Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Handelingsadviezen moeten:
- meerwaarde bieden door voldoende wetenschappelijke input en bijdragen uit de praktijk
- bruikbaar zijn (tijd, middelen) in de lespraktijk
- aansluiten bij de inhoud en didactiek van de onderwijspraktijk en gericht zijn op het leren van het kind
- aanzetten tot actief en onderzoekend leren van de leerkracht
- passen binnen het team waarin de leerkracht werkzaam is en ingebed zijn in het organisatiebeleid van de school
- duidelijkheid bieden over de duur en beoogde opbrengst van de interventie
- inbreng en medezeggenschap mogelijk maken over de te realiseren doelen
- voortbouwen op de eigen ervaringen en zorgen van de leerkracht.
De adviseur moet de context kennen waarvoor de adviezen bedoeld zijn en de leerkracht betrekken bij de advisering. Dat laatste is misschien wel het belangrijkste. Leerkrachten handelen vanuit een eigen opgebouwde subjectieve onderwijstheorie. Nieuwe kennis (wat een handelingsadvies vaak is) moet daarbij aansluiten. De kennis van de leerkracht is de basis voor een vernieuwing. Elk advies start met het verhelderen van het probleem waarvoor advies wordt gevraagd en het expliciet maken van de kennis van waaruit de leerkracht handelt. De interventie of het advies komt in interactie of co-creatief tot stand. De leerkracht geeft zelf mede invulling aan de handeling die gaat plaatsvinden en is zelf betrokken bij de voortgang.
Aandacht voor zorgen
Bij elk handelingsadvies moet aandacht zijn voor de zorgen die een leerkracht heeft bij een vernieuwing. Zorgen om eigen competenties, om de vernieuwing zelf en om de te realiseren opbrengst. Interventies vragen daarom om een zorgvuldige planning en implementatie, rekening houdend met eventuele barrières en hoe deze te slechten. Handelingsadviezen worden uitgevoerd:
- als de leerkracht hierin wordt begeleid door de adviseur
- als de interventie wordt voorbereid en gepland
- als rekening wordt gehouden met eventuele problemen die de leerkracht kan tegenkomen
- als de leerkracht feedback krijgt op het uitvoeren van de interventies in de praktijk.
Bij het wel of niet opvolgen van adviezen speelt de door leerkrachten ervaren legitimiteit van de adviseur een rol. Zij vragen zich altijd af of de adviseur in de positie is om adviezen te geven en/of voldoende relevante kennis en ervaring heeft om goed advies te kunnen geven.
Praktische tips
Er gelden voor handelingsadviezen ook meer praktische eisen/tips. Bijvoorbeeld het gebruik van een ‘a4tje met tips’ voor het omgaan met gedragsproblemen in de klas. Ervaren relevantie door de leerkracht is in alle gevallen van belang. Het is belangrijk dat adviseurs beschikken over een stevige theoretische kennisbasis om leerkrachten goed te kunnen begeleiden. Adviseurs moeten ervoor zorgen dat leerkrachten weten wat ze aan het doen zijn en waarom.
Leerkrachtfactoren die van invloed zijn
Naast factoren die meer samenhangen met het handelingsadvies zelf, beïnvloeden ook persoonlijke leerkrachtfactoren de keuze om een handelingsadvies wel of niet op te volgen. Leerkrachtfactoren zijn bijvoorbeeld het zelfvertrouwen van de leerkracht en de bereidheid om nieuwe dingen uit te proberen. Leerkrachten die vertrouwen hebben in het effect van het eigen handelen, lijken meer te profiteren van adviezen en begeleiding. Ook van invloed zijn werkervaring, tevredenheid met het werk en de beschikbare kennis die leerkrachten hebben over effectieve interventies en over professionalisering van henzelf. In alle gevallen maakt de leerkracht bij gegeven adviezen een afweging of de investering in de nieuwe werkwijze de moeite waard is of niet.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Een voorbeeld van advisering die voldoet aan de beschreven kenmerken is te vinden bij Stichting-leerkracht.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Gerda Geerdink (kennismakelaar) en Geke Klapwijk (antwoordspecialist).