Voor mbo-studenten is communicatie essentieel om te kunnen functioneren in de beroepspraktijk. Daarvoor is het belangrijk dat studenten veel kunnen oefenen, liefst met authentieke taken met betekenisvolle teksten. Daarnaast is het belangrijk om interactie en samenwerking te stimuleren en het leerproces te evalueren. Hiervoor kan de docent interventies inzetten als gezamenlijk herinterpreteren van sociale situaties, peer support en instructie in combinatie met reflectie.
Leerkrachten hanteren uiteenlopende definities van pesten. Ook hebben ze verschillende opvattingen. Deze opvattingen bepalen welke pestgedragingen zij waarnemen en – bewust of onbewust – tegengaan of bekrachtigen. Consistent en weloverwogen ingrijpen is vaak effectief om pestgedrag te stoppen, bij voorkeur op groepsniveau. Het effect van interventies verschilt niet tussen jongens en meisjes.
Leerprestaties van leerlingen in combinatieklassen wijken nauwelijks af van die van leerlingen uit jaargroep-klassen. Leerlingen uit combinatieklassen hebben vaker een positief zelfbeeld en meer zelfvertrouwen. Het combineren van bepaalde jaargroepen is niet slechter of beter voor leerprestaties dan het combineren van andere jaargroepen.
De persoonlijke situatie, bijvoorbeeld problemen met gezondheid, is een belangrijke reden voor beginnende leraren in het voortgezet onderwijs om binnen vijf jaar uit het onderwijs te stappen. Andere redenen hebben te maken met het beroep (bijvoorbeeld werkdruk en stress), de school (bijvoorbeeld weinig doorgroeimogelijkheden en gebrekkige communicatie) en verstoorde relaties met collega’s en leidinggevenden.
Mindfulnesstrainingen op school kunnen zorgen voor vermindering van stress bij kinderen en hebben soms een (klein) positief effect op cognitieve en sociaal-emotionele processen. Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen dat mindfulnesstrainingen effect hebben op leeropbrengsten en gedrag.
Een combinatie van groep 3 met een groep 1/2 kan even goed, slecht of neutraal uitpakken als een combinatie met een groep 4/5. Er zijn geen gegevens bekend over welke combinatie bevorderlijk zou zijn voor leerprestaties of sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Zeker bij kleine groepen ligt het voor de hand om te kijken naar de werkhouding en de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen. Dit in plaats van een algemene richtlijn te volgen die hier geen rekening mee houdt.
De gevolgen van het halen van veel hoge of juist veel lage cijfers lopen in het voortgezet en hoger onderwijs flink uiteen. Cijfers motiveren leerlingen en studenten tot leren en het halen van hogere cijfers. Maar het krijgen van cijfers kan ook leiden tot gevoelens van angst. Lage cijfers zorgen logischerwijs voor negatieve gevoelens bij leerlingen, hoge cijfers juist voor positieve gevoelens. Er is weinig bekend over hoe basisschoolleerlingen het krijgen van een cijfer ervaren.
Muziekonderwijs in de breedste zin lijkt bij te dragen aan groepscohesie en aan de ontwikkeling van sociaal gedrag van leerlingen. Over het effect van specifiek instrumentale muzieklessen is weinig bekend, behalve dat ze waarschijnlijk invloed hebben op sociaal gedrag. Verder liggen er mogelijk kansen voor het ontwikkelen van groepscohesie door wekelijkse instrumentale muzieklessen aan te bieden.
Er is in het Nederlands één instrument beschikbaar dat specifiek meet hoe kinderen omgaan met gevoelens van boosheid, angst en verdriet, en welke strategieën zij gebruiken om hun emoties te reguleren: de FEEL-KJ. Het instrument bestaat uit een zelfrapportage die kinderen en jongeren van acht tot achttien jaar kunnen invullen. FEEL-KJ is voor het onderwijs goed bruikbaar om inzicht te krijgen in de emotieregulatie van leerlingen.
Geactualiseerd: september 2023
Er is geen empirische bewijs bekend dat onwaarheden vertellen effect heeft op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. Wat de gevolgen zijn van het vertellen van leugentjes om bestwil, of onwaarheden over bijvoorbeeld sinterklaas op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is niet bekend. Liegen tegen kinderen lijkt ertoe te leiden dat kinderen zelf ook meer liegen. Op latere leeftijd kan dit zorgen voor probleemgedrag. Ontdekken dat fantasiefiguren zoals sinterklaas niet bestaan, blijkt bij kinderen, in tegenstelling tot bij hun ouders, weinig negatieve gevoelens op te roepen.