Om evenredigheidsvergelijkingen binnen natuurkunde op te lossen hebben leerlingen meerdere vaardigheden nodig, ook wiskundige. Ze moeten kunnen werken met breuken, verhoudingen en evenredigheden. En ze moeten inzicht hebben in en begrip hebben van verschillende wiskundige representaties van een evenredig verband, zoals weergegeven in een tekst, formule, grafiek of figuur. Verder moeten leerlingen wiskundige vaardigheden inzetten in een natuurkundige context, en de natuurkundige betekenis van de constanten en variabelen begrijpen. Ten slotte hebben zij vaardigheden nodig om vergelijkingen op te lossen. Een werkzame aanpak is dat leerlingen deze vaardigheden in samenhang verwerven.
Geactualiseerd: oktober 2024
Er is geen Nederlands onderzoek bekend naar factoren die succesvol opstromen in het voorgezet onderwijs kunnen voorspellen. Onderwijsmobiliteit is kenmerkend voor het Nederlandse onderwijsstelsel; onderwijssystemen in andere landen kennen de mogelijkheid tot opstromen niet. Er is dan ook geen relevant internationaal onderzoek beschikbaar.
Studies naar de effecten van indeling in niveaugroepen op de motivatie van leerlingen, laten een wisselend beeld zien: positief, negatief of neutraal. De aanpak van de leraar en kenmerken van een leerling hebben echter een belangrijker invloed op de prestaties en motivatie dan de indeling in niveaugroepen.
Het spreiden van leerstof over langere periodes bevordert het leerrendement, maar dat gegeven valt niet zonder meer te vertalen naar periodisering in het voortgezet onderwijs. Frequent toetsen leidt tot een grotere en een meer evenredig verspreide inzet door leerlingen. Dit pleit niet zozeer voor indeling van het schooljaar in drie of vier periodes, als wel voor het gebruik van tussentijdse formatieve toetsen – naast toetsen in een toetsweek. Of regelmatig toetsen van invloed is op motivatie en toetsangst is niet duidelijk.
Klassengrootte heeft over het algemeen geen invloed op de leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Wel is er beperkt bewijs dat risico-leerlingen en leerlingen met een laag opgeleide moeder profiteren van kleinere klassen. Klassenverkleining is vooral effectief bij jonge leerlingen in het basisonderwijs. Hoe ouder de leerling, hoe kleiner de invloed van klassengrootte is. Over de inzet van assistenten in het voortgezet onderwijs in relatie tot klassengrootte is weinig bekend.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Interventies gericht op afzonderlijke teamleden, het team als geheel en de schoolorganisatie kunnen zorgen voor een effectieve implementatie van innovaties. Randvoorwaarden betreffen motivatie, groepsstructuur, begeleiding en contact, en faciliteiten. Daarnaast is aandacht nodig voor het gedrag van de professionals. Hierbij zijn ‘autonomie en toewijding in een constructief groepsproces met voldoende experimenteerruimte’ van belang. Sterk leiderschap en opvolging van de innovaties bevorderen een effectieve implementatie. Dat is mogelijk als de inhoud ook aansluit op de carrière van het teamlid, de taak van het team en deskundigheid in de organisatie.
Of het gebruik van digitale middelen bij het lesgeven leidt tot een hogere efficiëntie of vermindering van werkdruk bij leraren is niet wetenschappelijk bewezen. Het is onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk om met ict de werkdruk te verminderen. Daarvoor moet een leraar toegang hebben tot ict-faciliteiten op school en thuis, het dagelijks gebruiken en vertrouwen hebben in eigen kunnen (self-efficacy). Ook de kwaliteit van scholing en training kan leiden tot minder werkdruk. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de inzet van ict voor individueel onderwijs, bij lesvoorbereiding en nakijkwerk, een tijdsbesparing kan opleveren.
Er is weinig onderzoek bekend naar de voor- of nadelen van flexibele lesuren voor de leerprestaties en motivatie van leerlingen. Uit ander onderzoek blijkt wel dat keuzevrijheid een positief effect heeft op motivatie, maar niet direct op de prestaties. Als leerlingen meer keuzevrijheid krijgen om zodoende hun leerprestaties te verbeteren, moeten ze wel over meer zelfregulerende vaardigheden beschikken. Door leerlingen te begeleiden in het keuzeproces kunnen zij die vaardigheden aanleren.
Succesfactoren bij het aangaan en onderhouden van een relatie met de omgeving zijn een gedeelde visie, leiderschap en coördinatie, draagvlak, communicatie, vertrouwen, kwaliteit en aandacht voor randvoorwaarden. Aanvullingen op of afwijkingen van deze factoren zijn afhankelijk van het doel waarmee de school voor voortgezet onderwijs de samenwerking aangaat. Naar samenwerking specifiek gericht op de vormgeving van burgerschap is in Nederland geen onderzoek verricht.
Vwo-leerlingen kunnen onderzoekende competenties ontwikkelen door onderzoeksopdrachten uit te voeren die een geleidelijke opbouw hebben. Een onderzoeksleerlijn die de samenhang tussen verschillende vakken creëert, geeft docenten en leerlingen houvast. Belangrijk is wel dat alle betrokken docenten er eenduidige instructies over geven en expliciet de fasen van een onderzoek bespreken. Leerlingen ontwikkelen hun onderzoekende houding beter als zij kunnen werken aan een vraagstuk dat hen interesseert en waarbij zij al doende nieuwe kennis opdoen. Belangrijk is dat de docent hun structuur, passende opdrachten en begeleiding biedt.