Geactualiseerd: 28 maart 2023
Leerlingen leren de tafels te automatiseren door veel te oefenen met behulp van diverse instructietypen en didactische werkvormen. Rekenexperts adviseren om hierbij niet te vroeg te beginnen met tafelkaarten. Deze staan het automatiseringsproces bij leerlingen om vlot en foutloos alle keersommen van de tafels op te zeggen, in de weg. Tafelkaarten waarin een beloningssysteem is verwerkt, werken wel. Leerlingen die laten zien een tafelsom te beheersen door de juiste strategie toe te passen, krijgen een beloning. Dit werkt motiverend.
Een instaptoets op beginniveau legt bij studenten lacunes in de basiskennis voor de start van een opleiding of vak bloot. Een instaptoets op eindniveau maakt duidelijk hoe ver of dichtbij studenten bij de te behalen leerdoelen staan. Het effect van instaptoetsen op het studierendement is afhankelijk van de vervolgacties van docenten en studenten. Onderzoek naar het effect op eerstejaars mbo-studenten specifiek bij rekenen ontbreekt. Wel zijn effecten op studierendement bekend voor andere sectoren en vakken.
Leerlingen met een slecht handschrift hebben vaak problemen bij het maken van rekensommen. Dat komt doordat zij hun eigen handschrift niet goed lezen of sommen bijvoorbeeld slordig opschrijven. Als leraar kun je met aandacht voor de fijne motoriek leerlingen helpen hun handschrift te verbeteren. Vooral overschrijven van teksten en het natekenen van figuren kunnen helpen om beter te leren schrijven en dat kan waarschijnlijk de rekenprestaties verbeteren.
Sterke rekenaars hebben behoefte aan begeleiding op het leerproces en aan uitdagende leeractiviteiten. Activiteiten die een beroep doen op hun probleemoplossend vermogen. Door compacten en verrijken van de lesstof kan de leerkracht onnodige herhaling voorkomen en uitdaging aan deze leerlingen bieden. Daarnaast zijn frequente instructie- en feedbackmomenten van belang. Dit vereist differentiatie in de reguliere rekenles.
Het is aannemelijk dat methodes invloed uitoefenen op de lespraktijk van leraren. Daarmee beïnvloeden methodes wát leerlingen leren en hoe goed ze leren. Bij wiskundemethodes gaat het om kennis over wiskundige concepten en het toepassen van complexe strategieën. Of en hoe de keuze van een wiskundemethode de prestaties van leerlingen beïnvloedt, is niet bekend. Dus ook niet specifiek voor havoleerlingen.
Het maakt uit of een docent beschikt over kennis over rekenen en over pedagogische vakkennis om op verschillende manieren rekenen aan te leren. Wanneer docenten over deze specifieke kennis beschikken, gaan volwassen deelnemers meer vooruit. Het koppelen van rekenen aan het beroep of een praktijksituatie zorgt voor succesvollere leerresultaten. Connectionist teaching kan die koppeling versterken. Deze onderwijsvorm legt een sterke verbinding met de buitenwereld en tussen verschillende rekenonderdelen.
Geactualiseerd: 28 maart 2023
Het aanbieden van reken- en wiskundeonderwijs in betekenisvolle contexten bevordert de sociale redzaamheid van zeer moeilijk lerende leerlingen uit het voorgezet speciaal onderwijs. Dit geldt ook voor basale rekenvaardigheden. De kans op transfer is groter wanneer leerlingen kennis, vaardigheden en inzichten leren in de setting waarin ze de vaardigheden moeten gebruiken. Systematische instructie is het effectiefst om deze leerlingen rekenkennis en -vaardigheden aan te leren. Het gebruik van ict kan alledaagse contexten simuleren.
Geactualiseerd: 17 april 2023
Veel oefenen helpt bij het leren automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen voor rekenen en wiskunde op de basisschool. Zwakke rekenaars zijn gebaat bij programma’s met een systematische lesopbouw, één strategie, directe instructie en herhalingsoefeningen. Over het beste moment en fasering is weinig bekend. Scholen met effectief onderwijs in het automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen rekenen en wiskunde onderscheiden zich van andere scholen door hun invulling van aanbod, onderwijstijd, didactisch handelen, zorg en begeleiding, en kwaliteitszorg.
Constructivistische rekenmethoden, zoals realistisch reken-wiskundeonderwijs, leveren geen betere resultaten op dan traditionele methoden zoals directe instructie, maar ze doen er ook niet voor onder. De rekenprestaties hangen samen met de kennis en vaardigheden van de leraar, de interactie tussen leraar en leerlingen en de aandacht en tijd voor rekenen-wiskunde. Rekenzwakke leerlingen lijken problemen te ondervinden bij relatief open didactische methoden, omdat zij meer behoefte aan structuur hebben dan betere rekenaars.
Geactualiseerd: 20 april 2023
Het gebruik van driedimensionale materialen heeft een klein tot matig positief effect op rekenprestaties, vergeleken met het gebruik van abstracte rekenkundige symbolen. Vooral op de basisvaardigheden voor rekenen hebben concrete materialen een positieve invloed.