Een schoolhond kan een positieve bijdrage leveren aan het sociaal-emotioneel welbevinden van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. De hond lijkt het positieve in leerlingen te versterken, zoals emotionele stabiliteit, sociaal gedrag en zelfvertrouwen. Ook kan de hond gedragsproblemen en angst verminderen. De schoolhond draagt daarnaast bij aan een positief leerklimaat en overbrugt sociale barrières.
Er is geen onderzoek bekend naar het verschil tussen schrijven of typen bij basisschoolleerlingen voor diepe informatiewerking en ook niet bij leerlingen met ernstige spellingproblemen. Bij leerlingen in het basisonderwijs speelt de mate van automatisering van typen of schrijven wel een grote rol. Als automatisering van typen (door geringe ervaring) of schrijven (bijvoorbeeld door ernstige spellingproblemen) onvoldoende tot stand is gekomen, is het voor leerlingen moeilijker om zich te focussen op relevante informatie.
Basisscholen hebben behoefte aan adequate toetsen voor NT2-leerlingen. In hoeverre leerkrachten accuraat en objectief de Nederlandse taalvaardigheid van NT2-leerlingen kunnen meten met gestandaardiseerde toetsen, is onzeker. Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan. Bij authentieke taaltoetsen verschillen de beoordelingen van leerkrachten over taalvaardigheden, net als de criteria die zij belangrijk achten voor hun beoordeling. Het is dus onduidelijk met welke toetsvormen leerkrachten de taalvaardigheid van NT2-leerlingen accuraat en objectief kunnen meten.
De inzet van devices in de klas heeft de potentie om leerresultaten van basisschoolleerlingen te verbeteren. Of dat daadwerkelijk gebeurt, hangt af van de manier waarop en de context waarin devices gebruikt worden. Ook is het afhankelijk van het doel dat leerkrachten voor ogen hebben. Door de vele toepassingen die devices hebben, is er geen eenduidig overzicht van aspecten die devices in de klas effectief maken om leerresultaten te verhogen.
Wetenschappers nemen aan dat expliciete aandacht voor denkwijzen, ook wel crosscutting concepts (CCC’s) geheten, in de bètalessen belangrijk is om vakinhoud te leren en om hogere orde denkvaardigheden te versterken. Er is echter maar weinig gedegen onderzoek beschikbaar dat het effect ervan aantoont. Uit enkele kleinschalige studies is wel af te leiden dat leerlingen er baat bij hebben als docenten expliciet aandacht besteden aan denkvaardigheden of aan een specifieke denkwijze als systeemdenken.
Leerlingen zijn minder geconcentreerd tijdens het lezen van papieren boeken naarmate zij (thuis) meer tijd besteden aan devices. Ook blijkt dat meer schermtijd (thuis) samenhangt met minder concentratie. Educatieve games spelen aan het begin van de schooldag kan juist zorgen voor meer concentratie tijdens de rest van de dag. Er zijn echter weinig studies die direct onderzoeken of basisschoolleerlingen door gewenning aan feedback en beloning bij digitaal werken minder geconcentreerd en doelgericht zijn bij schriftelijk werken in de klas.
Internationaal onderzoek laat zien dat montessorileerlingen beter rekenen dan leerlingen op andere typen basisscholen. Waarom deze leerlingen beter rekenen is echter nog niet duidelijk. Verklaringen kunnen liggen in de manier waarop scholen invulling geven aan het montessoriconcept, kenmerken van montessorileraren en -materialen en de achtergrond van leerlingen.
De directe invloed van NT2-docenten om de kans op werk van vluchtelingen te vergroten, is beperkt. Hun belangrijkste bijdrage zit in het versterken van de taalvaardigheid van de inburgeraars en ze mogelijkheden aanreiken om het geleerde toe te passen in de werkpraktijk. Verder kunnen de docenten iets doen aan de gezondheid van inburgeraars, door gezondheidsproblemen bij hen te signaleren en door in de lessen aandacht te besteden aan gezondheidsvaardigheden.
Digitale oefenprogramma’s dragen doorgaans bij aan het correct kunnen toepassen van grammaticaregels. Leerlingen lijken vooral geholpen met programma’s die directe en adaptieve feedback geven, en competitie-elementen bevatten. Ook is het bevorderlijk als leerkrachten de informatie uit digitale oefenprogramma’s gebruiken om hun grammatica-instructie aan te passen.
Geactualiseerd: 21 juni 2024.
Bewegen tijdens cognitieve leeractiviteiten zoals rekenen en spellen heeft geen negatieve effecten op leren. Onder bepaalde voorwaarden kan het zelfs een positief effect hebben. Dat is vooral zo wanneer de beweging en de cognitieve activiteit inhoudelijk bij elkaar passen, bijvoorbeeld wanneer leerlingen in een cirkel staan en de leerkracht uitlegt wat een cirkel is.