Geactualiseerd: oktober 2024
Kopklassen hebben een positief effect op de onderwijskansen van leerlingen. Kinderen die na groep 8 een jaar extra taalonderwijs krijgen voordat ze naar de brugklas gaan, stromen vaker door naar een hoger onderwijsniveau. Ook de vmbo-tussenklas pakt positief uit. Ongeveer 85 procent van de leerlingen die anders naar het speciaal- of praktijkonderwijs zouden gaan, kan door naar het regulier vmbo-onderwijs (basis- of kader). Onderzoek naar effecten van tussenklassen zoals Groep 9, of Tienercollege, is niet bekend.
Voor een soepele overstap naar het voortgezet onderwijs helpt het als basisschoolleraren hun leerlingen leren omgaan met bepaalde sociale situaties en om ze studievaardigheden bij te brengen zoals plannen en zelfstandig leren. Ook een intensieve samenwerking en warme overdracht tussen po en vo zijn belangrijk. Verder moeten middelbare scholen na de overstap leerlingen hulp en ondersteuning bieden en aandacht geven aan sociaal-emotionele aspecten.
Geactualiseerd: 4 januari 2024
Bij de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs letten ouders en leerlingen op meerdere aspecten. Belangrijk zijn de sfeer op school, de kwaliteit van het onderwijs en de ondersteuning die de school biedt. Verder zijn de afstand tot en bereikbaarheid van de school van belang en een eventuele specifieke pedagogische aanpak of onderwijsconcept. Websites van scholen en open dagen zijn voor ouders en leerlingen belangrijke informatiebronnen.
Vooral toetsscores op begrijpend lezen en op rekenen-wiskunde uit het leerlingvolgsysteem in het basisonderwijs zijn belangrijke voorspellers voor de onderwijsloopbaan van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Scores op spelling zijn daarvoor minder relevant, afgaand op het beperkt beschikbare onderzoek dat ernaar is gedaan. De toetsscores kunnen leraren helpen bij het opstellen van hun schooladvies aan leerlingen uit groep 8.
Doorstromers van havo naar vwo (‘stapelaars’) ervaren diverse belemmeringen. Zo zijn de exameneisen voor havo en vwo verschillend. Ook stelt het vwo toelatingseisen waaraan een deel van de leerlingen niet kan voldoen. En de school kan te weinig begeleiding bieden, vooraf, tijdens en na de overstap. De meerderheid van de doorstromende havisten behaalt binnen twee jaar het vwo-diploma. Het studiesucces in het wetenschappelijk onderwijs verschilt niet tussen de stapelaars en de niet-stapelaars met een vwo-diploma.
De cognitieve capaciteiten van leerlingen voorspellen schoolsucces het beste. Daarnaast zijn leerlingkenmerken als metacognitieve vaardigheden, ontwikkelingsfase en leeftijd van invloed op hun schoolloopbaan. Wat ouders hun kinderen meegeven en wat ze doen ter ondersteuning speelt ook een rol bij schoolsucces. Er is echter nog veel onbekend over de precieze invloed van elk van deze factoren. Omdat de factoren samenhangen met elkaar en met cognitie is de invloed van iedere factor op zichzelf moeilijk te bepalen.
Geactualiseerd: augustus 2024
De onderwijsprestaties in landen die vroeg selecteren liggen niet hoger dan in landen die later selecteren. Wel blijkt de onderwijsongelijkheid groter te zijn bij vroege selectie: de spreiding van onderwijsprestaties is groter. Ook scoren leerlingen uit lagere sociale klassen minder goed en minder leerlingen halen het minimale onderwijsniveau.
Zowel onder- als overadvisering heeft voor de meeste kinderen meer negatieve dan positieve langetermijneffecten. Een goed schooladvies is daarom van belang voor de verdere schoolloopbaan. Veel factoren spelen een rol bij de totstandkoming van het schooladvies, zoals toetsresultaten uit het leerlingvolgsysteem, gedragskenmerken en het zorgdossier van de leerling. De focus op toetsen in het basisonderwijs zorgt voor teaching to the test. Dat heeft een negatief effect op de verdere schoolloopbaan door de versmalling van het curriculum.