Leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen zich even veilig ontwikkelen in een kleine klas als in een grote klas. Blijkbaar is de grootte van de klas geen bepalende factor voor leerlingen als het gaat om mentale gezondheid en welzijn. Dat beeld komt naar voren uit een beperkt aantal wetenschappelijke publicaties.
Onderwijs in combinatiegroepen 1-2 lijkt minder gunstig te zijn voor de cognitieve ontwikkeling van kleuters, vooral de oudere kleuters in de groep. Voor oudere kleuters zijn aparte jaargroepen beter. Het verschil zit hem in de instructietijd en de kwaliteit van interacties tussen leerkracht en leerlingen, die zijn beter in jaargroepen dan in combinatiegroepen. De effecten van combinatiegroepen op de sociale ontwikkeling zijn niet eenduidig. Sommige onderzoeken vinden geen verschil met jaargroepen. Volgens ander onderzoek hebben combinatiegroepen een positieve invloed op het spel van leerlingen en zijn er minder conflicten dan in jaargroepen.
Leraren hebben met verschillende didactische en pedagogische interventies invloed op het klimaat in de klas. Voorbeelden zijn instellen van gedragsregels, toewijzen van zitplaatsen, praten met ordeverstoorders, ingrijpen bij pestgedrag, en leerlingen laten werken aan groepstaken. De samenstelling van een klas heeft doorgaans weinig invloed op klimaat en leerprestaties. Veranderen van de groepssamenstelling kan mogelijk wel helpen als het werk- en leerklimaat verstoord is en interventies in de bestaande klas niet voldoende opleveren. Onderzoek hiernaar ontbreekt echter.
Een gemiddeld niveau van complexiteit en kleur op wanden van het klaslokaal werkt voor het leren van jonge leerlingen het best. Of dat eveneens geldt voor studenten in het mbo is niet bekend. Vakinhoudelijk toegespitste aankleding kan afleiden, vooral voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Stereotype symboliek in de aankleding kan bepaalde groepen leerlingen het gevoel geven minder thuis te horen in het klaslokaal. Anderzijds kan de aankleding zorgen voor een meer authentieke leeromgeving, wat passend is bij de doelgroep van het mbo.
In de jaren tachtig en negentig werden geen verschillen gevonden tussen combinatieklassen en homogene klassen als het gaat om de kwaliteit van instructie en leerprestaties. Wel ervoeren leerkrachten van combinatieklassen hun werk als zwaarder. De Inspectie van het Onderwijs komt echter recent tot de conclusie dat de onderwijskwaliteit in combinatieklassen lager is dan in homogene klassen. Dit geldt voor uitleg, werksfeer en betrokkenheid van leerlingen. De Inspectie constateert ook dat werken in combinatieklassen veel vergt van leerkrachten.
Het weinige onderzoek naar de effecten van unitonderwijs op taal- en rekenprestaties van leerlingen in de leeftijd van vier tot twaalf jaar is niet eensluidend. Voor sociaal-emotionele en 21e-eeuwse vaardigheden zijn slechts summiere gegevens bekend. Er zijn aanwijzingen dat leerlingen op scholen met unitonderwijs meer metacognitieve vaardigheden en meer eigenaarschap voor hun leerproces ontwikkelen.
Een kleinere klassenomvang beïnvloedt over het algemeen de leerprestaties positief. De grens zou weleens bij twintig leerlingen kunnen liggen. Het is daarbij belangrijk de leerlingen binnen kleinere klassen verder te groeperen naar niveau en differentiatie van instructie. Bij echt kleine subgroepen die bestaan uit drie of vier leerlingen zijn de leeropbrengsten hoger dan bij subgroepen van vijf tot zeven leerlingen.
De fysieke kenmerken van een gebouw of een ruimte hebben een gering effect op het leren. Het gaat onder meer om licht, lucht, klimaat en geluid. Deze effecten verschillen per situatie. Bij het werken in een grote open ruimte ervaren aanwezigen vaker lawaai en gebrek aan privacy. Werken aan een complexe taak of samenwerken gaat minder goed met veel studenten in een ruimte. Geluid is het storendst als het behalve luid ook onvoorspelbaar is.
Geactualiseerd: 1 februari 2023
Dat leerlingen tot ongeveer hun zevende jaar spiegelend schrijven lijkt gerelateerd te zijn aan het zogeheten lateralisatieproces. Vanaf die leeftijd komt een rijpingsproces van beide hersenhelften op gang, waarbij een helft zich gaat ontwikkelen tot de dominante helft. Tot dan maken de hersenen geen onderscheid tussen links en rechts, wat invloed heeft op het schrijven en lezen. De klasopstelling speelt vermoedelijk geen rol.
Buiten leren zou positieve effecten hebben op de motivatie en het leren. Maar naar het effect van formeel leren (theorielessen) in buitenlokalen is geen recent wetenschappelijk onderzoek gedaan. Uit onderzoek naar klaslokalen weten we wel dat zuurstof, daglicht en een niet te hoge of lage temperatuur belangrijke omgevingsfactoren zijn die een impact hebben op de cognitieve prestaties.