Dragen zelfwerkzaamheid en groepswerk in rekenonderwijs bij aan een abstract rekenniveau in groep 3-5?

De ontwikkeling van rekenvaardigheid en inzicht staan bij rekenen centraal. Daarbij is rekenvaardigheid een voorwaarde om inzicht te ontwikkelen. Niet bekend is echter hoe het behalen van beheersingsniveaus in rekenen en rekendidactiek samenhangen. Dus de vraag is niet direct te beantwoorden. Er zijn wel factoren die de rekenontwikkeling kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld gelegenheid creëren om te leren, instructie op maat, uitdagingen bieden en een focus op wiskundig probleemoplossen. Daarbij lijkt didactische ondersteuning, zoals het aanbieden van opgaven met beelden, goed te werken.

Gepubliceerd:

© LightField Studios / Shutterstock rekenen

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

In het reken- en wiskundeonderwijs zijn de volgende leerdoelen te onderscheiden:

  • Leren van vaardigheden: accurate, probleemloze en snelle uitvoering van rekenprocedures of -routines. Goede routines bij rekenen zijn noodzakelijk om geheugencapaciteit vrij te maken voor het oplossen van wiskundige problemen.
  • Creëren van conceptueel begrip (inzicht): het leggen van een connectie tussen rekenfeiten, procedures en begrippen. Het leren van een vaardigheid met begrip voorkomt dat kennis geïsoleerd raakt. En het moet voorkomen dat procedures worden vergeten.

Bij deze leerdoelen wordt vaardigheid soms tegenover conceptueel begrip geplaatst, wat onterecht is omdat begrip het leren vergemakkelijkt.

Dit leidt ertoe dat in het referentiekader rekenen is gekozen voor de volgende doelen voor reken- wiskundeonderwijs: “Paraat hebben: gehele beheersing van feiten, begrippen, routines en technieken. Functioneel gebruiken: kunnen toepassen en gebruiken van kennis en vaardigheden in allerlei situaties waarin gerekend en geredeneerd moet worden. Weten waarom: inzicht in principes, formaliseren, abstraheren, overzicht.”

Rekenen stimuleren

Over de relatie tussen rekendidactiek en het bereiken van een abstract rekenniveau is weinig te zeggen op basis van empirisch onderzoek. Dat betekent dat de vraag niet direct beantwoord kan worden. Echter, in het rekenonderwijs lijkt een aantal didactische aspecten wel succesvol. Dit succes is in de literatuur wel onderbouwd, maar niet altijd empirisch bewezen. Het gaat om:

  • De gelegenheid om te leren (opportunity to learn), wat de belangrijkste voorspeller voor leerprestaties lijkt te zijn.
  • Verschillende leerdoelen vragen om verschillende instructie. Het uit het hoofd leren van getallen vraagt andere instructie dan diepe verwerking van rekenproblemen. Dus bepaalde typen instructie ondersteunen het leren van rekenvaardigheden en andere typen instructie ondersteunen conceptueel begrip. Zo zal bijvoorbeeld directe instructie het aanleren van rekenprocedures ondersteunen en zal ontdekkend leren conceptueel leren ondersteunen.
  • Succesvol in de instructie voor verbetering van rekenvaardigheid zijn onder andere modeling (voordoen) door de leerkracht en antwoordgerichte vragen stellen.
  • Voor de ontwikkeling van inzicht of conceptueel begrip hebben leerlingen uitdagingen nodig. Dat betekent dat ze zich moeten inspannen of iets moeten uitzoeken wat niet meteen duidelijk is. Dat kan door hun opgaven te bieden die net boven hun kunnen liggen, in de zogenoemde zone van de naaste ontwikkeling.
  • De ontwikkeling van de vaardigheid in het wiskundig probleemoplossen lijkt ook de rekenontwikkeling te stimuleren. Ondersteuning met beelden kan daarbij goed werken. Het idee is dat zo’n beeldende representatie of concreet model op den duur leidt tot abstracte modellen.

Meer weten? 

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

it antwoord is tot stand gekomen met dank aan José van der Hoeven (Kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Joost Meijer (Kohnstamm Instituut) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Constructivistische rekenmethoden, zoals realistisch reken-wiskundeonderwijs, leveren geen betere resultaten op dan traditionele methoden zoals directe instructie, maar ze doen er ook niet voor onder. De rekenprestaties hangen samen met de kennis en vaardigheden van de leraar, de interactie tussen leraar en leerlingen en de aandacht en tijd voor rekenen-wiskunde. Rekenzwakke leerlingen lijken problemen te ondervinden bij relatief open didactische methoden, omdat zij meer behoefte aan structuur hebben dan betere rekenaars.

    Lees meer

    De effectiviteit van zelfstandige verwerking van rekeninstructie door leerlingen ligt vooral in de kwaliteit van de daaraan voorafgaande instructie en de begeleide inoefening. Elkaar vragen mogen stellen, lijkt voor leerlingen geen kwaad te kunnen. Het helpt misschien juist om hun aandacht bij de taak te houden.

    Lees meer

    Geactualiseerd: september 2020

    Groeperen op leerprestaties heeft positieve effecten, vergeleken met instructie geven aan de hele klas. Homogeen groeperen heeft gemiddeld positievere effecten dan heterogeen groeperen. De effecten van homogeen groeperen zijn daarbij sterker voor taal dan van voor rekenen. Vooral gemiddelde en beter presterende leerlingen hebben baat bij homogeen groeperen. Voor zwakker presterende leerlingen lijkt heterogeen groeperen effectiever.

    Lees meer