Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Basisschoolleerlingen maken gemiddeld in de acht jaar dat ze op school zitten 72 landelijk genormeerde toetsen en een veelheid aan methodegebonden toetsen. Er is weinig bekend over hoe ze het krijgen van een cijfer ervaren. Duidelijk is wel dat de sociale en emotionele competenties van leerlingen van invloed zijn op de resultaten die zij halen op school.
Motivatie of angst
Leerlingen in het voortgezet onderwijs en studenten in het hoger onderwijs reageren uiteenlopend op het krijgen van cijfers. Zo hebben studenten liever een cijfer dan een beoordeling als ‘voldaan/niet voldaan’. Weten dat ze een cijfer krijgen, versterkt hun motivatie om betere antwoorden te geven. Studenten zien sommige toetsen als kans om hun gemiddelde omhoog te halen, om door te kunnen stromen naar andere studierichtingen en als beloning voor hun inzet. Voor andere leerlingen en studenten veroorzaakt een cijferbeoordeling juist gevoelens van angst. Bij die groep dus geen verhoging van de motivatie.
Feedback in plaats van cijfers ondersteunt basale psychologische behoeften. Feedback versterkt de motivatie en bevordert het vertrouwen tussen docenten en studenten en de samenwerking tussen studenten.
Studenten aan de universiteit vinden het vooral belangrijk dat er eerlijk becijferd wordt. Dat heeft invloed op hoe studenten naar de docent kijken en op hun motivatie en hun manier van leren. Cijfers zijn eveneens van invloed op de betrokkenheid van leerlingen bij school. Zo zijn middelbare scholieren die veel lage cijfers halen minder emotioneel en gedragsmatig betrokken bij school dan leerlingen die hogere cijfers halen.
Compliment
Een hoog cijfer zien sommige leerlingen als een compliment. En complimenten krijgen van de leerkracht heeft een positief effect op het zelfvertrouwen van leerlingen. Leerlingen complimenteren op hun inzet is effectiever dan complimenteren op hun intelligentie.
Leraren in alle sectoren van het onderwijs vinden het lastig om eerlijke, accurate en zinvolle cijfers te geven aan leerlingen die specifieke ondersteuning nodig hebben. Vooral als die leerlingen in het reguliere onderwijs zitten. Om het zelfbeeld van hen te beschermen, passen leraren vaak het cijfer aan voor deze leerlingen. Het gevolg is dat het cijfer weinig zegt over de feitelijke prestatie of het prestatieniveau. Een oplossing kan zijn om het geven van cijfers te splitsen over drie verschillende criteria: product (met de focus op wat een leerling weet en kan), proces (met de focus op wat de leerling doet om hier te komen) en voortgang (met de focus op groei van de leerling).
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lisette Uiterwijk (kennismakelaar Kennisrotonde).