Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Er zijn verschillende manieren om het leren van leerlingen vast te leggen. Bekende methodes naast het geven van cijfers zijn rubrieken en portfolio’s. Beide methodes voor het beoordelen van het leren van leerlingen zijn ontwikkeld uit onvrede over het traditionele schoolcijfer. Zo komt het voor dat docenten twee leerlingen met dezelfde capaciteit geen gelijke beoordeling geven of dat leerlingen met verschillende capaciteiten niet als zodanig (kunnen) worden beoordeeld. Bij het alleen gebruiken van schoolcijfers krijgen leerlingen te weinig feedback over hun tussentijdse vorderingen. Daarnaast lijkt negatieve feedback een negatieve uitwerking te hebben op de inzet en de motivatie van leerlingen.
Toetsen van / toetsen voor
Die onvrede heeft geleid tot een scherper onderscheid in toetsen van het leren en toetsen voor het leren. De eerstgenoemde is de standaard beoordelingsmethode; schoolcijfers geven om te evalueren of leerlingen aan bepaalde standaarden hebben voldaan. Toetsen voor het leren is een vorm om het leren van leerlingen te bevorderen. Deze toetsen groeien als het ware mee met de leerling, zodat de toets op ieder moment tijdens het leerproces een beeld geeft hoever de leerling op weg is om het leerdoel te behalen. Toetsen van het leren zijn afsluitende toetsen en worden meestal afgenomen aan het einde van een serie lessen, aan het einde van het schooljaar of in de eindexamenklas. Beide toetsvormen zijn complementair en sluiten elkaar niet uit.
Naast het traditionele cijferrapport zijn de rubriek en de portfolio in opkomst als beoordelingsmethode voor leerlingprestaties. Een rubriek is een analytische beoordelingsschaal, die aan leerlingen duidelijk maakt wat goed ging en wat minder goed ging. Zij kunnen op basis daarvan nieuwe leerdoelen stellen. Rubrieken worden vooral toegepast bij meer complexe (competentie)vaardigheden óf waar meerdere docenten de capaciteitsontwikkeling van leerlingen beoordelen. Zo dragen rubrieken bij aan een consistente beoordeling. Een portfolio is een map met bewijsstukken van kwaliteiten (producten) en ontwikkelingen (proces). Het portfolio kent drie vormen: het ontwikkelings-, het beoordelings- en het presentatieportfolio. In het ontwikkelingsportfolio staat het zichtbaar maken van de ontwikkeling van de leerling centraal. In het beoordelingsportfolio gaat het primair om het zichtbaar maken van het eindresultaat van de ontwikkeling van de leerling. Het presentatieportfolio laat vooral de producten zien waar de leerling trots op is of waar hij goed in is. Het portfolio toont vooruitgang en ontwikkeling. Belangrijk daarbij is dat de leerling zelf een selectie maakt. De leerling is namelijk eigenaar en dus verantwoordelijk voor zijn portfolio. Reflectie door de leerling op het proces en de producten zijn eveneens van belang. Op deze manier leert de leerling om zijn leerproces bij te sturen. Een portfolio geeft leerlingen de ruimte om keuzes te maken over wat zij willen laten zien en waarop zij beoordeeld willen worden. Dit heeft positieve effecten op de schoolse vaardigheden van de leerling, zijn zelfvertrouwen en zelfregulatie.
De keuze voor een rapportvorm hangt voor een belangrijk deel af van de wijze waarop de school zich wil profileren. Mede daardoor gebruiken scholen ook steeds vaker rapportages gericht op affectieve kenmerken. Naast de cognitieve aspecten krijgt de school inzicht in bijvoorbeeld interactie met medeleerlingen en docenten, zelfstandigheid, leren leren en samenwerken. Belangrijk is verder dat het rapport aansluit bij de doelen in het curriculum, de leerlijnen waarop leerlingen zich ontwikkelen en de aandachtspunten waar de school zich mee profileert.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Rikkert van der Lans (antwoordspecialist) en Ruud van der Aa (kennismakelaar). Zij hebben hiertoe Marieke van der Schaaf (Associate Professor, Director Master Onderwijswetenschappen, Utrecht University) geconsulteerd.