Het doel van begrijpend leesonderwijs is dat leerlingen leren hoe ze teksten kunnen verwerken en begrijpen. Leesonderwijs dat aandacht besteedt aan de tekst én aan leesstrategieën lijkt het meest succesvol. Ingrediënten voor effectief leesonderwijs zijn: gebruik van grafische of tekstschema’s, stellen en beantwoorden van tekstvragen, aandacht voor tekststructuur en samenvatten van de tekst. Een lesmodel waarin strategie-instructie geleidelijk overgaat van docentregulering naar leerlingregulering is hierbij bewezen effectief.
Succesvolle interventies voor zwakke lezers richten zich op training van klankbewustzijn, training in lettergrepen, training van leessnelheid, woorden en teksten lezen, en oefenen, veel oefenen. Het is belangrijk dat een vertraagde leesontwikkeling snel wordt gesignaleerd en dat er in het leesonderwijs aandacht is voor differentiatie.
Om getalenteerde lezers uit te dagen en te stimuleren in hun leesontwikkeling is een op maat gemaakt, uitdagend leesprogramma nodig. Die lezers hebben behoefte aan materialen waarmee ze hun vaardigheden voor leesbegrip kunnen verdiepen en een variëteit aan teksten van verschillende genres leren waarderen. Verder hebben ze baat bij ontwikkeling en aanmoediging voor kritisch lezen en creatief lezen. Het op hun niveau bevorderen van leesmotivatie en –plezier verdient aparte aandacht. De leerkracht speelt in dat alles een belangrijke rol.
Veel zwakke lezers in de bovenbouw kunnen redelijk technisch lezen, maar hebben vooral problemen met het begrijpen van (meer complexe) teksten, mede als gevolg van een gebrekkige woordenschat en een lage intelligentie. In het onderwijs voor de bovenbouw moet dus nadruk liggen op tekstbegrip en niet op leessnelheid. Het is aan te raden dit onderwijs te laten aansluiten bij de belangstelling van leerlingen en te verbinden met leesteksten gericht op relevante vakinhouden. Intensieve begeleiding van kleine groepen is hierbij een belangrijke voorwaarde.
Veel tijd besteden aan lezen is belangrijk voor de ontwikkeling van leesvaardigheid. Door de leesmotivatie van leerlingen te verhogen, zullen zij frequenter gaan lezen. Daardoor verbetert dus tevens hun leesvaardigheid (technisch lezen en begrijpend lezen). Scholen kunnen het lezen bevorderen door onder andere een grote variatie van boeken voor alle leeftijden aan te bieden. Dit aanbod moet aantrekkelijk zijn en niet alleen fictie (jeugdliteratuur) bevatten maar ook non-fictie (informatieve teksten). Verder is het van belang een leescultuur op school te ontwikkelen, leerlingen te begeleiden bij hun keuzes en tijd in te ruimen om leerlingen die zelf gekozen boeken te laten lezen. Succesvol leesbevorderingsbeleid beperkt zich echter niet tot geïsoleerde activiteiten, maar legt een relatie met het hele basisschoolcurriculum.
Ook voor kinderen met een verstandelijke beperking zijn vaardigheden in technisch lezen en begrijpend luisteren essentieel voor het niveau van begrijpend lezen. Deze kinderen zijn gebaat bij veel en structureel aanbod, systematische en expliciete instructie en veelvuldige oefening in (begrijpend) lezen. Wat helpt is een onderwijsprogramma met onder andere aandacht voor expliciet modelen (voordoen), begeleide inoefening (het geleerde oefenen en toepassen met hulp van de leraar), correctieve feedback, en het bevestigen en belonen van een goed resultaat.
Achterstanden in het aanvankelijk (technisch) lezen zijn moeilijk te voorkomen wanneer zonder methodische ondersteuning wordt gewerkt. Leerlingen die moeite hebben met het automatiseren van woordherkenning moeten leesmateriaal krijgen dat daarvoor geschikt is. Daarnaast is het belangrijk dat zij gerichte instructie krijgen in de letter-klankkoppeling voor steeds moeilijkere woorden, beginnend bij de eenvoudige medeklinker-klinker(s)-medeklinker(mkm)-woorden. Als in ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) geen methode wordt gebruikt, dan moet de school het leesmateriaal zelf maken. En het is noodzakelijk leerkrachten van groep 3 en 4 te professionaliseren in systematische instructie voor zwakkere lezers, gericht op het automatiseren van de woordherkenning in de meest brede zin.
Bij begrijpend lezen is er veel aandacht voor leesstrategieën. Leesstrategieën aanleren heeft vaak positieve effecten op het tekstbegrip van leerlingen in de basisschoolleeftijd. Maar deze positieve effecten zijn in de meeste gevallen aangetoond met methode gebonden toetsen en niet altijd aantoonbaar bij gestandaardiseerde toetsen. Om leesstrategieën aan te leren wordt vaak ‘modeling’ ingezet. Bij 'modeling' doet de leraar de taak of leesstrategie voor als onderdeel van de leesdidactiek. Onderzoek in het voortgezet onderwijs laat zien dat deze aanpak een positieve invloed heeft op het tekstbegrip van leerlingen.
Verschillende vormen van linguïstisch bewustzijn blijken al op jonge leeftijd voorspellend voor latere leesvaardigheid van kinderen. Tijdig aandacht geven aan het aanleren van letters en oefenen met klankbewustzijn is dan ook erg belangrijk.
Expliciete en systematische instructie in auditieve analyse en synthese ondersteunt het leren lezen, vooral wanneer het gecombineerd wordt met het oefenen van letter-klankkoppelingen. Zo kan een kind al op jonge leeftijd fonemisch bewustzijn ontwikkelen. Instructie op dat gebied is het effectiefst in de kleuterleeftijd, als voorbereiding op het formele leesonderwijs.