Veranderingen in organisatiestructuur binnen scholen, zoals een verandering naar een meerscholendirectie, kan impact hebben op leraren en schoolleiding. Problemen kunnen ontstaan doordat er te veel afstand is tussen management en leraren, waardoor leraren zich niet gezien en gewaardeerd voelen. Een direct antwoord op deze vraag is in de wetenschappelijke literatuur niet gevonden. Er is wél onderzoek naar de invloed van een schoolleider op de schoolcultuur en daarmee op het welbevinden van leraren en ouders binnen een school. Het is belangrijk dat schoolleiders op locatie voldoende tijd en aandacht hebben voor leraren, leerlingen en ouders. En de schoolleiders moeten voldoende zichtbaar zijn, om zo bij te dragen aan een goed leerklimaat.
Ontwerp en ontwikkeling van onderwijs behoort tot de kerntaken van mbo-docenten. Het is echter niet bekend wat een reële tijdsbesteding is voor het ontwikkelen van onderwijs. Wel zijn er aanwijzingen dat het doorvoeren van innovaties en onderwijsontwikkelingen bijdraagt aan een gevoel van hoge werkdruk. Tijdsbesteding is vanzelfsprekend sterk afhankelijk van welke aspecten van het leerplan ontwikkeld en ontworpen moeten worden en de omvang daarvan. Ook competenties en taakopvattingen van docenten hebben invloed op het aantal uren dat ze nodig hebben voor het uitvoeren van die taken.
Deze vraag betreft een gebied waarbinnen nog niet veel onderzoek is verricht. Onderzoek is vooral in de VS gedaan en dan merendeels binnen het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Daar spitsen onderzoekers zich toe op de vraag in hoeverre leerlingen/ studenten überhaupt klanten zijn of zich klanten voelen. Binnen het hoger beroepsonderwijs in Estland is een concreet model ontwikkeld om gegevens over klantbeleving in beeld te brengen.
Leren in leernetwerken biedt een goede insteek voor de professionalisering van schoolleiders. Het is een vorm van informeel leren die tegemoetkomt aan hun leerwensen. Voorwaarden voor effectiviteit zijn: koppeling theorie en praktijk, intensieve, actieve opdrachten in de school en input van experts. Ook is het wenselijk dat de deelnemers de gezamenlijke leerdoelen, leerinhouden en werkvormen mede bepalen. Inhoud en werkwijze moeten worden afgestemd op de loopbaanfase van de deelnemers. Ervaren schoolleiders hebben andere behoeften en voorkeuren dan startende schoolleiders. Binnen zo'n gemengd netwerk kan het zinvol zijn op onderdelen te werken in homogene subgroepen of juist in koppels van ervaren en minder ervaren schoolleiders.
Voor (beginnende) leraren zijn begeleide video-analyse en synchroon coachen met een oortje effectieve manieren om klassenmanagement, didactiek en de pedagogische relatie met leerlingen te ontwikkelen. Hoewel er geen onderzoek naar is gedaan, is het plausibel dat deze werkwijze ook voor beginnende leraren met Asperger effectief kunnen zijn. Het inzetten van strips en films kan personen met Asperger helpen om de gedachtewereld van anderen te herkennen en te begrijpen. Vervolgens leren ze hun eigen gedrag af te stemmen op dat van anderen.
Vo-scholen streven steeds vaker een meer continue verbetercultuur na en willen zich tot een lerende organisatie ontwikkelen. Of kwaliteitsbeleid bijdraagt aan het lerend vermogen van een school of de ontwikkeling naar een lerende organisatie, is niet bekend. Scholen melden zelf andere elementen dan kwaliteitsbeleid die daarvoor belangrijk zijn, bijvoorbeeld goede samenwerking tussen management en werkvloer, de mogelijkheid om zich gezamenlijk te ontwikkelen en een duidelijk plan voor die ontwikkeling.
Lang niet alle handelingsadviezen van externe deskundigen worden door leerkrachten ook echt opgevolgd. Handelingsadviezen worden opgevolgd als 1) de kwaliteit goed is en 2) de leerkracht er ook ‘echt’ mee wil werken. Deze twee elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kwaliteit is goed als de handelingsadviezen aansluiten bij de praktijk, en bruikbaar en uitvoerbaar zijn voor de leerkracht. Het is cruciaal dat de leerkracht wordt betrokken bij de advisering. Adviezen die in samenwerking of co-creatie tot stand zijn gekomen, werken beter. Ook van invloed zijn leerkrachtfactoren, zoals de bereidheid van leraren om te leren, hun zelfvertrouwen, werkervaring en kennis. In alle situaties maken leerkrachten persoonlijk een afweging of het gegeven advies voor hen, in hun situatie de gevraagde tijd en energie waard is.
Digitale leermiddelen geven leraren zicht op de lesvoortgang en leerlingresultaten, waardoor zij leerlingen sneller en gerichter kunnen helpen. Tegelijkertijd hebben leraren moeite met het interpreteren van de gegevens van deze leermiddelen en het inzetten daarvan voor differentiatie. Verder hebben leraren het gevoel dat zij beter de gebruikelijke lesmethodes kunnen gebruiken, omdat die beter aansluiten op de standaardtoetsen.
Een succesvolle aanpak van professionalisering van leraren voor lesgeven met ict hangt samen met de visie van de school op onderwijs en onderwijsvernieuwing. De aanpak moet passen bij de schoolorganisatie. De school biedt ruimte om leraren actief en onderzoekend aan de slag te laten gaan. Het praktisch nut voor de leraar in de lespraktijk staat voorop. Er zijn verschillende competentieprofielen voor leraren voor leren en lesgeven met ict. Het is goed om te kijken wat er al in huis is, wat er mag worden verwacht en wat er nog nodig is.
Leraren werken binnen formele kaders en richtlijnen en dat beïnvloedt hun professioneel oordelen en handelen. Inhoud en werkwijze in het onderwijs liggen voor een groot deel vast omdat er zowel voor po, vo als mbo eindtoetsen en eindexamens worden afgenomen. Leraren lijken hun professioneel handelen in de praktijk desondanks vaker te laten sturen door hun eigen opvattingen over goed onderwijs. Ze kijken daarbij – naar eigen zeggen – veel meer naar de leerling dan naar de leerstof.