Rijke teksten kunnen de leesvaardigheid van kinderen met leesproblemen vergroten. Het werkt goed als kinderen uitdagende teksten lezen van net boven hun niveau. Daar hebben ze wel de juiste begeleiding bij nodig. Ook zelfstandig vrijetijdslezen is voor zwakke lezers waardevol. Het helpt dan om samen een boek uit te zoeken dat aansluit bij de interesses van het kind. En het helpt om het kind te ondersteunen om ‘in’ het boek te komen, bijvoorbeeld door een stukje samen te lezen. Een rijke leescontext vergroot mogelijk ook het leesplezier van kinderen.
Welke groeperingsvorm het beste werkt voor de taalontwikkeling van niet-Nederlandstalige studenten (NT2-studenten) in het mbo, is onbekend. We weten dat de input van moedertaalsprekers tot een betere taalbeheersing leidt. Het is daarom aannemelijk dat NT2’ers baat hebben bij een gemengde klas met Nederlandstalige studenten. Wel hebben ze dan aanvullende uren NT2 en vaktaal nodig, volgens experts.
De eerste pogingen van kinderen om woorden op papier te zetten, zonder dat ze bekend zijn met de spellingsregels, noemen we ‘spontane spelling’. Leerlingen in groep 1 en 2 die spontaan spellen én daar feedback op krijgen van hun leerkracht, kunnen in groep 3 vaak beter spellen, inclusief woorden correct schrijven. Bij spontane spelling leren kinderen om verbanden te leggen tussen woorden, letters en klanken. Het is daarmee een belangrijke stap in hun taalontwikkeling.
Niveauverschillen tussen leerlingen bij technisch lezen zijn tijdens de basisschoolperiode erg stabiel. Sterke lezers in groep 3 zijn meestal ook sterke lezers in groep 8. Zwakke lezers worden doorgaans geen sterke lezers. Leerlingen die eerst laag scoren, groeien wel sneller dan kinderen die meteen al hoog presteren. Maar ze halen het verschil meestal niet meer in.
Een letterkaart is een geheugensteuntje voor leerlingen die moeite hebben met het onthouden van de klank-tekenkoppeling. De kaart is bedoeld als tijdelijke ondersteuning en kan zowel gebruikt worden bij het oefenen van de spelling, als bij het toetsen van de spellingvaardigheid (dictee), mits leerlingen nog niet zelfstandig de koppeling kunnen maken. Of dit een valide toetswijze is, hangt af van wat je wilt toetsen en waarom je dat op een bepaalde manier wilt doen.
Maatschappelijke betrokkenheid is een onderbelicht onderdeel van burgerschap in het gespecialiseerd onderwijs. Er is weinig onderzoek gedaan naar hoe je die maatschappelijke betrokkenheid effectief kunt bevorderen. Service learning, een Amerikaanse aanpak vergelijkbaar met een maatschappelijke stage, laat veelbelovende uitkomsten zien. Maar daarbij is niet gekeken naar positieve gevolgen voor de ontwikkeling van maatschappelijke betrokkenheid.
Er is geen bewijs dat kinderen zich beter kunnen concentreren als ze in de kring op de grond zitten, in plaats van op een stoel. Er zijn wel aanwijzingen dat een oncomfortabele stoelzit de concentratie kan schaden. En dat een actieve zit de concentratie kan verbeteren, zoals op een wiebelkussen of zitbal. We weten uit onderzoek niet of kleuters last of baat hebben van op de grond zitten als ze naar groep 3 gaan.
Leraren kunnen met verschillende interventies de executieve functies van leerlingen met ADHD of een autismespectrumstoornis (ASS) verbeteren. Een aantal van deze aanpakken laten positieve effecten zien, zoals mindfulness, lichaamsbeweging, cognitieve trainingen en digitale oefeningen. Maar die effecten zijn niet altijd blijvend. Ook is niet altijd duidelijk in hoeverre leerlingen er ook buiten de oefensetting, in het dagelijks leven, baat bij hebben.
Of zwakkere lezers in groep 3 baat hebben bij korte en afwisselende uitleg en leesoefeningen weten we eigenlijk niet. Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan. In het algemeen helpt meer leestijd wel om leerlingen beter te leren lezen. Verder is het belangrijk om aandachtsproblemen bij kinderen vroeg te signaleren: om goed te leren lezen moet je je goed kunnen concentreren. Kinderen die daar moeite mee hebben kun je dan eerder gericht helpen.
Vingertellen expliciet stimuleren in de onderbouw om rekentaken op te lossen is effectief voor het getalbegrip en (de automatisering van) optel- en aftrekvaardigheden van leerlingen. In loop van de tijd is vingertellen in de middenbouw daarvoor niet meer effectief. Het gebruik van de vingers sluit dan niet meer aan bij de verwachte rekenontwikkeling. Het laat zien dat de leerlingen de overstap naar het mentale rekenen nog niet hebben gemaakt.