Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

65 resultaten

    Veel leraren hebben behoefte aan begeleiding om passend onderwijs te kunnen bieden aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Intern begeleiders kunnen hen helpen met handelingsgericht werken: een cyclische werkwijze die effectief is. Hoogbegaafde leerlingen zijn erbij gebaat als intern begeleiders aansturen op vroege signalering. Werken met een portfolio en een kort, verrijkt programma stimuleert ook hun ontwikkeling. Verder kunnen intern begeleiders inzetten op het wetenschappelijk onderbouwen en evalueren van nieuwe initiatieven.

    Lees meer

    Geactualiseerd: oktober 2024

    Empirisch onderzoek naar de vraag hoe (hoog)begaafde leerlingen het beste begeleid kunnen worden door de leerkracht in een reguliere groep is schaars. Wel is gebleken dat compacten, versnellen en verrijken, positieve effecten hebben op de ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ook geven experts aan dat effectief klassenmanagement met gedifferentieerde instructie en begeleiding bij zelfregulerend leren van belang zijn voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde leerlingen.

    Lees meer

    Vroege signalering van een ontwikkelingsvoorsprong is belangrijk voor zowel de cognitieve als de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs. Onderpresteren, probleemgedrag en een laag zelfbeeld kunnen hiermee worden voorkomen. Bij het signaleren is het raadzaam om een combinatie van informatiebronnen te gebruiken: observaties door de leerkracht, raadpleging van ouders en toetsen.

    Lees meer

    Gepersonaliseerd onderwijs biedt mogelijkheden voor positieve effecten op leerprestaties. Voor achterstandsleerlingen is het daarbij wel van belang dat de regie over het leerproces bij de leerkracht ligt. Anders lopen ze juist een risico op grotere leerachterstanden. Deze leerlingen beschikken namelijk minder over metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden om zelf de regie te kunnen voeren bij bepaalde vormen van gepersonaliseerd onderwijs.

    Lees meer

    Bij het gebruik van het EDI-model gaat de instructie voor hoogbegaafde leerlingen vaak te langzaam. Als de leraar voldoende differentiatiemogelijkheden biedt, kan dit model toch goed werken bij hoogbegaafde leerlingen. Zij hebben vaak genoeg aan een zeer korte versie van de instructie en kunnen vervolgens verder werken aan verdiepende en verrijkende opdrachten. Ontdekkend leren en meer keuzevrijheid in wat ze leren, waar mogelijk in een groepje gelijkgestemden, werkt ook motiverend voor hen.

    Lees meer

    Differentiatie van de instructie op basis van vaardigheidsniveau leidt doorgaans tot betere taal- en leesvaardigheid dan instructie in een groep met uiteenlopende niveaus. Vooral gemiddelde en laagpresterende kleuters profiteren hiervan. Voorwaarde voor goede leeropbrengsten is wel een goed klassenmanagement. Over het effect van instructiegroepering op rekenvaardigheid in de kleutergroepen is weinig bekend.

    Lees meer

    Een homogene groepsindeling (waarin leerlingen ongeveer hetzelfde niveau hebben) en een heterogene groepsindeling (waarin de niveaus uit elkaar lopen) brengen elk hun eigen aandachtspunten met zich mee. In een homogene groep moet de docent ervoor zorgen dat studenten met een lager startniveau worden uitgedaagd. In heterogene groepen is het vooral belangrijk dat ook studenten met een hoog startniveau zich verder kunnen ontwikkelen. Door te wisselen van groepssamenstelling is het mogelijk om de voordelen van beide indelingen te benutten. Doorslaggevend voor de beste leerprestaties is dat docenten de werkvorm, instructiestijl, het lesmateriaal en tempo goed laten aansluiten bij het niveau van de studenten.  

    Lees meer

    Geactualiseerd: 3 februari 2023

    Verschillen in motorische ontwikkeling tussen links- en rechtshandige kinderen nemen in de loop der tijd vanzelf af of verdwijnen. Er zijn dan ook geen interventies nodig om specifiek de motorische ontwikkeling van linkshandige kleuters te bevorderen. Als het duidelijk is dat een kind linkshandig is, is het verstandig om linkshandig voor te doen en om begrip te tonen voor de moeite die het kind moet doen om de handelingen van rechtshandigen na te doen.

    Lees meer

    Basisschoolleerlingen die een groep overslaan hebben een leervoorsprong, maar kunnen in hun nieuwe groep – met oudere klasgenoten – een relatieve achterstand hebben. Afhankelijk van het gemak waarmee versnelde leerlingen leerstof of vaardigheden leren, hun intelligentie en de pedagogisch-didactische begeleiding door school, kunnen zij deze relatieve achterstand inlopen gedurende de basisschoolperiode. De mate waarin versnelde leerlingen relatief achterlopen ten opzichte van hun nieuwe klasgenoten en in hoeverre ze dat inhalen binnen het basisonderwijs, is niet uit onderzoek bekend.

    Lees meer

    De effecten van talentgericht werken in het onderwijs zijn niet eenduidig. Modellen voor talentontwikkeling helpen bij het denken over de relatie tussen talentontwikkeling en uitkomsten op leerlingniveau. Ze schieten echter tekort als onderbouwing bij deze relatie. Motivatie is gunstig voor leerprestaties, werd lang gedacht. Recent onderzoek laat vooral het omgekeerde zien: het leveren van prestaties werkt motiverend. Kennis over gepersonaliseerd onderwijs wijst uit dat er onder bepaalde voorwaarden een positieve relatie is met motivatie en leeropbrengsten. Leerlingen moeten dan wel beschikken over metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden.

    Lees meer