Soorten digitale rekenmethodes
Er zijn drie soorten digitale rekenmethodes te onderscheiden: de minimale, de hybride en de exclusieve vorm. Bij de minimale vorm is de digitale methode een beeldschermversie van de papieren methode. De hybride vorm geeft de papieren lesmethode digitale ondersteuning, bijvoorbeeld door video’s, tips en aanvullende opdrachten. Wanneer de methode geheel digitaal is, heet dat de exclusieve vorm.
De laatste twee vormen kunnen digitale toepassingen bevatten die met een papieren methode niet mogelijk zijn, zoals animaties, individuele tips, gepersonaliseerde opgaven, games en automatisch nakijken. De mate waarin deze elementen aanwezig zijn, verschillen echter sterk per methode, wat het lastig maakt om een eenduidig antwoord te geven op de onderzoeksvraag.
Het effect van digitale technologie
Recent onderzoek laat zien dat basisschoolleerlingen met name profiteren van digitale ondersteuning als het wordt aangeboden naast het reguliere curriculumaanbod.
Ook eerdere onderzoeksresultaten laten een positief, maar klein effect van digitale leermiddelen op de leerresultaten zien. De voorzichtige conclusie is dat digitale technologie een klein effect heeft bij het verwerven van rekenvaardigheden. Het effect is het grootst wanneer digitale interventies aansluiten bij het niveau van de individuele leerling, en traditionele rekenlessen ondersteunen.
Succesfactoren voor leerprestaties
De rekenprestatie van leerlingen hangt af van een groot aantal factoren waarvan de gebruikte rekenmethode er een is. Zo werken factoren door die niet te beïnvloeden zijn, zoals leeftijd, intelligentie en sociaal-economische status van de leerling. Wel beïnvloedbare factoren zijn bijvoorbeeld gedrag, kennis en vaardigheden van de leerkracht, sfeer in de klas, overtuigingen van de leerlingen en de gebruikte leermiddelen en lesmethoden.
Verschillen in rekenprestaties op basisscholen zijn voor ruim negentig procent te verklaren door verschillen tussen leerlingen en voor amper tien procent door kenmerken van de school zoals leerklimaat en rekenbeleid. Dat betekent dat in hoogstens tien procent verschillen in rekenprestaties verklaard kunnen worden door – beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare – factoren uit het onderwijsleerproces.
Factoren waar scholen en leerkrachten invloed op kunnen uitoefenen, liggen vooral op lesniveau. Interventies gericht op instructie- en werkvormen laten een positief effect zien, ongeacht of ze digitaal of niet-digitaal, methodegebonden of niet-methodegebonden zijn. Dat geldt ook voor het toepassen van technologische en niet-technologische hulpmiddelen. Andere te sturen factoren zijn formatieve toetsing, differentiëren in niveaugroepen en het geven van huiswerk.
Het kennis- en vaardigheidsniveau is een van de leerkrachtkenmerken die een rol spelen in het onderwijsleerproces. Andere kenmerken zijn leeftijd (rekenprestaties lijken beter te zijn bij oudere leerkrachten) en mate van tevredenheid over de steun die leerlingen thuis ontvangen. Een belangrijk leerlingkenmerk is de mate van rekenangst.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Rena Punt (kennismakelaar Kennisrotonde), Rinske Stelwagen (antwoordspecialist) en Eveline Schoevers (kennismakelaar Kennisrotonde). Hiervoor is Hans van Luit, emeritus hoogleraar didactiek rekenen-wiskunde geraadpleegd.