Welke kenmerken van een doorgaande lijn van voorschool naar basisschool dragen bij aan de ontwikkeling van VVE-kinderen?

Geactualiseerd: oktober 2024

Een soepele overgang van voorschool naar basisschool kan een positief effect hebben op de aanpassing van kinderen aan de nieuwe situatie. Verondersteld wordt dat een goede doorgaande lijn een positieve invloed heeft op de schoolprestaties, maar dit is vooralsnog niet bewezen. Verondersteld wordt dat ouderbetrokkenheid, samenwerking tussen professionals rond de inhoud en de ontwikkeling van kinderen volgen, van belang zijn.

Gepubliceerd:

Een doorgaande lijn tussen voorschool en basisschool houdt een procesmatige en inhoudelijke afstemming in tussen de voorzieningen van beide onderwijsvormen.

Samenhangende factoren in de doorgaande lijn

Bij de overgang van voorschool naar basisschool zijn drie samenhangende factoren te onderscheiden: de beide onderwijsvormen, de ouders en het kind. Relaties tussen deze factoren bouwen bruggen tussen voorschoolse voorzieningen en het basisonderwijs. De professionals zijn daarbij van essentiële waarde. Alle betrokkenen, dus ook ouders en het kind zelf, kunnen eraan bijdragen dat een kind een goede start heeft op de basisschool.

Een doorgaande lijn kan gerealiseerd worden op drie niveaus: institutioneel, sociaal en curriculair. Dat houdt dat er nauwe banden tussen de twee onderwijssoorten zijn en weinig systeemscheiding. De kinderen zijn goed voorbereid, weten wat ze kunnen verwachten en wat er van hun verwacht wordt. Verder zijn de curricula op elkaar afgestemd en werken de scholen met dezelfde teksten en thema’s.

Samenwerkingsvormen voor een doorgaande lijn

Er is geen onderzoek gevonden waarin alle factoren in samenhang zijn onderzocht. Wel zijn er studies naar verschillende aspecten van de doorgaande lijn.

Samenwerking voorschool – basisschool

Een brede samenwerking tussen alle partijen levert een positieve bijdrage aan een soepele overgang van voorschool naar basisschool en daardoor aan het welbevinden van kinderen. Vooral de samenwerking tussen de professionals van beide onderwijsvormen spelen daarbij een belangrijke rol, ook in het contact met ouders en kinderen.

Of de samenwerking tussen voorscholen en basisscholen een relatie heeft met latere leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren van leerlingen, is niet bekend. Een doorgaande lijn alleen lijkt in elk geval niet voldoende om zwakkere prestaties van VVE-leerlingen te kunnen compenseren.

Samenwerking met ouders

Betrokkenheid van ouders is van belang voor een soepele overgang. Dat maakt het voor kinderen makkelijker en veiliger om de overstap naar het basisonderwijs te maken. Scholen moeten daarbij wel rekening houden met specifieke groepen ouders, die mogelijk elk een andere vormen van samenwerking behoeven. Bijvoorbeeld laagopgeleide ouders, ouders met een migrantenachtergrond of met een kind dat speciale ontwikkelingsbehoeften heeft. In hoeverre de rol en de ervaringen van ouders effect hebben op de ontwikkeling van kinderen, is niet onderzocht.

Kinderen goed voorbereiden op de overgang

Kinderen competenties bijbrengen die zij nodig hebben op de basisschool, helpt hen een doorgaande lijn te ervaren. Wanneer kinderen alvast samen met leeftijdgenoten van de voorschool op de basisschool gaan kijken, wennen ze aan de nieuwe omgeving. De basisschool doet er goed aan de thuiscultuur en de schoolcultuur samen te brengen. De leerkracht kan zich al verdiepen in de achtergrond van de nieuwe leerlingen, zodat zij zich welkom voelen. Een oudere leerling als mentor inzetten, kan dat welkomstgevoel versterken. Net als vriendjes bij elkaar in de klas te zetten. Een doorlopend curriculum doet de rest.

Continuïteit in de begeleiding vergt gedeelde regie

Onderzoek naar startgroepen voor peuters laat zien dat een gedeelde regievorming (deels bij de voorschool, deels bij de basisschool) gunstiger uitpakt voor een inhoudelijke samenwerking dan regie in handen van een van beide partijen. Een essentiële voorwaarde is dat alle betrokkenen nauw contact hebben met elkaar. Ze moeten duidelijk afspreken wat ze onder gebruikte termen bedoelen en wat ze onder interpretaties verstaan.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Karin Hoogeveen, Sandra Beekhoven en José Mulder (kennismakelaars Kennisrotonde.) Zij hebben daartoe Floris Burgers (educatieantropoloog) en Eddie Denessen (kansengelijkheid) geraadpleegd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.