Zo’n driekwart van de docenten in het middelbaar beroepsonderwijs ervaart een hoge werkdruk. In hoeverre dit het geven van goed onderwijs en de leerprestaties van studenten hindert, is in het mbo niet onderzocht. Uit andere onderwijssectoren zijn er wel aanwijzingen dat er een indirecte relatie is tussen de door docenten ervaren werkdruk en leerlingprestaties. Een ervaren hoge werkdruk leidt tot stressverschijnselen of burn-out, die op hun beurt de motivatie van de docent en de ervaren competenties negatief kunnen beïnvloeden. Dit kan vervolgens negatief uitwerken op de motivatie van leerlingen en hun leerprestaties.
Wanneer meerdere professionals zich dagelijks met dezelfde groep leerlingen bezighouden, zoals gebeurt in het unitonderwijs, zijn het werken vanuit een gedeelde visie en een gedeeld pedagogisch beleid essentieel. Vooral het samen betekenis geven aan goed onderwijs, goed leren en goed lesgeven zijn daarbij belangrijke factoren. Welke invloed deze werkwijze heeft op de ontwikkeling van jonge leerlingen van vier tot zes jaar is echter niet bekend.
Geactualiseerd: 27 november 2023
Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben een vertraagde taal- en spraakontwikkeling. Ze kunnen ook moeite hebben met (voorbereidend) rekenen, vooral met rekentaken die een beroep doen op verbale verwerking. Het is daarom belangrijk dat leerkrachten en begeleiders gericht de ontwikkeling van rekentaal ondersteunen. Daarnaast is het beter als kinderen met een TOS een beperkt aantal taken en/of strategieën krijgen aangeboden. En bij voorkeur worden ouders betrokken bij het stimuleren van de taal- en rekenvaardigheid.
Vrij lezen heeft een positief effect op de taalvaardigheid van studenten. Of er ook (positieve) effecten zijn van vrij lezen op het leerklimaat, daarover is in de wetenschappelijke literatuur niets gevonden. Omgekeerd is wel gebleken dat interventies gericht op lezen het effectiefst zijn in een positief leerklimaat. Verder zijn andere effecten van vrij lezen gevonden, onder andere dat lezen een goede manier is om leerlingen of studenten te laten nadenken over beroepsethiek. En lezen van literaire fictie kan het empathisch vermogen en begrip van andermans leefwereld verhogen.
Het idee is dat leerlingen met een eigen agenda of huiswerkplanner de kwaliteit en kwantiteit van het gemaakte huiswerk verbeteren. Zo zouden zij planningsvaardigheden en andere executieve functies (‘leren leren’) kunnen ontwikkelen. Dit is echter wel afhankelijk van een aantal factoren. De aard van de agenda/huiswerkplanner speelt een rol, net als de vaardigheden in zelfstandig leren van de leerling. Ook het doel waarmee en wijze waarop de agenda/huiswerkplanner wordt ingezet, zijn van invloed.
Participeren in een leernetwerk draagt bij aan de ontwikkeling van de professionele identiteit, kennis en vaardigheden van de deelnemers. Deze persoonlijke factoren maken deel uit van de stuurkracht of professional agency van de deelnemers. Een kritische dialoog en een sturende procescoach zijn essentieel voor (het ervaren van) leeropbrengsten bij deelnemers. Dat leidt tot meer kennis en vaardigheden, en andere opvattingen. Er is geen rechtstreeks verband aangetoond tussen deelname aan leernetwerken en de stuurkracht of agency van de professionals.
De cognitieve capaciteiten van leerlingen voorspellen schoolsucces het beste. Daarnaast zijn leerlingkenmerken als metacognitieve vaardigheden, ontwikkelingsfase en leeftijd van invloed op hun schoolloopbaan. Wat ouders hun kinderen meegeven en wat ze doen ter ondersteuning speelt ook een rol bij schoolsucces. Er is echter nog veel onbekend over de precieze invloed van elk van deze factoren. Omdat de factoren samenhangen met elkaar en met cognitie is de invloed van iedere factor op zichzelf moeilijk te bepalen.
Geactualiseerd: september 2023
Om startende leraren te ondersteunen in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling als leraar, bieden steeds meer scholen inductieprogramma’s aan. Inductieprogramma’s blijken een effectief instrument, want beginnende leraren presteren beter, stoppen minder vaak met het beroep en hun leerlingen halen hogere cijfers. Er bestaat echter geen overeenstemming over hoe een effectief inductieprogramma eruit ziet. Intervisie wordt in de literatuur niet genoemd als een element dat wordt ingezet bij inductie. Hierdoor kunnen dan ook geen uitspraken worden gedaan over de effectiviteit ervan bij inductie.
RALFI is een leesmethodiek voor leerlingen die spellend kunnen lezen, maar langdurig te traag blijven lezen. Om het vloeiend lezen te verbeteren, lezen leerlingen, met ondersteuning, herhaaldelijk een korte motiverende tekst op hoog niveau. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten van RALFI. Maar uit een enkele studie kan voorzichtig worden geconcludeerd dat RALFI de leesvaardigheid van zeer zwakke lezers helpt vergroten. De belangrijkste kenmerken van de aanpak zijn effectief.
Het doel van begrijpend leesonderwijs is dat leerlingen leren hoe ze teksten kunnen verwerken en begrijpen. Leesonderwijs dat aandacht besteedt aan de tekst én aan leesstrategieën lijkt het meest succesvol. Ingrediënten voor effectief leesonderwijs zijn: gebruik van grafische of tekstschema’s, stellen en beantwoorden van tekstvragen, aandacht voor tekststructuur en samenvatten van de tekst. Een lesmodel waarin strategie-instructie geleidelijk overgaat van docentregulering naar leerlingregulering is hierbij bewezen effectief.