In de jaren tachtig en negentig werden geen verschillen gevonden tussen combinatieklassen en homogene klassen als het gaat om de kwaliteit van instructie en leerprestaties. Wel ervoeren leerkrachten van combinatieklassen hun werk als zwaarder. De Inspectie van het Onderwijs komt echter recent tot de conclusie dat de onderwijskwaliteit in combinatieklassen lager is dan in homogene klassen. Dit geldt voor uitleg, werksfeer en betrokkenheid van leerlingen. De Inspectie constateert ook dat werken in combinatieklassen veel vergt van leerkrachten.
Leerprestaties van leerlingen in combinatieklassen wijken nauwelijks af van die van leerlingen uit jaargroep-klassen. Leerlingen uit combinatieklassen hebben vaker een positief zelfbeeld en meer zelfvertrouwen. Het combineren van bepaalde jaargroepen is niet slechter of beter voor leerprestaties dan het combineren van andere jaargroepen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Toepassing van het vut-model maakt het mogelijk om tijdens inburgeringslessen de volwassen deelnemers een gedifferentieerde en persoonlijke aanpak te bieden. In de voorbereidingsfase stelt de docent samen met de deelnemer de leerdoelen vast. Aansluitend krijgt de deelnemer directe instructie. Vervolgens staat de praktijksituatie van de deelnemer centraal. In deze uitvoeringsfase speelt de docent een grote rol. Dit geldt ook voor de fase van terugkijken. De docent betrekt de deelnemer bij de reflectie en beloont zijn inzet.
Het aanbieden van Engelse les in de onderbouw van de basisschool leidt niet per definitie tot een betere Engelse taalvaardigheid in de bovenbouw. Vroege starters presteren soms beter op Engelse toetsen dan late starters, maar de verschillen tussen beide groepen zijn klein. De tijd die leerlingen aan Engels besteden en buitenschools contact met Engels in het algemeen werken positief door op de Engelse taalverwerving. Zo hebben kinderen die tweetalig opgevoed worden, een beduidend betere Engelse taalvaardigheid dan kinderen die alleen op school Engels leren.
Voor eigenaarschap voor leren lijkt het in zijn algemeenheid belangrijk om heldere, realistische en uitdagende doelen te stellen. Doelen die zijn afgestemd op de vorderingen en interesses van de leerlingen. Het helpt als leerlingen, begeleid door de docent, deze doelen zelf mee mogen formuleren. Ook begeleiding bij het leren benutten van de doelstellingen in hun leerproces is voor leerlingen van belang. Systematisch onderzoek naar direct effect van leerdoeldenken bij leerlingen in het voortgezet onderwijs ontbreekt echter.
Gelijktijdig leren van twee vreemde talen op de basisschool is mogelijk en effectief. Er is daarbij wel een verschil tussen schriftelijke en mondelinge taalvaardigheden. Instructie voor lezen en schrijven in verschillende talen kan beter na elkaar plaatsvinden, om interferenties te voorkomen. Leren spreken en leren luisteren kan juist goed naast elkaar. Een nieuwe taal leren is makkelijker als deze lijkt op een eerder geleerde vreemde taal.
Leerlingen die staan voor hun profielkeuze hebben baat bij een breed palet aan informatie en persoonlijke begeleiding. Gesprekken met een decaan, mentor of studieloopbaancoach kunnen leerlingen helpen inzicht te krijgen in hun keuzemotieven, en in hun interesses en capaciteiten. Informatie over vervolgopleidingen, beroepen en de arbeidsmarkt moet concreet en realistisch zijn.
Geactualiseerd: 30 januari 2023
De fijne motoriek is de belangrijkste component van schrijfprestaties. Oefeningen die taakspecifiek zijn voor het schrijven vormen een goede voorbereiding, zeker in de begeleiding van zwakke schrijvers. Wil een methode effectief de fijne motoriek verbeteren voor schrijfonderwijs, dan moet deze in het teken staan van schrijven of grafische handelingen. Knippen, plakken en prikken zijn geen effectieve voorbereiding op schrijfonderwijs.
Een gemiddeld niveau van complexiteit en kleur op wanden van het klaslokaal werkt voor het leren van jonge leerlingen het best. Of dat eveneens geldt voor studenten in het mbo is niet bekend. Vakinhoudelijk toegespitste aankleding kan afleiden, vooral voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Stereotype symboliek in de aankleding kan bepaalde groepen leerlingen het gevoel geven minder thuis te horen in het klaslokaal. Anderzijds kan de aankleding zorgen voor een meer authentieke leeromgeving, wat passend is bij de doelgroep van het mbo.
Het realiseren van verbeteringen of veranderingen in schoolorganisaties is complex en vraagt veel van leidinggevenden en onderwijsprofessionals. Welk handelen van schoolleiders precies bijdraagt aan de veranderbereidheid van leraren is niet bekend. Wel is het noodzakelijk om leraren bij verandering en innovatie te betrekken, bij voorkeur onder leiding van een schoolleider die een professionele cultuur stimuleert.