Vrijwel alle ouders vertellen onwaarheden tegen hun kinderen in een poging daarmee het gedrag van hun kind te beïnvloeden. Wat bijvoorbeeld bijna alle ouders wel eens doen is het dreigen met het kind achter te laten als deze niet mee wil komen. Onwaarheden worden verteld door ouders om verschillende redenen en zijn in te delen in drie categorieën:
- instrumentele onwaarheden, bedoeld om het gedrag van kinderen te beïnvloeden
- pro-sociale onwaarheden om kinderen zich beter te laten voelen over zichzelf
- onwaarheden over fantasiefiguren als de kerstman, sinterklaas of de tandenfee.
Kinderen leren al op jonge leeftijd dat er verschillende typen leugens zijn en kijken daar ook op een verschillende manier tegenaan. Ze vinden het acceptabeler als het doel van de leugen is om de gevoelens van anderen te sparen, dan wanneer het doel is om iemands fouten te verbergen. Kinderen zijn geneigd verhalen van volwassenen te geloven, omdat ze erop vertrouwen dat wat volwassenen vertellen waar is. Desondanks geloven kinderen niet zomaar alles. Ze zijn selectief in wat ze willen geloven, vooral als antwoorden van volwassenen niet consistent zijn.
Onderzoek uit Amerika en Canada laat zien dat het geloof in de kerstman stopt wanneer kinderen rond de 6 à 8 jaar oud zijn. Rond deze leeftijd ontwikkelen kinderen het vermogen om op een meer conceptueel niveau te denken. Dit betekent dat zij beter onderscheid kunnen maken tussen echte en niet-echte gebeurtenissen. De acceptatie van onwaarheden over fantasiefiguren is dus niet alleen afhankelijk van wat hun daarover verteld wordt, maar ook van het inzicht dat kinderen ontwikkelen op dit vlak.
Meer dan de helft van de kinderen komt zelf achter de waarheid, een derde hoort het van de ouders en bij de rest is het een combinatie van deze twee. Hoe kinderen erachter komen heeft geen invloed op hun gevoelens hierover. Wel is duidelijk dat ouders er meer moeite mee hebben dan kinderen. Kinderen ervaren weinig negatieve gevoelens bij de overgang van wel naar niet geloven.
Gevolgen van liegen tegen kinderen
Kinderen leren sociaal gedrag aan door voordoen en nadoen. Liegen tegen kinderen in de leeftijd van 5 tot 7 jaar zorgt ervoor dat kinderen zelf ook meer liegen. Kinderen zijn daarbij eerder geneigd om te liegen tegen een onbekende volwassene die zelf eerst tegen hen gelogen heeft. Daarnaast zijn er meer zaken die het al dan niet liegen van kinderen beïnvloeden, zoals leeftijd, theory of mind (het vermogen om je te verplaatsen in het perspectief van de ander) en executieve functies (hogere cognitieve regelfuncties van de hersenen die zorgen voor doelgericht gedrag). Van invloed zijn ook de morele waarden die een kind heeft: kinderen die eerlijkheid een belangrijke waarde vinden zullen minder geneigd zijn om te liegen.
Als kinderen gaan liegen, kan dat negatieve gevolgen hebben op latere leeftijd zoals probleemgedrag, asociaal gedrag, diefstal, criminaliteit, vechten en depressiviteit. Of het vertellen van de verschillende typen onwaarheden (instrumentele onwaarheden, pro-sociale onwaarheden en onwaarheden over fantasiefiguren) verschillende gevolgen heeft op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is niet bekend.
Onderzoek heeft wel aangetoond dat liegen tegen kinderen op jonge leeftijd wel een negatief effect als ze eenmaal jong volwassen zijn. Als ze op jonge leeftijd zijn voorgelogen door hun ouders lijken ze meer geneigd zelf tegen hun ouders te liegen. Daarnaast lijken deze jongvolwassenen meer psychosociale problemen te ervaren, zoals het sterker externaliseren of juist sterker internaliseren van problemen.
Meer weten?
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lisette Uiterwijk (kennismakelaar Kennisrotonde), update Judith Amels (kennismakelaar Kennisrotonde).