Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

436 resultaten

    Bij het gebruik van het EDI-model gaat de instructie voor hoogbegaafde leerlingen vaak te langzaam. Als de leraar voldoende differentiatiemogelijkheden biedt, kan dit model toch goed werken bij hoogbegaafde leerlingen. Zij hebben vaak genoeg aan een zeer korte versie van de instructie en kunnen vervolgens verder werken aan verdiepende en verrijkende opdrachten. Ontdekkend leren en meer keuzevrijheid in wat ze leren, waar mogelijk in een groepje gelijkgestemden, werkt ook motiverend voor hen.

    Lees meer

    Reflectie op het eigen leerproces is zinvol voor basisschoolleerlingen, al vanaf de onderbouw. Leerkrachten kunnen hiervoor instrumenten als rubrics en portfolio’s gebruiken. Daarnaast zijn er leergangen, methodieken en tools voor leerlingen. Voorbeelden van programma’s die bedoeld zijn om reflectie te stimuleren zijn Tools of the Mind (onderbouw), reflectieschrijfopdrachten (middenbouw) en Denken om te leren (bovenbouw). Nog niet al deze methoden zijn goed onderzocht op effectiviteit.

    Lees meer

    Differentiatie van de instructie op basis van vaardigheidsniveau leidt doorgaans tot betere taal- en leesvaardigheid dan instructie in een groep met uiteenlopende niveaus. Vooral gemiddelde en laagpresterende kleuters profiteren hiervan. Voorwaarde voor goede leeropbrengsten is wel een goed klassenmanagement. Over het effect van instructiegroepering op rekenvaardigheid in de kleutergroepen is weinig bekend.

    Lees meer

    De Cito-LVS woordenschattoetsen zijn beperkt bruikbaar om de ontwikkeling van taalzwakke leerlingen te volgen. Ze zijn namelijk genormeerd op basis van een ‘gemiddelde’ groep leerlingen. Vaardigheidsscores zijn wel bruikbaar, als taalzwakke leerlingen toetsen van een lagere groep maken. Om de opbrengst van het woordenschatonderwijs te meten, is een methodegebonden toets meer geschikt.

    Lees meer

    Geactualiseerd: juli 2024

    Voor hoogbegaafde leerlingen is verrijking van lesstof effectief. Of dat ook opgaat voor goede spellers is niet onderzocht. Wel is bekend dat het vergroten van de taalkundige kennis met aandacht voor spellingprincipes bij brugklassers effectief is. Deze aanpak maakt nu geen deel uit van het taalonderwijs op de basisschool. Het zou geschikt verdiepend aanbod kunnen zijn voor goede spellers in de bovenbouw van de basisschool. Overigens zouden ook mindere spellers baat kunnen hebben bij dit aanbod.

    Lees meer

    Bij het begrijpend leesonderwijs aan zwakbegaafde leerlingen moeten leerkrachten zorgen voor een breed aanbod en voldoende leestijd. Ze geven systematische en expliciete instructie. De leerlingen krijgen veel gelegenheid om (begrijpend) lezen te oefenen. Effectieve instructieprincipes zijn feedback geven, positief bevestigen en belonen, en cumulatief toetsen. Ook ondersteuningskaarten kunnen deze leerlingen helpen bij het begrijpend lezen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 12 maart 2024

    Kinderen laten na training in cognitieve flexibiliteittaken in het algemeen verbeteringen op die taken zien. Bij kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is dat minder duidelijk. Evenmin is duidelijk of kinderen door deze trainingen in de klas of in het dagelijkse leven minder problemen met cognitieve flexibiliteit tonen. Een meer samenhangend cognitief gedragsprogramma (Unstuck and On Target) laat bij kinderen met ASS enige bemoedigende resultaten zien.

    Lees meer

    Digitale geletterdheid koppelen aan het woordenschatonderwijs ligt niet voor de hand. Er zijn waarschijnlijk efficiëntere manieren om gelijktijdig te werken aan woordenschat en aan digitale geletterdheid. Zo lijkt het kansrijk om informatievaardigheid en mediawijsheid – twee belangrijke onderdelen van digitale geletterdheid – te koppelen aan het lees- en schrijfonderwijs. Er is namelijk een grote mate van overlap tussen de respectieve leerdoelen.

    Lees meer

    De inzet van instructievideo’s voorafgaand aan de les heeft voordelen voor het leerproces. Leerlingen hoeven minder mentale inspanning te leveren en ze kunnen de leerstof in hun eigen tempo doorlopen. Verder zijn er meer mogelijkheden tot actief leren. Of instructievideo’s ook de taakgerichtheid van leerlingen in het primair onderwijs beïnvloeden, is niet bekend. Het is aan te bevelen om instructievideo’s voornamelijk te gebruiken voor procedurele informatie en dit op te delen in korte stukken.

    Lees meer

    Geactualiseerd 1 mei 2023

    Het is voor de betrouwbaarheid van een rekenvaardigheidstoets afhankelijk van de normering van de toets of de voorgeschreven tijd moet worden gerespecteerd of niet. Wanneer leerlingen bij toetsen onbedoeld in tijdnood komen, is de validiteit van de toets in het geding. Het is dan beter om, bij toetsen zonder voorgeschreven tijdslimiet, meer tijd te geven dan om minder vragen te stellen. Een leerling die veel tijd nodig heeft kan misschien wel tot een oplossing komen, maar gebruikt daarvoor bijvoorbeeld inadequate oplossingsmanieren.

    Lees meer