geldt niet voor kinderen met specifieke leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden. Zij hebben een gemiddelde intelligentie en zien de ‘gemiddelde’ basisschoolleerling dus wel als referentiegroep. Dat die vergelijking voor hen niet gunstig is, lijkt nadelig te zijn voor hun psychosociale ontwikkeling.
Terug verwijzen
Het idee van vroegtijdige verwijzing naar het sbao of so is dat er uiteindelijk meer leerlingen teruggaan naar het regulier onderwijs. Maar of dat gebeurt is niet bekend. Wel weten we dat het percentage terug verwijzingen over de gehele linie gering is. Vanuit het sbao stromen de meeste leerlingen door naar lwoo of pro, vanuit het so naar een andere so/vso-school.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde).