Geactualiseerd: september 2021
Het werken vanuit leerlijnen en leerdoelen kan onder bepaalde voorwaarden het eigenaarschap bij leerlingen versterken. Belangrijk is om samen met de leerlingen groeidoelen te formuleren, om passende instructiestrategieën te hanteren, en om leerlingen procesgerichte feedback te geven. Vaak is hiertoe op scholen een professionaliserings- en cultuuromslag nodig.
Het schoolplein verdelen in zones en het eerlijker verdelen van hotspots hebben een positief effect op de activiteiten van leerlingen tijdens de pauzes. Vooral jonge kinderen, meisjes en kinderen die op een ongestructureerd schoolplein weinig actief zijn, kunnen dan beter uit de voeten.
Digitaal lesmateriaal biedt voordelen voor leerlingen met ADHD of ASS, omdat het structurerend is en voorspelbaar. Daardoor helpt het lesmateriaal deze kinderen om te gaan met beperkt ontwikkelde executieve functies. Bovendien heeft digitaal lesmateriaal met game-elementen een positieve invloed op de motivatie. Dat executieve functies ook verbeteren door het gebruik van digitaal lesmateriaal, is niet aangetoond. Met dat doel zijn er speciale trainingsprogramma’s ontwikkeld: Cogmed en Braingame Brian. Deze trainingen hebben voor kinderen met ADHD een positieve invloed op verschillende executieve functies, zowel op de korte als de middellange termijn. Voor kinderen met ASS is de effectiviteit niet aangetoond. Onderzoek naar de invloed van digitaal lesmateriaal op sociale competenties is niet aangetroffen.
Project-based learning (PBL) is een didactisch model dat georganiseerd is rond projecten, waarin leerlingen actief en relatief autonoom kennis verwerven en construeren. Om PBL succesvol uit te voeren, is een aantal docentstrategieën van belang, zoals timemanagement, klassenmanagement en het monitoren en evalueren van het werk van leerlingen. Formatieve toetsing en peer- en zelfevaluatie nemen een belangrijke plaats in bij de beoordeling.
Geactualiseerd: 17 augustus 2022
Jongeren in de puberteit hebben pas later op de avond behoefte aan slaap terwijl hun slaapbehoefte op ruim 9 uur per nacht blijft. Pubers willen daarom in de ochtend wat langer slapen. Doordeweeks moeten scholieren vroeg hun bed uit om op tijd te zijn voor het eerste lesuur. Bij een deel van de scholieren leidt dat tot een gebrek aan slaap, wat hun leerprestaties negatief beïnvloedt. Verschuiving van de aanvangstijd van de lessen met één uur (of meer) draagt bij aan minder te laat komen op school, minder slaperigheid overdag, meer aandacht tijdens de les en betere leerprestaties.
Hoewel het leerstofjaarklassensysteem dominant is in het Nederlandse onderwijs, zijn er al sinds lange tijd alternatieven. Bekende voorbeelden zijn montessori- en jenaplanscholen, waar kinderen van verschillende leeftijden in één klas zetten. Er is echter geen overtuigend verschil tussen deze typen scholen en scholen met leerstofjaarklassen. Om leerlingen onderwijs op maat te bieden, kan ook binnen de leerstofjaarklas worden gedifferentieerd. Daarbij is het werken met permanente homogene groepen niet effectief. Integendeel: vaste, homogene niveaugroepen leiden zelfs tot grotere niveauverschillen. Met name de zwakkere leerlingen ondervinden nadeel van homogeen groeperen. Andere vormen van differentiatie, met name convergente differentiatie, binnen heterogene groepen kunnen wel tot positieve resultaten leiden.
GIS kan een positief effect hebben op het inzicht in geografische vraagstukken. Het is een manier om ruimtelijk inzicht te stimuleren en te ondersteunen. Maar positieve effecten van GIS gelden niet voor alle leerlingen. Leerlingen met een niet-westerse achtergrond profiteren bijvoorbeeld meer van GIS dan andere leerlingen. Over het algemeen geldt dat de kwantiteit, hoe vaak per week GIS wordt gebruikt, en de kwaliteit, hoe de lessen met GIS worden vormgegeven, belangrijk zijn. Essentieel is het ontwerp van de lessen met GIS. In een goed ontwerp staan complete en heldere doelen centraal. Het bevat opdrachten waarin leerlingen zelf ontdekken en verkennen. En leerlingen werken vijf keer per week aan de opdrachten en bespreken deze klassikaal.
Geactualiseerd: 8 maart 2024
Het is niet raadzaam tweelingen al vanaf het begin van de basisschool principieel in gescheiden groepen te plaatsen. Niet-gescheiden tweelingen ontwikkelen zich in de eerste schooljaren gemiddeld genomen beter dan gescheiden tweelingen. De beslissing om tweelingen wel of niet in verschillende klassen te plaatsen dient altijd in overleg met ouders te worden genomen, daarbij rekening houdend met de hechtheid tussen de tweeling en het opvoedingsproces. Rigide plaatsingsbeleid is uit den boze.
Geactualiseerd: 16 juli 2024
Huiswerk maken zorgt ervoor dat leerlingen hogere cijfers halen. Hoe meer tijd leerlingen besteden aan huiswerk, des te hoger de leerprestaties. Vooral in het voortgezet onderwijs profiteren leerlingen van het maken van huiswerk. Bij leerlingen van basisschoolleeftijd is de meerwaarde niet duidelijk. Daarnaast beïnvloedt de feedback van de leraar op het huiswerk het effect van huiswerk op de leerprestaties van leerlingen.
Geactualiseerd: 15 mei 2019
Bij een continurooster blijven de leerlingen van de school verplicht tussen de middag over op school. Ondanks over het algemeen positieve oordelen van leraren en directie op scholen met een ‘5-gelijke-dagen-model’ (variant van continurooster) ontbreekt wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van een continurooster. Wel zijn er beperkte resultaten van onderzoek naar het bioritme van basisschoolkinderen in relatie tot hun functioneren en leerprestaties. Die suggereren dat de beste tijd om met meer aandacht en concentratie te werken tussen 10 en 12 uur en tussen 14 en 16.30 uur ligt. Een continurooster zou op basis hiervan dus slecht aansluiten bij het concentratievermogen van de leerlingen.