Een disharmonisch intelligentieprofiel bij leerlingen – waarbij verbaal IQ en performaal IQ sterk uiteen lopen - is geen voorspeller of indicator voor probleemgedrag, psychosociale problemen of neurologische problemen. Zo’n profiel voorspelt evenmin leerproblemen of taalachterstanden. Daarvoor is het verbale IQ een betere voorspeller. Of het aantal vmbo-leerlingen met een disharmonisch intelligentieprofiel groeit of afneemt is niet bekend. Wel is duidelijk dat vmbo’ers veel minder lezen dan havo/vwo’ers. Het niveau van tekstbegrip van schoolboeken ligt in het vmbo lager dan in havo/vwo.
Een intensieve toetsweek in het vmbo, waarbij leerlingen meerdere toetsen op een dag moeten maken, draagt niet zonder meer bij aan betere examenresultaten. Onderzoek naar het effect van de intensieve toetsweek in het vmbo is niet voorhanden, maar in andere sectoren is gezien dat leerlingen laat beginnen met voorbereiden, waardoor ze vlak voor de toetsweek keuzes maken welke examenstof ze gaan leren. Het herhaald, cumulatief toetsen van de examenstof (waar een toetsweek onderdeel van zou kunnen zijn) kan wel helpen voor leerlingen om zich beter voor te bereiden op het examen. Door het herhaald toetsen slaan de leerlingen de stof beter op in hun geheugen.
Schriftelijke toetsen en/of schriftelijke toetsitems doen een beroep op de leesvaardigheid van de leerling. Het begrijpen van toetsitems hangt onder andere samen met de woordenschat en de mate waarin het werkgeheugen door de opgave(n) wordt belast. Een aantal factoren kan het tekstbegrip van zwakkere lezers in het vmbo bevorderen. Aandacht voor de context, taalgebruik, tekstverbanden en woordenschat kan het tekstbegrip bij toetsitems en daarmee mogelijk de leerprestaties voor vmbo-leerlingen verhogen. Het idee is dat een beter tekstbegrip tot accuratere antwoorden zal leiden.
Het belang dat een student hecht aan een toets is een van de voorspellende factoren voor de prestatie op de toets. Studenten hechten meer waarde aan een toets als de prestatie meetelt voor hun cijfer. Een resultaatverplichting bij een toets draagt dus bij aan een hogere prestatie dan alleen een deelnameverplichting. De prestatie op een toets en het behaalde kennisniveau zijn niet exact hetzelfde maar liggen wel dicht bij elkaar. Bij goed beantwoorde vragen op een toets (=prestatie) is de kans namelijk groter dat de student op lange termijn nog steeds over de getoetste kennis beschikt (=kennisniveau).
De toetspakketten LOVS Woordenschat van Cito zijn een hulpmiddel om op lange termijn het globale woordenschatniveau (brede woordenschat en diepe woordenschat) en de woordenschatontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen. De resultaten van de toets geven informatie over die ontwikkeling en kunnen helpen om beslissingen te nemen over de schoolloopbaan van leerlingen. Om positieve effecten te sorteren op de woordenschatontwikkeling zouden scholen de toets ook formatief kunnen gebruiken. Dan zetten ze de toetsresultaten in om het woordenschatonderwijs aan te passen. Dit vereist een aantal randvoorwaarden: eigenschappen van de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams.
Schoolcijfers evalueren of leerlingen aan bepaalde standaarden hebben voldaan. Rapportvormen als rubrieken en portfolio’s zijn meer gericht op het bevorderen van het leren. Zij geven inzicht in wat goed en wat minder goed gaat. De keuze voor een rapportvorm hangt voor een groot deel af van de wijze waarop de school zich wil profileren. In opkomst zijn rapportages over (ook) affectieve kenmerken, houding en interactie. Centraal daarin staan interactie met medeleerlingen en docenten, zelfstandigheid, leren leren en samenwerken.
Een goede examentraining sluit aan op de lesstof en is afgestemd op de vorderingen van de leerlingen. Leraren moeten hiervoor de inhoudelijke structuur van testen en examens (her-) kennen en de vereiste prestatieniveaus moeten helder zijn. Op basis van prestaties van leerlingen op eerdere (formatieve) toetsen, kan de leraar verbanden leggen met de beschikbare leerstof en aangepaste instructies en oefeningen geven. Hierdoor ontstaat een positieve 'teaching-to-the-test'.