Er is bij veel scholen ruimte voor kwaliteitsverbetering. Niet alleen de ‘onvoldoende’ of ‘zwakke’ scholen, maar ook een deel van de scholen die de basiskwaliteit behalen, zouden aanmerkelijk beter moeten kunnen. Hoe?
Kwaliteitsverbetering door financiële prikkels en verantwoording
Door bekostiging te laten afhangen van prestaties kunnen onderwijsinstellingen worden geprikkeld om die prestaties te verbeteren. In het hoger onderwijs gebeurt dat al, in het primair en voortgezet onderwijs niet. Het openbaar maken van onderwijsprestaties stimuleert scholen om te streven naar een hoge kwaliteit. Slechtere prestaties kunnen namelijk leiden tot dalende leerlingenaantallen. Wanneer de beloning van leerkrachten (deels) afhankelijk gemaakt wordt van de onderwijsprestaties, zou dit leerkrachten kunnen prikkelen om hun onderwijs te verbeteren.
Negatieve bijwerkingen van externe prestatieprikkels zijn er ook. Ze kunnen leiden tot manipulatie van metingen en belemmering van onderwijskansen. Een school kan bijvoorbeeld de gemiddelde testscores verhogen door zwak-presterende leerlingen van toetsen uit te sluiten. Daarnaast is er het risico van versmalling van het aanbod. Wanneer prestatieprikkels gericht zijn op een deel van de output van het onderwijs, kan het zijn dat scholen en leerkrachten andere onderwijstaken verwaarlozen.
Kwaliteitsverbetering en de rol van de onderwijsinspectie
Het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs omvat naast de waarborgfunctie nu ook de stimulerende functie. Dit houdt in dat de Inspectie schoolbesturen stimuleert om hun scholen aan te melden voor een onderzoek naar de waardering ‘goed’ of het predicaat ‘excellente school’. De effecten van deze stimulerende functie zijn tot nu toe beperkt.
Als het gaat om verbetering boven de basiskwaliteit kan de inspectie dat het beste doen door een zogenoemde principle-based houding aan te nemen. Dit houdt in dat inspecteurs een open gesprek voeren met schoolbesturen. Deze houding leidt tot meer vertrouwen en openheid, wat belangrijk is om een verbetercultuur tot stand te brengen.
Scholen zijn ook meer gestimuleerd om de kwaliteit te verbeteren als alle geledingen in de school betrokken zijn bij het inspectieonderzoek. Deze werkwijze bewerkstelligt een kwaliteitscultuur en een breder gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijskwaliteit.
Kwaliteitsverbetering door deskundigheidsbevordering
De overheid kan onderwijskwaliteit stimuleren door gunstige voorwaarden te creëren voor deskundigheidsbevordering. Een voorbeeld is de Lerarenbeurs, die leraren ondersteunt bij het volgen van een extra opleiding. Deze opleidingen dragen daadwerkelijk bij aan een stijging van het kwalificatieniveau.
Een andere mogelijkheid is scholen aanzetten tot kennisdeling. Door good practices te delen en demonstreren, kunnen andere scholen deze praktijken overnemen, aangepast aan hun eigen context. Het effect van kennisdeling is indirect. Er is aantoonbaar effect op professionele ontwikkeling, maar een positief effect op onderwijsresultaten treedt alleen op bij relevante kennis.
Kwaliteitsverbetering van binnenuit
Er zijn veel aanwijzingen uit onderzoek dat kwaliteitsverbetering juist vanuit de organisatie zelf moet komen. Een kwaliteitscultuur komt tot stand door een samenspel van betrokkenen, waarin participatie, communicatie en vertrouwen een verbindende rol spelen. Externen hebben maar beperkt invloed op de kwaliteitscultuur. Er bestaat zelfs een risico dat externe prikkels afbreuk doen aan de eigen verantwoordelijkheid en motivatie van scholen.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Hilde Bekkers, Leonie Middelbeek (antwoordspecialisten) en Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde).