Wat draagt meer bij aan de ontwikkeling van peuters: een vve-aanbod met gelijkblijvende of met toenemende intensiteit?

Geactualiseerd: oktober 2024

De duur en de intensiteit van het VVE-aanbod hebben invloed op de ontwikkeling van jonge kinderen. Zowel een langere looptijd in maanden als een structureel hoger aantal uur per dag gaan samen met een betere cognitieve ontwikkeling van kinderen. Echter, de grootste effecten worden behaald met de kwaliteit van de uitvoering, interacties en het curriculum van spel en activiteiten. Er zijn geen studies beschikbaar die gelijkblijvende intensiteit van VVE direct vergelijken met toenemende intensiteit (in contacturen per week).

Gepubliceerd:

Gemeenten zijn verplicht om peuters met een risico op een onderwijsachterstand 16 uur per week voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aan te bieden. In totaal gaat het om 960 uur voor 2,5- tot 4-jarigen.

Beginleeftijd, duur en intensiteit zijn van invloed

Of een VVE-aanbod met gelijkblijvende intensiteit (16 uur per week vanaf 2,5 jaar) of een aanbod met toenemende intensiteit meer of minder bijdraagt aan de ontwikkeling van peuters is niet bekend. Bij toenemende intensiteit gaat het bijvoorbeeld om 11 uur per week voor 2,5-3 jaar, 16,5 uur voor 3-3,5 jaar, en 22 uur voor 3,5-4 jaar.

Wel blijken beginleeftijd, duur en intensiteit per dag van invloed. Zo is het voordelig voor de cognitieve-, taal- en sociale ontwikkeling als kinderen op 2-jarige leeftijd starten met VVE. Hoe langer de deelname aan een VVE-programma hoe groter het effect op de sociale en cognitieve ontwikkeling. De duur verlengen door vóór de leeftijd van 2 jaar te beginnen heeft echter geen effect.

Kwaliteit van het programma heeft grotere invloed

De kwaliteit van het programma en de interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers spelen een grotere rol in positieve uitkomsten voor het kind, dan het aantal uren VVE. Specifiek heeft het onderzoek ‘Pre-COOL’ aangetoond dat de positieve effecten van een VVE-programma sterk afhankelijk zijn van verscheidene kwaliteitsmaten. Het gaat daarbij om de kwaliteit van de uitvoering, de interacties en het curriculum van spel en andere activiteiten. Ook benadrukt het onderzoek het belang van de kwaliteit van een VVE-programma en niet de aanwezigheid van een programma alleen.

Meer weten?

Projectendatabase NKO. Effectstudie Voorschoolse Educatie: een natuurlijk experiment in Nederlandse gemeenten.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Eline van Rossum en Elizabeth Wynberg (antwoordspecialisten), Sandra Beekhoven en José Mulder (kennismakelaars Kennisrotonde). Zij hebben daartoe Pauline Slot, Floris Burgers (educatieantropoloog) en Eddie Denessen (kansengelijkheid) geraadpleegd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Uit Europees onderzoek naar voorschoolse educatie en opvang komt naar voren dat een startleeftijd tussen de twee en drie jaar oud het voordeligst is voor de cognitieve, sociale en taalontwikkeling van kinderen. In Noorwegen zijn de effecten onderzocht bij kinderen die al vanaf anderhalf jaar oud met een vve-programma starten. Deze jonge kinderen profiteren van de ontwikkelingsstimulering in kleine groepen. De effecten van ontwikkelingsstimulering in groepen hangen overigens sterk samen met de kwaliteit van de aangeboden voorschoolse educatie.

    Lees meer