Voor zover bekend is er geen onderzoek gedaan naar de relatie tussen het opleidingsniveau van eerstegraads docenten in het voortgezet onderwijs en hun functioneren als docent. Beginnende, universitair geschoolde vo-docenten vóelen zich wel vaak minder bekwaam en minder goed voorbereid op het vak. En ze hebben minder professioneel zelfvertrouwen dan hun hbo-opgeleide collega’s.
Basisscholen hebben veel ruimte om het vakgebied Natuur & Techniek zelf in te vullen. Daarom is het lastig voor pabo’s om beginnende leerkrachten voor dit vakgebied op te leiden. Pabo’s kunnen studenten helpen door vakkennis en vakdidactiek voor N&T in samenhang aan te bieden. Beginnende leerkrachten kunnen meer succeservaringen opdoen door laagdrempelig te oefenen met vakdidactiek, door vakinhoud concreet te maken en didactiek en inhoud met medestudenten en opleiders te bespreken. Daardoor groeit hun zelfvertrouwen om N&T te geven.
Effectieve begeleiding van stagiairs in het basisonderwijs bestaat uit een combinatie van gerichte feedback en duidelijke doelen. Daarnaast helpen lesobservaties de professionele ontwikkeling van stagiairs in kaart te brengen. In de zogeheten ICALT-methode zijn deze begeleidingsvormen samengebracht. Stagiaires die hiermee werken, bereiken een aanzienlijk hoger niveau van pedagogische en didactische vaardigheden dan stagiaires die andere vormen van begeleiding ontvangen.
Sinds 2014 is de uitval van pabo-studenten afgenomen. In het studiejaar 2015/2016 stopte 13 procent van de voltijdstudenten voortijdig en 28 procent van de deeltijdstudenten. Het gaat vooral om mannen, studenten met een niet-westerse achtergrond en studenten met een mbo-vooropleiding. Ook onder startende leerkrachten neemt de uitval de laatste jaren af. Na 1 jaar houdt ongeveer 8 procent het voor gezien, na 3 jaar zo’n 15 procent. Redenen om te stoppen liggen op het persoonlijke vlak of hebben te maken met gezondheid. Andere redenen zijn werkdruk en stress, minder goede relaties met collega’s en leidinggevenden, en gebrek aan doorgroeimogelijkheden.
Geactualiseerd: september 2023
Om startende leraren te ondersteunen in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling als leraar, bieden steeds meer scholen inductieprogramma’s aan. Inductieprogramma’s blijken een effectief instrument, want beginnende leraren presteren beter, stoppen minder vaak met het beroep en hun leerlingen halen hogere cijfers. Er bestaat echter geen overeenstemming over hoe een effectief inductieprogramma eruit ziet. Intervisie wordt in de literatuur niet genoemd als een element dat wordt ingezet bij inductie. Hierdoor kunnen dan ook geen uitspraken worden gedaan over de effectiviteit ervan bij inductie.