Geactualiseerd: 10 januari 2024
Leren dat recht doet aan hun behoeften en mogelijkheden, kan leerlingen met een licht verstandelijke beperking eigenaar maken van hun leerproces. De docent bekijkt samen met de leerling wat de meerwaarde van het leren voor zijn leef- en werksituatie is en welke persoonlijke doelen hij dan kan bereiken. Door coöperatief leren behalen leerlingen met een licht verstandelijke beperking zowel op sociaal als op cognitief gebied winst.
Geactualiseerd: oktober 2024
Mbo-studenten op een Entree, niveau 2 en niveau 3 opleiding dienen op 2F niveau een mondelinge presentatie te kunnen geven. Een mondelinge presentatie geven is echter vaak stressvol. Docenten kunnen studenten helpen bij drie onderdelen van de presentatie: 1) de instructie, 2) de leeractiviteiten en 3) de beoordelingsstrategie.
Thematisch onderwijs kent verschillende vormen. Sommige vormen zijn specifiek gericht op hogere orde vaardigheden lezen en schrijven. Bij de meeste is echter onvoldoende bekend wat de effectiviteit is op de ontwikkeling van de afzonderlijke taaldomeinen schrijven, spreken, luisteren en taalbeschouwing.
Afwijkende fixatie disparatie en afwijkende oogsprongen kunnen samenhangen met dyslexie, maar het is niet zeker dat deze afwijkingen dyslexie veroorzaken. Verschillen in oogbewegingen en fixatie disparatie bij leerlingen met dyslexie lijken eerder een gevolg te zijn van verwerkingsproblemen van geschreven tekst. Er is weinig overtuigend bewijs gevonden voor de effectiviteit van behandelingen om deze afwijkingen bij leerlingen met leesproblemen of dyslexie te verhelpen.
Een algoritmische aanpak (zoals ‘t kofschip) om leerlingen werkwoordspelling aan te leren, is effectief maar niet voldoende. Expliciete aandacht voor de principes van de spelling en voor de soms intuïtieve aanpak van leerlingen om tot een juiste schrijfwijze te komen, lijkt noodzakelijk. Bovendien is het zinvol om grammatica- en spellingonderwijs te integreren.
Woordlabels kunnen deel uitmaken van een tekstrijke omgeving voor leerlingen in groep 1 en 2. Hoewel er geen onderzoek is naar de effecten van het labelen van voorwerpen, is wel bekend dat tekstrijke omgevingen taalontwikkeling bevorderen. Belangrijk daarbij is dat tekst betekenisvol is en dat leerkrachten kinderen betrekken in het gebruik van deze teksten, bijvoorbeeld in spel. Ook moeten leerkrachten hun klaslokaal bewust inrichten; een teveel aan (visuele) prikkels kan afleidend werken.
Basisschoolleerkrachten kunnen leerlingen die het Nederlands niet goed beheersen op verschillende manieren bij de reguliere zaakvaklessen betrekken. Bijvoorbeeld door hen voorafgaand aan de les de belangrijkste woorden te leren. Ook kan de leerkracht de uitleg in het Nederlands geven, de lesstof versimpelen en moeilijk lesmateriaal overslaan. Leerlingen kunnen antwoorden in het Engels of in hun moedertaal en dat antwoord naar het Nederlands vertalen.
Geactualiseerd: 1 februari 2023
Dat leerlingen tot ongeveer hun zevende jaar spiegelend schrijven lijkt gerelateerd te zijn aan het zogeheten lateralisatieproces. Vanaf die leeftijd komt een rijpingsproces van beide hersenhelften op gang, waarbij een helft zich gaat ontwikkelen tot de dominante helft. Tot dan maken de hersenen geen onderscheid tussen links en rechts, wat invloed heeft op het schrijven en lezen. De klasopstelling speelt vermoedelijk geen rol.
Geactualiseerd: 5 januari 2024
Een Internationale Schakelklastraject van één à twee jaar is vermoedelijk te kort voor de meeste nieuwkomers om in het reguliere onderwijs te kunnen instromen op een vergelijkbaar gemiddeld niveau als de reguliere leerlingen. De kans is klein dat ze hun achterstand in het reguliere onderwijs alsnog inlopen zonder aanvullende interventies. Daarbij is er binnen deze groep grote variatie in de achterstand die zij na één à twee jaar ISK-onderwijs nog hebben.
Geactualiseerd: oktober 2024
Er zijn geen studies bekend naar specifieke competenties van ISK-mentoren. Wel is er onderzoek gedaan naar de benodigde competenties van NT2-docenten en pedagogisch medewerkers. Zij moeten beschikken over specialistische kennis van tweedetaalverwerving en bereid zijn om zich te verdiepen in andere landen en culturen. Verder moeten ze in staat zijn om mogelijke trauma’s bij leerlingen te signaleren. Hoewel er de laatste jaren is geïnvesteerd in onderwijs aan nieuwkomers, is het aanbod van methoden, toetsen, intake-instrumenten en leerlijnen beperkt en verouderd.