Geactualiseerd: 8 mei 2024
Experts zijn behoorlijk eensgezind: het maakt niet uit of een leerkracht in een schoolrapport cijfers of woorden als ‘voldoende’ of ‘ruim voldoende’ gebruikt. Het gaat erom dat de rapportage begrijpelijk is en dat de leerling weet hoe hij zijn leren kan verbeteren. Daarvoor heeft hij een duidelijk beeld nodig van de kwaliteit van zijn werk. Een dialoog tussen leraar en leerlingen over kwaliteit kan bijdragen aan een versterking van dit beeld. Onderzoek naar het effect op leerlingen van cijfers of woorden als rapportageschaal is nauwelijks gedaan.
Een homogene groepsindeling (waarin leerlingen ongeveer hetzelfde niveau hebben) en een heterogene groepsindeling (waarin de niveaus uit elkaar lopen) brengen elk hun eigen aandachtspunten met zich mee. In een homogene groep moet de docent ervoor zorgen dat studenten met een lager startniveau worden uitgedaagd. In heterogene groepen is het vooral belangrijk dat ook studenten met een hoog startniveau zich verder kunnen ontwikkelen. Door te wisselen van groepssamenstelling is het mogelijk om de voordelen van beide indelingen te benutten. Doorslaggevend voor de beste leerprestaties is dat docenten de werkvorm, instructiestijl, het lesmateriaal en tempo goed laten aansluiten bij het niveau van de studenten.
Goed leermateriaal ondersteunt het leren en oogt aantrekkelijk. Digitaal leermateriaal spreekt meerdere zintuigen tegelijkertijd aan. Visuele elementen zijn beeld en tekst, auditieve elementen geluid en gesproken tekst. Algemeen geldt dat het directe leereffect op de korte termijn sterker wordt bij het combineren van beeld en gesproken tekst. Er zijn aanwijzingen dat voor leren op de lange termijn de combinatie van beeld met geschreven tekst effectiever is. Specifiek onderzoek over educatief beeldmateriaal voor taalzwakke mbo-ers, ontbreekt.
Samenwerking bevordert de prestaties bij het leren van een nieuwe taal. Het draagt bij aan betere leerprestaties op taal in het algemeen, en op afzonderlijke onderdelen als lezen, woordenschat, grammatica, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid. Leerlingen die samenwerken hebben directe mogelijkheden om te oefenen met communiceren en kennis uit te bereiden. Ook is er een indirect effect op vertrouwen en motivatie door het groepsgevoel.
De mogelijkheid van herkansingen voor een tentamen leidt in het hoger onderwijs niet tot betere of slechtere studieresultaten in latere jaren. De prestaties van studenten die via herkansing een vak halen, wijken niet af van studenten die een niet-gehaald vak compenseren. Verder zijn er aanwijzingen dat studenten tamelijk rationale kosten-batenafwegingen maken voor de studietijd die ze investeren in een tentamen. Als ze kunnen herkansen, leidt dat ertoe dat ze minder studietijd investeren. Dit blijkt uit onderzoeken onder economie- en psychologiestudenten en is hoogstwaarschijnlijk ook van toepassing op studenten aan lerarenopleidingen.
De validiteit van de eindtoets basisonderwijs is in het geding als de leerling de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Vanuit de literatuur zijn geen ondergrenzen voor het taalbeheersingsniveau bekend om een eindtoets te maken. Doel van de eindtoets is echter om het referentieniveau op taal- en rekenniveau bij leerlingen in groep 8 vast te stellen. Aan het einde van de basisschool is voor taal een referentieniveau van 1F gewenst. Toetsontwikkelaars houden daar rekening mee. Daarom kun je er vanuit gaan dat bij nieuwkomers een taalbeheersingsniveau van rond 1F afdoende is om een valide meting te krijgen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
De portfoliomethodiek kan een sterke vorm zijn om een leertraject voor het aanleren van de Nederlands taal, rekenen en digitale vaardigheden te evalueren. Hierbij is aandacht voor goede feedback door de supervisor of de docent belangrijk. Ook helpt een kwalitatief goed zelfassessment van de deelnemer. De toetsvormen kunnen verschillend zijn, maar moeten wel een onderbouwde cesuur hebben. Ofwel, de grens tussen voldoende en onvoldoende moet hout snijden.
Er is nog onvoldoende bekend of leerlingen beter een Augmented Reality-bril (AR-bril) kunnen gebruiken dan een AR-toepassing op een device om 2D-werktekeningen te begrijpen. Ook voor vmbo-techniekleerlingen met een beperkter ruimtelijk inzicht is de meerwaarde niet bekend. De theorie over cognitieve belasting voorspelt wel dat de AR-bril leerlingen met een zwakker visueel-ruimtelijk werkgeheugen en zwakker voorstellingsvermogen beter zal ondersteunen bij het begrijpen en de beeldvorming van een 3D-bouwobject. De theorie zegt echter niet dat deze leerlingen dan ook beter worden in het zelf lezen van 2D-werktekeningen.
De werkdruk die leerlingen ervaren neemt toe. Mogelijke oorzaken zijn veranderingen in de samenleving (prestatiemaatschappij), op school (veel huiswerk en toetsen) en in tijdbesteding (bijbaantjes). Ook de sociale druk is groot. Scholen kunnen leerlingen ondersteunen met onder meer stressmanagementprogramma’s en betere communicatie rond toetsen. Verder zijn leerlingen geholpen met leren plannen en het maken van proeftoetsen. Een latere start van lessen en toetsen sluit beter aan bij het bioritme van leerlingen en kan het gevoel van werkdruk verminderen.
Geactualiseerd: 3 februari 2023
Verschillen in motorische ontwikkeling tussen links- en rechtshandige kinderen nemen in de loop der tijd vanzelf af of verdwijnen. Er zijn dan ook geen interventies nodig om specifiek de motorische ontwikkeling van linkshandige kleuters te bevorderen. Als het duidelijk is dat een kind linkshandig is, is het verstandig om linkshandig voor te doen en om begrip te tonen voor de moeite die het kind moet doen om de handelingen van rechtshandigen na te doen.