Geactualiseerd: 20 april 2023
Het maakt waarschijnlijk weinig uit of kolomsgewijs rekenen wel of niet als tussenstap tussen hoofdrekenen en cijferen aan leerlingen wordt aangeboden. De methode waarmee het rekenen wordt aangeleerd heeft weinig invloed op de prestaties. Andere factoren zijn belangrijker.
Woordlabels kunnen deel uitmaken van een tekstrijke omgeving voor leerlingen in groep 1 en 2. Hoewel er geen onderzoek is naar de effecten van het labelen van voorwerpen, is wel bekend dat tekstrijke omgevingen taalontwikkeling bevorderen. Belangrijk daarbij is dat tekst betekenisvol is en dat leerkrachten kinderen betrekken in het gebruik van deze teksten, bijvoorbeeld in spel. Ook moeten leerkrachten hun klaslokaal bewust inrichten; een teveel aan (visuele) prikkels kan afleidend werken.
Meisjes die meisjesonderwijs volgen denken positiever over bèta/techniekvakken en presteren vaak beter op deze vakken. Dit heeft echter te maken met de kenmerken van de meisjes zelf. Het effect van meisjesonderwijs in vergelijking met gemengd onderwijs is verwaarloosbaar. Of meisjesklassen helpen om meer meisjes in techniekonderwijs te laten instromen is nauwelijks onderzocht. Naar het verminderen van uitval van meisjes in techniekopleidingen is geen onderzoek beschikbaar: de groep meisjes is te klein is om langere tijd te volgen.
Er is in het Nederlands één instrument beschikbaar dat specifiek meet hoe kinderen omgaan met gevoelens van boosheid, angst en verdriet, en welke strategieën zij gebruiken om hun emoties te reguleren: de FEEL-KJ. Het instrument bestaat uit een zelfrapportage die kinderen en jongeren van acht tot achttien jaar kunnen invullen. FEEL-KJ is voor het onderwijs goed bruikbaar om inzicht te krijgen in de emotieregulatie van leerlingen.
Geactualiseerd: 22 augustus 2022
Het effect van digitaal toetsen versus schriftelijk toetsen verschilt per leerdomein. Leerlingen presteren slechter op een digitale toets begrijpend lezen dan op een papieren leestoets, zeker als het gaat om een lange en informatieve tekst. Voor spelling is het nog onduidelijk wat het effect is van digitaal dan wel op papier toetsen. Voor rekenen worden uiteenlopende resultaten gevonden: afhankelijk van het soort vraag wordt er bij een digitale toets soms slechter gescoord en soms gelijk.
Er is onvoldoende empirisch bewijs voor het effect van de Shuttle Run test op de fitheid van leerlingen. Wel zijn er factoren die prestaties op de Shuttle Run test beïnvloeden, zoals overgewicht en vertrouwen in eigen kunnen. Leerlingen kunnen worden gemotiveerd voor de test door hen te laten focussen op het verbeteren van de eigen fitheid en vaardigheden in plaats van op de prestatie.
Co-teaching is effectief als ambulante begeleiders werken aan de ondersteuningsbehoeften van basisschoolleerkrachten op basis van gelijkwaardigheid en vertrouwen. Dan kan het handelingsrepertoire van de leerkrachten worden uitgebreid. Ambulante begeleiders vervullen twee rollen: die van collega-leerkracht en die van proces- en strategiebegeleider. Om het handelingsrepertoire van leerkrachten te vergroten, heeft de ambulante begeleider kennis nodig over het toepassen van leerstrategieën. Daarnaast dient hij te beschikken over kwaliteiten als reflectievermogen op zijn eigen handelen en open staan voor andere wijzen van leren door leerkrachten. Verder is hij flexibel en creatief, en in staat te anticiperen op actuele situaties.
Leraren kunnen verschillende strategieën gebruiken om hun emoties te hanteren. Een emotionele situatie herwaarderen in niet-emotionele termen kan bijvoorbeeld helpen. Leren omgaan met emoties door ze te tonen, is ook effectief. Voorts helpt het als de leraren binnen een school het eens zijn over gewenst leerlinggedrag. Er bestaan verschillende instrumenten en trainingen gericht op het herkennen en vervolgens reguleren van stress en emoties. Over de effectiviteit van deze instrumenten is geen informatie gevonden.
Opleiding en professionalisering van schoolleiders draagt op verschillende manieren bij aan hun functioneren en de schoolorganisatie. Zo leidt scholing van schoolleiders tot meer kennis en vaardigheden op het gebied van onderwijskundig leiderschap en schoolverbetering. Tevens vergroot scholing de self-efficacy van schoolleiders, de eigen overtuiging dat zij onderwijsverbeteringen kunnen realiseren. Daarnaast besteden schoolleiders door professionalisering meer tijd aan onderwijskundige taken en het bevorderen van een professionele leeromgeving voor het personeel. Professionalisering van schoolleiders doet er dus toe, voor de organisatie en de medewerkers, maar er is geen bewijs dat dit doorwerkt op de onderwijskwaliteit.
Een lotingssysteem bij overaanmelding voor middelbare scholen zal voor een beperkt deel van de ouders (waarschijnlijk rond de tien procent) reden zijn een andere school te kiezen. Een school waar zekerheid is over plaatsing. Ongeveer driekwart van de ouders zou ondanks de loting de kinderen toch aanmelden. Verschillen hierin tussen scholengemeenschappen en categorale scholen zijn niet gevonden. Het vergroten van brugklassen als alternatief voor loting zal zonder aanvullende maatregelen vermoedelijk leiden tot lagere leerprestaties.