Het is niet bekend of luisteren naar muziek invloed heeft op concentratie en motivatie van leerlingen in het primair onderwijs. Er is wel onderzoek gedaan naar het effect van muziek luisteren op cognitieve taken. Achtergrondmuziek blijkt geen, tot een klein negatief effect te hebben op het uitvoeren van cognitieve taken zoals geheugentesten en begrijpend lezen. Er zijn echter ook onderzoeken, bijvoorbeeld onder studenten, die wel positieve effecten vinden.
De ontwikkeling van rekenvaardigheid en inzicht staan bij rekenen centraal. Daarbij is rekenvaardigheid een voorwaarde om inzicht te ontwikkelen. Niet bekend is echter hoe het behalen van beheersingsniveaus in rekenen en rekendidactiek samenhangen. Dus de vraag is niet direct te beantwoorden. Er zijn wel factoren die de rekenontwikkeling kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld gelegenheid creëren om te leren, instructie op maat, uitdagingen bieden en een focus op wiskundig probleemoplossen. Daarbij lijkt didactische ondersteuning, zoals het aanbieden van opgaven met beelden, goed te werken.
Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen. Er zijn verschillende van dit soort theorieën. Een van de bekendste is de theorie van Tuckman, die ook wordt toegepast in het basisonderwijs. Het is echter niet duidelijk of toepassing van deze theorie kan bijdragen aan een positief klasklimaat.
Tutorlezen is een effectieve aanvulling op de klassikale leesinstructie. Het bevordert vloeiend lezen en heeft een positief effect op onder andere leesmotivatie en zelfvertrouwen. Wil tutorlezen effectief zijn dan zal het meerdere malen per week in korte sessies moeten plaatsvinden. Belangrijk is daarbij dat het leesmateriaal aansluit op de interesses en het niveau van de zwakkere lezers (de tutee). De tutoren (leerlingen uit hogere groepen of leerlingen met een betere leesvaardigheid) moeten vooraf worden getraind. En hoewel een goede relatie tussen de tutor en tutee essentieel is, dient de samenstelling van tutor-tutee koppels minimaal maandelijks te wisselen.
School-Wide Positive Behavior Support is een interventie die sociaal gedrag bevordert en gedragsproblemen bij leerlingen gericht aanpakt. De inzet ervan kan probleemgedrag verminderen en sociale competenties van leerlingen bevorderen. Of het ook werkt in het mbo is niet bekend, het meeste onderzoek naar dit programma betreft het primair onderwijs. En effecten op leerprestaties zijn nauwelijks onderzocht.
Van deelname aan de vakwedstrijden wordt verondersteld dat deze tot meer motivatie en enthousiasme van de deelnemende studenten leiden. Bovendien zouden ze bijdragen aan groei in vakmanschap, trots en zelfvertrouwen. Relevant onderzoek naar de effecten van die vakwedstrijden om dit te kunnen bevestigen, ontbreekt echter. Ook is niet duidelijk wat de bijdrage van de vakwedstrijden is aan de kwaliteitsontwikkeling van het beroepsonderwijs.
Geactualiseerd: 1 februari 2023
Dat leerlingen tot ongeveer hun zevende jaar spiegelend schrijven lijkt gerelateerd te zijn aan het zogeheten lateralisatieproces. Vanaf die leeftijd komt een rijpingsproces van beide hersenhelften op gang, waarbij een helft zich gaat ontwikkelen tot de dominante helft. Tot dan maken de hersenen geen onderscheid tussen links en rechts, wat invloed heeft op het schrijven en lezen. De klasopstelling speelt vermoedelijk geen rol.
Geactualiseerd: 5 januari 2024
Een Internationale Schakelklastraject van één à twee jaar is vermoedelijk te kort voor de meeste nieuwkomers om in het reguliere onderwijs te kunnen instromen op een vergelijkbaar gemiddeld niveau als de reguliere leerlingen. De kans is klein dat ze hun achterstand in het reguliere onderwijs alsnog inlopen zonder aanvullende interventies. Daarbij is er binnen deze groep grote variatie in de achterstand die zij na één à twee jaar ISK-onderwijs nog hebben.
Geactualiseerd: oktober 2024
Er zijn geen studies bekend naar specifieke competenties van ISK-mentoren. Wel is er onderzoek gedaan naar de benodigde competenties van NT2-docenten en pedagogisch medewerkers. Zij moeten beschikken over specialistische kennis van tweedetaalverwerving en bereid zijn om zich te verdiepen in andere landen en culturen. Verder moeten ze in staat zijn om mogelijke trauma’s bij leerlingen te signaleren. Hoewel er de laatste jaren is geïnvesteerd in onderwijs aan nieuwkomers, is het aanbod van methoden, toetsen, intake-instrumenten en leerlijnen beperkt en verouderd.
Dyslexie is een probleem waardoor mbo-studenten mogelijk niet vlot of geautomatiseerd kunnen lezen en/of niet accuraat spellen. Studenten met dyslexie hebben baat bij taal gerelateerde ondersteuning, zoals auditieve ondersteuning, wat bewezen effectief is. Ook verlenging van examentijd en ict-ondersteuning zijn mogelijk effectief. Daarnaast is aandacht voor zelfredzaamheid gewenst. Het protocol dyslexie mbo biedt concrete handreikingen voor de begeleiding van studenten met dyslexie.