Techniekles

Zelfsturing

Dit overzicht bevat een samenvatting van Kennisrotonde-antwoorden over zelfsturing. Een gedetailleerdere weergave van de kennis is te vinden in de onderliggende antwoorden.

Zelfgestuurd leren houdt in dat leerlingen verantwoordelijkheid krijgen voor het leerproces, vanaf het stellen van doelen tot en met de evaluatie. Dit kan een bijdrage leveren aan hun ontwikkeling op school en in hun latere leven. Voor effectieve zelfsturing gebruikt de leerling verschillende leerstrategieën: cognitieve, metacognitieve en motivationele strategieën. De leraar kan instructie geven in de beheersing van die strategieën. Verder is het belangrijk dat leraren zinvolle keuzes aan de leerlingen bieden, procesgerichte feedback geven en zorgen voor een geleidelijke overgang van sturing door de leraar naar zelfsturing.

Leraar voor de klas

Wat is zelfgestuurd leren?

Zelfgestuurd leren houdt in dat leerlingen eigen leerdoelen stellen, vervolgens het leerproces opstarten, dit proces voortdurend bewaken en bijsturen, controleren en evalueren. Zelfsturende leerlingen zetten verschillende leerstrategieën in om de leerdoelen te behalen: cognitieve, metacognitieve en motivationele leerstrategieën.

Naast zelfgestuurd leren wordt in de literatuur ook gesproken over zelfregulerend leren. Verschillende auteurs hanteren verschillende definities van deze begrippen. Wij gebruiken hier steeds het begrip zelfgestuurd leren.

Vaardigheden in zelfgestuurd leren ontwikkelen zich geleidelijk, mits de leraar dit op de juiste wijze begeleidt en ondersteunt. Met deze begeleiding kan al op jonge leeftijd worden begonnen en vervolgens dient hier gedurende de gehele schooltijd aandacht aan te worden besteed. Zelfgestuurd leren ontwikkelt zich namelijk zelfs nog tot na het 22e levensjaar; het brein van de jongere is al die tijd under construction.


De opbrengst van zelfsturend leren

Er zijn twee belangrijke redenen om in het onderwijs te bevorderen dat leerlingen meer verantwoordelijk krijgen voor het sturen van hun leerproces. Ten eerste zijn er sterke aanwijzingen dat zelfgestuurd leren samenhangt met hogere leerprestaties. Ten tweede is zelfsturing belangrijk voor het zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Daarmee heeft zelfsturing niet alleen positieve opbrengsten binnen de context van de school, maar draagt het ook bij aan de ontwikkeling van de leerling.


Onder welke voorwaarden kan zelfsturing plaatsvinden?

Het overlaten van de zelfsturing aan de leerling is niet onder alle omstandigheden effectief. Voorwaarden voor zelfsturing zijn er op het niveau van de leerling en de leraar.
 

De leerling

Of en in welke mate de leerling in staat is tot zelfgestuurd leren hangt af van zijn of haar kennis, ervaring, leeftijd en rijping.

Zelfgestuurd leren vraagt om de inzet van drie soorten leerstrategieën:

  1. Cognitieve leerstrategieën, om de informatie te verwerken en de leerdoelen te bereiken (door bijvoorbeeld onthouden, verbanden leggen, toepassen);
  2. Metacognitieve strategieën om het leren te reguleren: plannen van een taak, de voortgang bewaken en evalueren;
  3. Motivationele of affectieve strategieën om gemotiveerd en met doorzettingsvermogen te leren.

De leraar

Daarnaast is van belang welke ruimte de leraar de leerlingen biedt. Wanneer de leraar veel van de sturing voor zijn of haar rekening neemt, belet dat de leerling om zelf de regie te gaan voeren. Maar ook (te) weinig sturing door de leraar is niet gunstig voor het leerproces.

Om zelfsturing van leerlingen te bevorderen, zouden leraren het volgende moeten doen:

  • Keuzes bieden – Als leerlingen kunnen kiezen voor leertaken waarvan ze de waarde, het belang en de relevantie zien, werkt dat motiverend en stimuleert het de zelfstandigheid.
  • Instructie van leerstrategieën, gecombineerd en geïntegreerd in het curriculum. Essentieel daarbij is dat de leraar het gebruik van deze strategieën aanmoedigt door ‘hints’ te geven, voor te doen (‘modellen’) en hardop denken te stimuleren. Hierbij is aandacht gewenst voor persoonlijke overtuigingen en (mis-)opvattingen van leerlingen, wat betreft regulatie en metacognitie.
  • Feedback op het leerproces – Goede leraren geven aanwijzingen en stimuleren gewenst gedrag. Het bevorderen van zelfvertrouwen en zelfstandigheid werkt veel effectiever dan met feedback op het resultaat.
  • Geleidelijk loslaten – Een geleidelijke overgang van externe sturing (door de leraar), via gedeelde sturing (door leraar en leerling samen) naar interne sturing (door de leerling). Hierbij worden leerlingen ook aangemoedigd om de leerstrategieën in nieuwe situaties in te zetten (transfer).

Dit overzicht is gebaseerd op onderstaande Kennisrotonde-antwoorden: