Dit is de tekst: Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
In een experiment bleken psychologiestudenten bij de toets die meetelde voor een cijfer gemotiveerder om de toets te maken dan studenten die een toets maakten zonder consequenties voor een cijfer. Bovendien maakten de studenten de toets die meetelde voor een cijfer gemiddeld beter dan de toets die niet meetelde voor een cijfer. Het laten meewegen van een toets voor een cijfer heeft een positief effect op de motivatie en motivatie heeft een positief effect op de prestatie. Er lijkt dus bewijs voor het positieve verband tussen het laten meetellen van een toets voor het gemiddelde cijfer en de prestatie op de toets.
Ook is het waarschijnlijk dat studenten zich beter voorbereiden op toetsen waarbij het cijfer meetelt voor hun gemiddelde cijfer. Studenten geven zelf bijvoorbeeld aan dat het belang van een goed cijfer samenhangt met de hoeveelheid tijd die ze besteden aan de voorbereiding op een toets. De extra voorbereiding zal zich vervolgens vertalen in een hogere prestatie tijdens de toets. Studenten hechten dus over het algemeen meer belang aan toetsen die meetellen voor het gemiddelde cijfer dan toetsen die niet meetellen. Het meetellen van een cijfer is overigens een van meerdere factoren die van invloed zijn op de prestatie.
Kennisniveau
De prestatie op een toets en het behaalde kennisniveau liggen dicht bij elkaar maar zijn niet exact hetzelfde. Onderzoeken over de relatie tussen de consequentie van een toets en het kennisniveau zijn helaas niet gevonden. De relatie tussen het maken van toetsen en het kennisniveau is wel uitvoerig bestudeerd, vooral het zogenoemde ‘testing effect’. Leerstof beklijft op de lange termijn beter als studenten er een toets over hebben gemaakt dan wanneer ze geen toets hebben gemaakt. Het effect is sterker wanneer een toets goed is gemaakt. Dus bij een goed antwoord op een toets (=prestatie) is de kans groter dat de student op lange termijn nog steeds over de getoetste kennis beschikt (=kennisniveau).
Motivatie
Dit antwoord lijkt tegenstrijdig met de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan (1985). Deze theorie stelt dat extrinsieke beloningen zoals cijfers niet of zelfs averechts werken. Intrinsieke motivatie – leren omdat het interessant is – heeft een positieve invloed op leerresultaten. Het verschil tussen deze vraag en deze theorie is dat bij de laatste extrinsiek en intrinsiek belonen van studenten met elkaar wordt vergeleken. Bij de huidige vraag wordt de vergelijking gemaakt tussen een extrinsieke beloning en geen beloning.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Carolien van Rens (kennismakelaar Kennisrotonde).