Welke interventies stimuleren de technische leesontwikkeling van zwakke lezers in groep 3?

Succesvolle interventies voor zwakke lezers richten zich op training van klankbewustzijn, training in lettergrepen, training van leessnelheid, woorden en teksten lezen, en oefenen, veel oefenen. Het is belangrijk dat een vertraagde leesontwikkeling snel wordt gesignaleerd en dat er in het leesonderwijs aandacht is voor differentiatie.

Gepubliceerd:

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

Het Nederlands is een relatief eenvoudige taal voor beginnende lezers, omdat de meeste letters met één klank corresponderen. De meeste kinderen hebben niet veel moeite met goed leren lezen. Toch zijn er in groep 3 grote verschillen in technisch lezen tussen leerlingen. Vooral de leessnelheid en de mate van automatisering van leesprocessen blijven bij zwakke lezers achter. Deze verschillen nemen in de hogere groepen toe. Zwakke lezers lezen langzamer, vaak letter-voor-letter, en dat gaat op den duur ten koste van hun motivatie en leesbegrip. Het is dus van groot belang dat zwakke lezers al in groep 3 snel en accuraat leren lezen, mét aandacht voor de betekenis van hetgeen ze lezen.

Vroegtijdig signaleren

Voor een optimale leesontwikkeling is het belangrijk om problemen in relatie tot lezen vroegtijdig te signaleren en om tijdig in te grijpen. Het gaat in groep 1 en 2 bijvoorbeeld om kinderen die een geringe woordenschat, geringe mondelinge taalvaardigheid of gering fonemisch bewustzijn hebben. In groep 3 draait het om kinderen die rond de herfst nog onvoldoende goed kunnen lezen. Verder betreft het kinderen die halverwege groep 3 zogeheten mkm-woorden (medeklinker-klinker-medeklinker-woorden zoals pen en tak) niet vlot kunnen lezen.

Leesvaardigheidsontwikkeling kan al vroeg worden beïnvloed. Vroegtijdige interventies (in groep 1, 2 en 3) hebben een gemiddeld tot groot effect op de leesvaardigheid van beginnende lezers. Effectieve interventies op technische leesvaardigheid bestaan expliciete instructie, het trainen van fonologische vaardigheden en veel oefenen - eventueel met auditieve ondersteuning – door bijvoorbeeld hardop lezen in beurten of herhaaldelijk lezen van een beperkte set woorden. Verder hebben leerlingen baat bij meer aandacht voor het verwerken van woorden op het niveau van lettergrepen, het verankeren van woorden, het versterken van woordbetekenissen en het overschrijven van woorden. Computergestuurde aanpakken voor het decoderen en herkennen van woorden en een intensieve interventie gericht op het vlot leren lezen van losse woorden, is eveneens een effectieve interventie. Ten slotte zijn er neuropsychologische trainingen beschikbaar, vooral gericht op leerlingen met dyslexie.

Naast bovenstaande interventies is differentiatie bij aanvankelijk technisch en begrijpend lezen eveneens effectief. Voor zowel technisch als begrijpend lezen blijkt een uitgebreid differentiatiemodel het beste te werken. Zo’n structuur is het bekende BHV-model (basisstof, herhalingsstof en verrijkingsstof), dat wordt afgewisseld met niveaulezen en individuele instructie. De zwakke lezers krijgen veel aandacht, terwijl de sterke lezers zelfstandig werken. Leraren die goed inspelen op de behoefte van leerlingen zullen bijdragen aan het positieve effect van differentiatie. Ten slotte is bekend dat de aanwezigheid van adaptief onderwijs en integrale leerlingenzorg voor technisch lezen de leerwinst op het gebied van lezen van leerlingen in groep 3 verhogen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Astrid Kraal (Universiteit Leiden) en José van der Hoeven (kennismakelaar Kennisrotonde). Hiertoe hebben zij Kees Vernooy (Expertis) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Technische leesvaardigheid en passieve woordenschat zijn, samen met begripsvaardigheden, essentiële onderdelen van het leren lezen. Die relatie is wederkerig. Zowel het aantal woorden dat een leerling kent, als wat hij weet over een woord (vorm, betekenis en gebruik) draagt bij aan het snel en accuraat leren lezen van woorden. Daarnaast kan een leerling door technisch lezen nieuwe woorden leren. En er ontstaat ruimte in het werkgeheugen van de leerling om aandacht te besteden aan de betekenis van woorden en aan tekstbegrip.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    Gerichte interventies kunnen bij leerlingen van vier tot acht jaar voor een betere leesvaardigheid zorgen. Vooral de didactiek en methoden, de leerkracht en de leeromgeving dragen bij aan het behalen van betere leesprestaties. Maar het precieze effect van (technisch) leesonderwijs is niet duidelijk, want ook kenmerken van leerlingen, hun thuissituatie en de school hebben invloed. Van laaggeletterdheid is feitelijk pas sprake als iemand geen initieel onderwijs meer volgt waar diegene zijn taalvaardigheidsniveau kan verhogen. Mede daardoor is een eenduidig verband tussen (technisch) leesonderwijs en de mate van geletterdheid niet vast te stellen.

    Lees meer

    Tutorlezen is een effectieve aanvulling op de klassikale leesinstructie. Het bevordert vloeiend lezen en heeft een positief effect op onder andere leesmotivatie en zelfvertrouwen. Wil tutorlezen effectief zijn dan zal het meerdere malen per week in korte sessies moeten plaatsvinden. Belangrijk is daarbij dat het leesmateriaal aansluit op de interesses en het niveau van de zwakkere lezers (de tutee). De tutoren (leerlingen uit hogere groepen of leerlingen met een betere leesvaardigheid) moeten vooraf worden getraind. En hoewel een goede relatie tussen de tutor en tutee essentieel is, dient de samenstelling van tutor-tutee koppels minimaal maandelijks te wisselen.

    Lees meer