Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

110 resultaten

    Studies naar de effecten van indeling in niveaugroepen op de motivatie van leerlingen, laten een wisselend beeld zien: positief, negatief of neutraal. De aanpak van de leraar en kenmerken van een leerling hebben echter een belangrijker invloed op de prestaties en motivatie dan de indeling in niveaugroepen.

    Lees meer

    Over de kansen op succesvolle doorstroom in het basisonderwijs van leerlingen met gedragsproblemen is weinig bekend. Duidelijk is wel dat er in kleinere klassen over het algemeen minder agressief en verstorend probleemgedrag voorkomt, maar niet of dit ook geldt voor leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften. Extra begeleiding in de klas helpt leerlingen met probleemgedrag, als de groepsleerkracht deze aanbiedt. Ondersteunende instructie door een onderwijsassistent is niet raadzaam.

    Lees meer

    Klassengrootte heeft over het algemeen geen invloed op de leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Wel is er beperkt bewijs dat risico-leerlingen en leerlingen met een laag opgeleide moeder profiteren van kleinere klassen. Klassenverkleining is vooral effectief bij jonge leerlingen in het basisonderwijs. Hoe ouder de leerling, hoe kleiner de invloed van klassengrootte is. Over de inzet van assistenten in het voortgezet onderwijs in relatie tot klassengrootte is weinig bekend.

    Lees meer

    Het startniveau van de leerder, het aantal lesuren en de inzet van formatieve toetsing beïnvloeden het leren van de basisvaardigheden die horen bij de startkwalificatie door volwassen cursisten. Wanneer het niet meer zinvol is een cursus te blijven volgen als de vooruitgang stagneert, is niet betrouwbaar vast te stellen. Het is dus onduidelijk of er een plafond is aan het leervermogen van sommige volwassenen. 

    Lees meer

    Succesfactoren bij het aangaan en onderhouden van een relatie met de omgeving zijn een gedeelde visie, leiderschap en coördinatie, draagvlak, communicatie, vertrouwen, kwaliteit en aandacht voor randvoorwaarden. Aanvullingen op of afwijkingen van deze factoren zijn afhankelijk van het doel waarmee de school voor voortgezet onderwijs de samenwerking aangaat. Naar samenwerking specifiek gericht op de vormgeving van burgerschap is in Nederland geen onderzoek verricht.

    Lees meer

    Het is voor de taalontwikkeling beter als leerlingen met een andere eerste taal dan het Nederlands direct instromen in het reguliere onderwijs. Deze NT2-leerlingen hebben minimaal vier jaar nodig om op hetzelfde niveau te komen als hun leeftijdsgenoten. In een aparte taalklas missen de leerlingen de rijke input van Nederlandstalige klasgenootjes. Het is wel nodig dat er in het reguliere onderwijs een positief, inclusief schoolklimaat heerst met ruimte voor de moedertaal. Dat geldt voor NT2-leerlingen van alle leeftijden en alle achtergronden. Belangrijk is verder dat ze langdurig en systematisch extra taalondersteuning krijgen van een NT2-specialist.

    Lees meer

    Leerlingen met een jonge ontwikkelingsleeftijd (die wat het verstandelijk niveau van functioneren betreft onder het gemiddelde zitten) en met een licht verstandelijke beperking (een IQ tussen de 60-70) hebben vaak moeite om na te denken of te praten over hun eigen cognitie, motivatie, gedrag en over ruimte en materialen. Dat maakt dat ze hun metacognitieve vaardigheden minder goed kunnen ontwikkelen. En die vaardigheden zijn essentieel om te kunnen leren. Participatieve fotografie zou een hulpmiddel kunnen zijn. Het gaat daarbij opdrachten waarin leerlingen digitale beelden maken, hierop reflecteren en deze samen met de leraar of de groep bespreken,. De leraar krijgt dan ook meer zicht op het leerproces van de leerling.

    Lees meer

    Uit Europees onderzoek naar voorschoolse educatie en opvang komt naar voren dat een startleeftijd tussen de twee en drie jaar oud het voordeligst is voor de cognitieve, sociale en taalontwikkeling van kinderen. In Noorwegen zijn de effecten onderzocht bij kinderen die al vanaf anderhalf jaar oud met een vve-programma starten. Deze jonge kinderen profiteren van de ontwikkelingsstimulering in kleine groepen. De effecten van ontwikkelingsstimulering in groepen hangen overigens sterk samen met de kwaliteit van de aangeboden voorschoolse educatie.

    Lees meer

    Vooral toetsscores op begrijpend lezen en op rekenen-wiskunde uit het leerlingvolgsysteem in het basisonderwijs zijn belangrijke voorspellers voor de onderwijsloopbaan van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Scores op spelling zijn daarvoor minder relevant, afgaand op het beperkt beschikbare onderzoek dat ernaar is gedaan. De toetsscores kunnen leraren helpen bij het opstellen van hun schooladvies aan leerlingen uit groep 8.

    Lees meer

    Basisschoolleerlingen die een groep overslaan hebben een leervoorsprong, maar kunnen in hun nieuwe groep – met oudere klasgenoten – een relatieve achterstand hebben. Afhankelijk van het gemak waarmee versnelde leerlingen leerstof of vaardigheden leren, hun intelligentie en de pedagogisch-didactische begeleiding door school, kunnen zij deze relatieve achterstand inlopen gedurende de basisschoolperiode. De mate waarin versnelde leerlingen relatief achterlopen ten opzichte van hun nieuwe klasgenoten en in hoeverre ze dat inhalen binnen het basisonderwijs, is niet uit onderzoek bekend.

    Lees meer