Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

366 resultaten

    Extra spellinginstructie, aandacht voor woordstructuur, blijven oefenen met encoderen en werken aan spellingbewustzijn hebben een positief effect, blijkt uit de internationale wetenschappelijke literatuur. Naar de effectiviteit van specifieke spellingaanpakken op ondersteuningsniveau 3 is nog weinig Nederlands onderzoek beschikbaar.

    Lees meer

    Leerlingen doen actiever mee aan de les wanneer de leraar hen willekeurig beurten geeft (cold calling). Bovendien worden de beurten op die manier gelijkmatiger over de klas verdeeld. Beide factoren dragen bij aan leerwinst. Eventuele stress bij leerlingen doordat ze onverwacht een beurt kunnen krijgen kan ook voordelen hebben, mits leraren voldoen aan de randvoorwaarden voor cold calling. Er zijn geen wetenschappelijke studies gevonden die diréct toetsen of willekeurig beurten geven in de klas tot meer leerwinst leidt dan vrijwillig vingers opsteken.

    Lees meer

    Mbo-docenten kunnen met enkele instrumenten een betrouwbaar zicht krijgen op de executieve vaardigheden van mbo-studenten: de ESQ-R (voor alle elf executieve vaardigheden van Dawson en Guare, zie hieronder) en de AEFI (voor aandacht, zelfbeheersing en zelfcontrole, planning en initiatief). Deze instrumenten zijn niet specifiek getest in het mbo, maar wel onder vergelijkbare leeftijdsgroepen.

    Lees meer

    Vrij lezen kan bijdragen aan de leesvaardigheid en het leesplezier van basisschoolleerlingen. Hoeveel het oplevert, hangt af van hoe leerkrachten vrij lezen inzetten en hoe zij leerlingen daarbij ondersteunen. Of een schoolbrede inzet van vrij lezen effectief is, weten we niet precies. De meeste studies kijken namelijk alleen naar vrij lezen in de klas. Wel zijn er aanwijzingen dat een gedeelde visie en een gezamenlijke aanpak door schoolleiders en leerkrachten belangrijk is voor een schoolbrede leescultuur, waarbij ook vrij lezen een plek krijgt. Zo’n leescultuur bevordert de leesvaardigheid en het leesplezier van leerlingen.

    Lees meer

    Aardrijkskunde vraagt om inzicht in ruimtelijke vraagstukken. Ruimtelijk denken komt al op jonge leeftijd tot ontwikkeling. Daarmee ligt er een basis om aardrijkskunde te leren. Uit het weinige onderzoek naar de effecten van aardrijkskundeonderwijs aan kleuters, blijkt dat kleuters onder meer kunnen leren over namen van landen en planeten, en verschillen tussen dag en nacht. Ook kunnen zij geofysische entiteiten zoals rivieren en eilanden leren herkennen en een plattegrond leren begrijpen en gebruiken.

    Lees meer

    Hoe meer boeken kinderen lezen, hoe leesvaardiger ze zijn. Maar of het uitmaakt of je ze voorleest of zelfstandig laat lezen, is niet duidelijk. Het meeste onderzoek naar voorlezen gaat over kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. Het weinige onderzoek naar oudere kinderen duidt erop dat voorlezen en vrij lezen allebei goed kunnen zijn voor de woordenschatontwikkeling en/of de leesvaardigheid. Welk type leesbevordering voor wie het beste werkt, daarover vallen nog geen duidelijke conclusies te trekken.

    Lees meer

    Opbrengstgericht werken heeft overwegend positieve effecten op leeropbrengsten bij rekenen, taal en lezen. Het is niet bekend of dat ook geldt voor burgerschapskennis en -vaardigheden van leerlingen. Dat komt doordat er geen effectonderzoek beschikbaar is, en ook omdat OGW bij burgerschapsonderwijs nog in de kinderschoenen staat. Enkele specifieke kenmerken van burgerschap maken het lastiger om daar opbrengstgericht te werken dan in andere domeinen.

    Lees meer

    Leerlingen zijn vanaf groep 4 in staat om hun spelling zelf na te kijken. Ze moeten hierbij wel structurele ondersteuning krijgen van bijvoorbeeld nakijkbladen of rubrics. Met name werken met rubrics zet aan tot actieve reflectie op de eigen spelling en spellingregels. Dit draagt bij aan een groter spellingbewustzijn en diepere verwerking van de regels, wat weer een positief effect heeft op de spellingvaardigheid van leerlingen. Om spellingvaardigheden op de langere termijn te verbeteren is een korte interventie niet altijd genoeg en lijkt ook structurelere aandacht voor spelling nodig.

    Lees meer

    Tussen het startmoment van Engels onderwijs en de Engelse taalvaardigheid van leerlingen aan het eind van het basisonderwijs bestaat geen samenhang. Als er al positieve effecten zijn van vroeg beginnen, dan lijken die op de lange termijn te verdwijnen. Meer dan het startmoment speelt het onderwijsaanbod op school en de thuisomgeving een rol in de Engelse taalvaardigheid van leerlingen.

    Lees meer

    Het is niet bekend of aandacht voor de schrijfwijze van cijfers in groep 1-2 bijdraagt aan de schrijfvaardigheid van cijfers in groep 3. Met name de coördinatie van de fijne motorische bewegingen en de visueel-motorische integratie zijn belangrijke voorwaarden om cijfersymbolen correct te kunnen schrijven. Methoden om de fijne motoriek te verbeteren dragen het meeste bij aan voorbereidend schrijven als deze taakspecifiek zijn.

    Lees meer