Mindfulnesstrainingen op school kunnen zorgen voor vermindering van stress bij kinderen en hebben soms een (klein) positief effect op cognitieve en sociaal-emotionele processen. Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen dat mindfulnesstrainingen effect hebben op leeropbrengsten en gedrag.
Een combinatie van groep 3 met een groep 1/2 kan even goed, slecht of neutraal uitpakken als een combinatie met een groep 4/5. Er zijn geen gegevens bekend over welke combinatie bevorderlijk zou zijn voor leerprestaties of sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Zeker bij kleine groepen ligt het voor de hand om te kijken naar de werkhouding en de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen. Dit in plaats van een algemene richtlijn te volgen die hier geen rekening mee houdt.
De gevolgen van het halen van veel hoge of juist veel lage cijfers lopen in het voortgezet en hoger onderwijs flink uiteen. Cijfers motiveren leerlingen en studenten tot leren en het halen van hogere cijfers. Maar het krijgen van cijfers kan ook leiden tot gevoelens van angst. Lage cijfers zorgen logischerwijs voor negatieve gevoelens bij leerlingen, hoge cijfers juist voor positieve gevoelens. Er is weinig bekend over hoe basisschoolleerlingen het krijgen van een cijfer ervaren.
Muziekonderwijs in de breedste zin lijkt bij te dragen aan groepscohesie en aan de ontwikkeling van sociaal gedrag van leerlingen. Over het effect van specifiek instrumentale muzieklessen is weinig bekend, behalve dat ze waarschijnlijk invloed hebben op sociaal gedrag. Verder liggen er mogelijk kansen voor het ontwikkelen van groepscohesie door wekelijkse instrumentale muzieklessen aan te bieden.
Er is in het Nederlands één instrument beschikbaar dat specifiek meet hoe kinderen omgaan met gevoelens van boosheid, angst en verdriet, en welke strategieën zij gebruiken om hun emoties te reguleren: de FEEL-KJ. Het instrument bestaat uit een zelfrapportage die kinderen en jongeren van acht tot achttien jaar kunnen invullen. FEEL-KJ is voor het onderwijs goed bruikbaar om inzicht te krijgen in de emotieregulatie van leerlingen.
Geactualiseerd: september 2023
Er is geen empirische bewijs bekend dat onwaarheden vertellen effect heeft op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. Wat de gevolgen zijn van het vertellen van leugentjes om bestwil, of onwaarheden over bijvoorbeeld sinterklaas op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is niet bekend. Liegen tegen kinderen lijkt ertoe te leiden dat kinderen zelf ook meer liegen. Op latere leeftijd kan dit zorgen voor probleemgedrag. Ontdekken dat fantasiefiguren zoals sinterklaas niet bestaan, blijkt bij kinderen, in tegenstelling tot bij hun ouders, weinig negatieve gevoelens op te roepen.
Geactualiseerd: 8 februari 2024
Pesten binnen het onderwijs kan worden teruggedrongen; een aantal antipestprogramma’s is effectief gebleken. Effectieve aanpakken combineren interventies op school-, klassikaal en individueel niveau. Antipestprogramma’s richten zich veelal op meerdere doelen; niet alleen pesten terugdringen, maar welbevinden bevorderen, weerbaarheid, sociaal gedrag aanleren, et cetera. Welk programma voor een bepaalde school de beste keus is, hangt af van de context en de concrete doelen die de school ermee wil bereiken.
Leerlingparticipatie stimuleert vaardigheden van leerlingen die actief zijn in bijvoorbeeld een leerlingenraad. Ze ontwikkelen diverse algemene vaardigheden en burgerschapsvaardigheden, hebben meer zelfvertrouwen en krijgen een betere sociale positie. Leerlingen beoordelen scholen waar veel mogelijkheden zijn om te participeren vaker als een school met een goed schoolklimaat en een goed schoolethos. Dat kan zich vertalen in een hogere motivatie voor school van alle leerlingen. Aanwijzingen dat participatie leidt tot beter schoolbeleid en via die route leidt tot betere leerprestaties, hebben we niet gevonden.
Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen in het basisonderwijs zonder ondersteuningsbehoefte en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbo). Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.
Bekend is dat zorgleerlingen met leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden in het regulier onderwijs, die (nog) niet zijn verwezen naar het speciaal onderwijs, een lager welbevinden hebben dan vergelijkbare leerlingen in het speciaal onderwijs. Dat komt doordat zij zich, anders dan bijvoorbeeld licht verstandelijk beperkte leerlingen, vergelijken met de ‘gemiddelde’ leerling op een reguliere school. Er zijn echter geen onderzoeksresultaten beschikbaar die iets zeggen over het effect van de overstap van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs of andersom op het welbevinden van leerlingen.