Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

20 resultaten

    Gerichte interventies kunnen probleemgedrag bij leerlingen terugdringen of voorkomen. Welke aanpak het geschiktst is, hangt af van de ernst van de gedragsproblemen en de leeftijd van de leerling. Gaat het om leerlingen tot twaalf jaar, dan is een gedragstherapeutische training voor ouders het effectiefst. Mocht dat niet werken, dan is cognitieve gedragstherapie voor het kind zelf – vanaf acht jaar – een optie. Het gaat dan vooral om training in zelfcontrole en het reguleren van agressie. Daarnaast bevordert de therapie de ontwikkeling van sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen. Ook het versterken van executieve functies kan probleemgedrag terugdringen.

    Lees meer

    Ruim zestig procent van de leerkrachten in het basisonderwijs koppelt de invoering van passend onderwijs (in 2014) aan een hogere werkdruk. Die werkdruk komt volgens hen vooral door een toename in de klas van leerlingen met gedragsproblemen. Leerkrachten vinden gedragsproblemen het moeilijkst om mee om te gaan, en dat speelt mee in de beleving. Het is niet bekend hoeveel leerlingen in het basisonderwijs gedragsproblemen vertonen; geen enkele instantie houdt dat bij. Of er sprake is van een toename sinds 2010 is dus niet vast te stellen.

    Lees meer

    Aanleg, de thuissituatie, de school en de neuropsychologische ontwikkeling van de leerling spelen een rol bij onderpresteren. Om presteren onder een verwacht niveau in het algemeen te kunnen verklaren, is er echter nog onvoldoende duidelijk. Er is evenmin helderheid over de relatie tussen onderpresteren en gedragsproblemen. Een vroege aanpak-op-maat ligt evenwel voor de hand. Scholen en docenten bieden leerlingen dan een veilige omgeving en structuur. Docenten gaan empathisch met de leerlingen om, waarbij het welbevinden van de leerlingen extra aandacht verdient, ook van de meisjes.

    Lees meer

    Leraren kunnen verschillende strategieën gebruiken om hun emoties te hanteren. Een emotionele situatie herwaarderen in niet-emotionele termen kan bijvoorbeeld helpen. Leren omgaan met emoties door ze te tonen, is ook effectief. Voorts helpt het als de leraren binnen een school het eens zijn over gewenst leerlinggedrag. Er bestaan verschillende instrumenten en trainingen gericht op het herkennen en vervolgens reguleren van stress en emoties. Over de effectiviteit van deze instrumenten is geen informatie gevonden.

    Lees meer

    Escalerend leerlinggedrag kan worden voorkomen of verminderd door gerichte interventies van de leraar. Bijvoorbeeld door een time-out, het tijdelijk de klas uitsturen van een leerling. De leraar moet in dat geval kunnen vertrouwen op een deskundige collega, een achterwacht, die de leerling opvangt en tot rust brengt. Deze ondersteuning vereist verbale en non-verbale vaardigheden, alsmede zelfbeheersing, empathie en inzet van lichaamstaal. Over het effect van de achterwacht op scholen is weinig bekend.

    Lees meer

    School-Wide Positive Behavior Support is een interventie die sociaal gedrag bevordert en gedragsproblemen bij leerlingen gericht aanpakt. De inzet ervan kan probleemgedrag verminderen en sociale competenties van leerlingen bevorderen. Of het ook werkt in het mbo is niet bekend, het meeste onderzoek naar dit programma betreft het primair onderwijs. En effecten op leerprestaties zijn nauwelijks onderzocht.

    Lees meer

    Gestreste leerlingen die in instellingen wonen, hebben behoefte aan veiligheid en ‘normaliteit’. Naar school gaan en een bij school betrokken leefomgeving hoort daarbij. Ook zorgverleners zouden, net als ouders idealiter, zich betrokken moeten tonen bij het leren en school. Leren kunnen kinderen in deze bijzondere omstandigheden dus wel, maar misschien niet meteen op dezelfde manier als anderen. Gestreste leerlingen kunnen soms niet meteen rustig en geconcentreerd werken, maar er zijn meer manieren om te leren. Een veilige omgeving bieden betekent dus niet dat het leren moet worden uitgesteld.

    Lees meer

    Stoeiende kinderen kunnen stoom afblazen, hun motoriek ontwikkelen, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten en agressief gedrag. Schoolbrede programma’s voor positieve gedragsondersteuning leren kinderen adequaat gedrag aan. Verder kunnen scholen vechtsporten als judo aanbieden om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.

    Lees meer

    Docenten die oog hebben voor de context van gedrag en proactieve strategieën bedenken en plannen, kunnen verstorend gedrag voor zijn. Goed klassenmanagement, waarbij docenten van te voren nadenken over de werkwijze, regels en de sfeer, blijkt effectief. Leerlingen moet het gewenste gedrag wel bewust worden aangeleerd. Dat vraagt voortdurende professionalisering, ondersteund door schoolleiders. Een schoolbrede structurele aanpak met positieve gedragsinterventies komt eveneens ten goede aan het voorkomen en verminderen van verstorend gedrag.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 7 augustus 2022

    Ouders en behandelaars geven aan dat kinderen dankzij zogenoemde reflextherapiemethodes zowel cognitief als gedragsmatig forse vooruitgang boeken. De reguliere wetenschap plaatst reflextherapie in het alternatieve circuit. Er is nauwelijks onafhankelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze therapieën. Het wetenschappelijke bewijs voor de effectiviteit van INPP-therapie en aanverwante interventies is zeer mager.

    Lees meer