Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

870 resultaten

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    Omdat methodisch lesmateriaal voor laagopgeleide volwassenen met Nederlands als moedertaal nagenoeg ontbreekt, kunnen docenten volwasseneneducatie  lesmaterialen Nederlands als tweede taal gebruiken. Om de taal aan te leren moeten de docenten NT2-materiaal tot en met Niveau A2 aanreiken. Het is dan wel belangrijk om ruimte te bieden voor communicatieve vaardigheden, naast expliciete instructie voor grammatica. Dat alles afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van de deelnemer. Ook zorgen authentieke materialen voor leerwinst en kan invoering van leren leren onafhankelijkheid van de deelnemer bewerkstelligen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    De portfoliomethodiek kan een sterke vorm zijn om een leertraject voor het aanleren van de Nederlands taal, rekenen en digitale vaardigheden te evalueren. Hierbij is aandacht voor goede feedback door de supervisor of de docent belangrijk. Ook helpt een kwalitatief goed zelfassessment van de deelnemer. De toetsvormen kunnen verschillend zijn, maar moeten wel een onderbouwde cesuur hebben. Ofwel, de grens tussen voldoende en onvoldoende moet hout snijden.

    Lees meer

    Sinds 2014 is de uitval van pabo-studenten afgenomen. In het studiejaar 2015/2016 stopte 13 procent van de voltijdstudenten voortijdig en 28 procent van de deeltijdstudenten. Het gaat vooral om mannen, studenten met een niet-westerse achtergrond en studenten met een mbo-vooropleiding. Ook onder startende leerkrachten neemt de uitval de laatste jaren af. Na 1 jaar houdt ongeveer 8 procent het voor gezien, na 3 jaar zo’n 15 procent. Redenen om te stoppen liggen op het persoonlijke vlak of hebben te maken met gezondheid. Andere redenen zijn werkdruk en stress, minder goede relaties met collega’s en leidinggevenden, en gebrek aan doorgroeimogelijkheden.

    Lees meer

    Leerlingen met een jonge ontwikkelingsleeftijd (die wat het verstandelijk niveau van functioneren betreft onder het gemiddelde zitten) en met een licht verstandelijke beperking (een IQ tussen de 60-70) hebben vaak moeite om na te denken of te praten over hun eigen cognitie, motivatie, gedrag en over ruimte en materialen. Dat maakt dat ze hun metacognitieve vaardigheden minder goed kunnen ontwikkelen. En die vaardigheden zijn essentieel om te kunnen leren. Participatieve fotografie zou een hulpmiddel kunnen zijn. Het gaat daarbij opdrachten waarin leerlingen digitale beelden maken, hierop reflecteren en deze samen met de leraar of de groep bespreken,. De leraar krijgt dan ook meer zicht op het leerproces van de leerling.

    Lees meer

    Gerichte interventies kunnen probleemgedrag bij leerlingen terugdringen of voorkomen. Welke aanpak het geschiktst is, hangt af van de ernst van de gedragsproblemen en de leeftijd van de leerling. Gaat het om leerlingen tot twaalf jaar, dan is een gedragstherapeutische training voor ouders het effectiefst. Mocht dat niet werken, dan is cognitieve gedragstherapie voor het kind zelf – vanaf acht jaar – een optie. Het gaat dan vooral om training in zelfcontrole en het reguleren van agressie. Daarnaast bevordert de therapie de ontwikkeling van sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen. Ook het versterken van executieve functies kan probleemgedrag terugdringen.

    Lees meer

    Het is voor de taalontwikkeling beter als leerlingen met een andere eerste taal dan het Nederlands direct instromen in het reguliere onderwijs. Deze NT2-leerlingen hebben minimaal vier jaar nodig om op hetzelfde niveau te komen als hun leeftijdsgenoten. In een aparte taalklas missen de leerlingen de rijke input van Nederlandstalige klasgenootjes. Het is wel nodig dat er in het reguliere onderwijs een positief, inclusief schoolklimaat heerst met ruimte voor de moedertaal. Dat geldt voor NT2-leerlingen van alle leeftijden en alle achtergronden. Belangrijk is verder dat ze langdurig en systematisch extra taalondersteuning krijgen van een NT2-specialist.

    Lees meer

    De validiteit van de eindtoets basisonderwijs is in het geding als de leerling de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Vanuit de literatuur zijn geen ondergrenzen voor het taalbeheersingsniveau bekend om een eindtoets te maken. Doel van de eindtoets is echter om het referentieniveau op taal- en rekenniveau bij leerlingen in groep 8 vast te stellen. Aan het einde van de basisschool is voor taal een referentieniveau van 1F gewenst. Toetsontwikkelaars houden daar rekening mee. Daarom kun je er vanuit gaan dat bij nieuwkomers een taalbeheersingsniveau van rond 1F afdoende is om een valide meting te krijgen.

    Lees meer

    Er is weinig wetenschappelijke steun voor positieve effecten van mindsetinterventies in het onderwijs. Veel onderzoeken hebben onvoldoende kwaliteit of er zijn geen effecten gevonden. Als er wel effecten zijn, dan is dat vooral bij specifieke groepen. Bij jonge kinderen hebben mindsetinterventies soms positieve resultaten. Bij oudere kinderen en studenten is er weinig tot geen effect, en soms zelfs een negatief resultaat.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 17 april 2023

    Veel oefenen helpt bij het leren automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen voor rekenen en wiskunde op de basisschool. Zwakke rekenaars zijn gebaat bij programma’s met een systematische lesopbouw, één strategie, directe instructie en herhalingsoefeningen. Over het beste moment en fasering is weinig bekend. Scholen met effectief onderwijs in het automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen rekenen en wiskunde onderscheiden zich van andere scholen door hun invulling van aanbod, onderwijstijd, didactisch handelen, zorg en begeleiding, en kwaliteitszorg.

    Lees meer

    De mogelijkheid van herkansingen voor een tentamen leidt in het hoger onderwijs niet tot betere of slechtere studieresultaten in latere jaren. De prestaties van studenten die via herkansing een vak halen, wijken niet af van studenten die een niet-gehaald vak compenseren. Verder zijn er aanwijzingen dat studenten tamelijk rationale kosten-batenafwegingen maken voor de studietijd die ze investeren in een tentamen. Als ze kunnen herkansen, leidt dat ertoe dat ze minder studietijd investeren. Dit blijkt uit onderzoeken onder economie- en psychologiestudenten en is hoogstwaarschijnlijk ook van toepassing op studenten aan lerarenopleidingen. 

    Lees meer