Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Dyslexie verwijst naar een specifieke stoornis in het (leren) lezen en/of spellen. Een van de oorzaken van dyslexie zou een probleem in de fonologische taalverwerking zijn. Mensen met dyslexie hebben een verminderd fonologisch bewustzijn. Zij hebben moeite met het verdelen van een woord in klanken (fonemen). Het is voor hen lastig het verschil te zien en aan te geven in woorden die slechts in één klank verschillen. En ze hebben moeite om een koppeling te maken tussen de gesproken klank en de letter(s) op schrift (grafemen).
Fonologie en transparantie
In een vergelijking tussen 15-jarige zwakke en gemiddelde lezers in de moedertaal en in het Engels als vreemde taal, bleken er verschillen te zijn tussen zwakke en gemiddelde lezers in de fonologische processen in beide talen. Zwakke lezers presteerden minder goed.
Bij de fonologische processen of verwerking speelt transparantie een rol. Hoe transparanter de te leren taal des te sneller de fonologische verwerking van die taal. Het Nederlands wordt aangemerkt als een transparante taal, het Engels als een niet-transparante taal. Dit betekent dat de overeenkomst tussen fonemen en grafemen in het Engels kleiner is dan in het Nederlands. Zo kent het Engels 44 fonemen en 561 manieren om deze klanken op te schrijven. Bovendien wijkt de lees- en spellingkennis in het Nederlands af van het taalklanksysteem in het Engels.
De snelheid van het succesvol lezen van woorden in een vreemde taal door volwassenen met dyslexie is afhankelijk van de spellingskenmerken van de moeder- en van de vreemde taal Ook volwassenen met dyslexie hebben nog steeds moeite met snel succesvol lezen. Dat betekent dat in de vreemde taal het probleem van accuraat en vlot leren lezen en/of spellen op woordniveau blijft bestaan.
Leesvaardigheid
Bij het leren lezen van een vreemde taal zijn er daarnaast verschillen tussen leerders met dyslexie die worden toegeschreven aan spellingvaardigheden en compensatiemogelijkheden. Dat betekent dat lezen leren voor de ene dyslectische lezer makkelijker is dan voor de andere lezer.
Als het leren van de vreemde taal later van start gaat, en dus niet simultaan met de verwerving van de eerste taal verloopt, kunnen vaardigheden uit de moedertaal de basis vormen voor het leren van de tweede taal. Leerlingen blijken vaardigheden verworven in de moedertaal (Nederlands) bij lezen, zoals leesstrategieën, bij het lezen in de vreemde taal (Engels) daadwerkelijk te gebruiken.
Een hoger niveau van de mondelinge vaardigheid in het Engels als vreemde taal, waaronder de woordenschat en kennis van de grammatica, is cruciaal voor de leesvaardigheid in het Engels. En leerlingen met dyslexie presteren beter bij mondelinge taalvaardigheid dan bij schriftelijke taalvaardigheid. Mogelijk geeft kennis van gesproken taal leerlingen de gelegenheid de technische problemen te compenseren. Voor leerlingen met dyslexie lijkt het dan ook aan te bevelen de mondelinge taalvaardigheid als uitgangspunt voor het vreemde talenonderwijs te nemen.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan José van der Hoeven (kennismakelaar) in samenwerking met Kyra Willemsen (antwoordspecialist).