Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

870 resultaten

    Interventies gebaseerd op sociale steun hebben het grootste effect op veerkracht. Volgens studenten kunnen docenten hen op verschillende manieren steunen bij het overwinnen van moeilijkheden tijdens hun studie en zo bijdragen aan studiesucces. Zij achten het belangrijk dat docenten zich oprecht bekommeren om hun welzijn, proactief begeleiding en hulp aanbieden. Daarnaast is het van belang dat ze beschikbaar zijn, een langdurige en persoonlijke band opbouwen, hen aanmoedigen en uitdagen, en hoge verwachtingen hebben.

    Lees meer

    Leerlingen met hardnekkige lees- en spellingproblemen, al dan niet gediagnosticeerd als dyslexie, kunnen baat hebben bij fonologische spellingbehandeling. Deze behandeling richt zich op het expliciet aanleren van de klankstructuur van woorden en strategieën om de juiste klank-tekenkoppelingen te maken. Vooral zeer zwakke spellers kunnen zodoende opklimmen tot een gemiddeld niveau.

    Lees meer

    Losse studievaardigheidslessen kunnen enigszins bijdragen aan leerprestaties van leerlingen in de bovenbouw van het primair onderwijs. Dit geldt zeker voor prestaties op toetsen waarbij leerlingen concrete problemen moeten oplossen door studievaardigheden in te zetten. Maar als leerkrachten tijdens de vaklessen expliciete en geïntegreerde instructie geven in studievaardigheden, zijn echt betere leerprestaties te verwachten op vakinhoudelijke toetsen.

    Lees meer

    Een bijgesteld schooladvies voorspelt het onderwijsniveau van leerlingen in het derde leerjaar voortgezet onderwijs beter dan een niet-bijgesteld advies. Leerlingen van wie het advies niet is bijgesteld wisselen in het voortgezet onderwijs vaker van niveau. Leerlingen met een bijgesteld advies stromen in het voortgezet onderwijs wat vaker een niveau af en lopen iets vaker vertraging op dan leerlingen zonder bijstelling. Maar deze leerlingen zitten toch gemiddeld een half niveau hoger dan leerlingen zonder bijstelling.

    Lees meer

    Sense-of-belonging gaat over een gevoel van verbondenheid en erbij horen. Voor studenten draagt het bij aan hun studiesucces en welzijn. Ook voor docenten is het belangrijk om zich op hun plek te voelen op hun werk. Wat de directe invloed is van de sense-of-belonging van docenten op die van studenten is niet bekend. Wel kunnen docenten de sense-of-belonging van studenten bevorderen door interactie met en tussen studenten te stimuleren.

    Lees meer

    Visuele educatieve hulpmiddelen en geheugensteuntjes, zoals spellingregels, kunnen alleen effectief zijn als de informatie in lijn is met de instructie door de leerkracht. En er moet tijdens de les specifiek aandacht aan worden besteed. Als de spellingregels ook tijdens de rekenles zichtbaar zijn, dan vormen ze een potentiële bron voor afleiding. In klassen met veel decoraties en versieringen zijn leerlingen vaker afgeleid en behalen ze lagere toetsresultaten dan leerlingen in klassen met minder visuele hulpmiddelen.

    Lees meer

    Directe instructie en zelfinstructie werken voor zwakke rekenaars in het speciaal onderwijs beter dan geleide instructie. De leerkracht biedt bij directe instructie één oplossingsstrategie aan die de leerlingen intensief trainen. Bij zelfinstructie maken leerlingen zich nieuwe leerstof eigen door zelfstandig te oefenen met speciaal daarvoor ontwikkelde opdrachtenreeksen. Er zijn uit onderzoek geen effectieve interventies bekend die leerlingen in het speciaal onderwijs helpen bij het leren memoriseren van getalsymbolen.

    Lees meer

    Vakinhoudelijke en vakdidactische kennis van leerkrachten zouden belangrijke competenties zijn bij de implementatie en uitvoering van thematisch onderwijs. Andere veronderstelde competenties zijn dat leerkrachten het curriculum en de onderliggende samenhang tussen vakken kunnen overzien en dat ze in staat zijn het veranderproces te monitoren. Ook wordt aangenomen dat leerkrachten zich nieuwe toetsvormen eigen kunnen maken en kunnen samenwerken. Empirisch bewijs ontbreekt echter.

    Lees meer

    Voor toetsresultaten maakt het niet uit of de reken- of spellingopgaven in groep 3 digitaal of op papier worden gepresenteerd. Ook verschilt de toetsscore op een digitale toets niet wanneer er digitaal of op papier wordt geoefend. Leerlingen die op papier reken- en spellinginstructie krijgen, kunnen zonder problemen digitale toetsen maken. Het omgekeerde geldt ook: na digitale instructie kan er net zo goed op papier als digitaal worden getoetst. Leerlingen in groep 3 hebben voldoende ICT-vaardigheden om toetsen digitaal te maken.

    Lees meer

    Leeftijd, cognitieve vaardigheden (vooral taalbewustzijn), sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag hangen sterk samen met het oordeel van de leerkracht of een leerling wel of niet toe is aan groep 3. Om een succesvolle overgang naar groep 3 te realiseren, hebben zowel leerkrachten in groep 2 als in groep 3 een taak.

    Lees meer