Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

366 resultaten

    Directe instructie en zelfinstructie werken voor zwakke rekenaars in het speciaal onderwijs beter dan geleide instructie. De leerkracht biedt bij directe instructie één oplossingsstrategie aan die de leerlingen intensief trainen. Bij zelfinstructie maken leerlingen zich nieuwe leerstof eigen door zelfstandig te oefenen met speciaal daarvoor ontwikkelde opdrachtenreeksen. Er zijn uit onderzoek geen effectieve interventies bekend die leerlingen in het speciaal onderwijs helpen bij het leren memoriseren van getalsymbolen.

    Lees meer

    Leeftijd, cognitieve vaardigheden (vooral taalbewustzijn), sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag hangen sterk samen met het oordeel van de leerkracht of een leerling wel of niet toe is aan groep 3. Om een succesvolle overgang naar groep 3 te realiseren, hebben zowel leerkrachten in groep 2 als in groep 3 een taak.

    Lees meer

    Er zijn aanwijzingen dat laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis in staat zijn technisch te leren lezen. Of dat lukt, in de onderbouw van het speciaal onderwijs, is vooral afhankelijk van de kwaliteit en de intensiteit van een gestructureerd onderwijsaanbod in technisch lezen. Elementen die een positieve bijdrage kunnen leveren zijn expliciete en directe instructie door de leerkracht, veel oefen- en leertijd voor de leerlingen, een rijke taalomgeving en een-op-een tutoring.

    Lees meer

    Het is aannemelijk dat mbo-studenten zelfregulerend leren kunnen aanleren. Dat moet dan wel gebeuren in de context van het vak en via expliciete strategie-instructie. De docent legt uit, doet voor, toetst en geeft hierop feedback. Verder zijn ondersteunende en veilige leeromgevingen van belang. Zelfs als niet alle studenten volledig tot zelfregulerend leren komen, is het aan te raden om als docent aandacht te geven aan ‘leren leren’. Ook laag presterende studenten profiteren namelijk van de ondersteuning daarbij.

    Lees meer

    Gebruik van smartphones in de klas en op school lijkt niet bij te dragen aan het welbevinden van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn aanwijzingen dat leerlingen minder direct contact met elkaar hebben, waardoor ze bepaalde communicatievaardigheden minder goed ontwikkelen.

    Lees meer

    NT2-leerlingen kunnen bij de start van de basisschool moeite hebben met de uitspraak van Nederlandse klanken. Er lijkt echter geen specifieke of extra instructie of oefening nodig te zijn om de correcte uitspraak van het Nederlands aan te leren. Uitspraakfouten bij jonge kinderen verdwijnen in de loop van de tijd vanzelf, naarmate ze meer zijn blootgesteld aan de Nederlandse taal. Vooral tijdens de sensitieve fase – die loopt tot het einde van de puberteit – kunnen leerlingen een hoog beheersingsniveau behalen in de tweede taal.

    Lees meer

    Leerlingen die in de bovenbouw beginnen aan een vreemde taal, presteren aan het einde van hun schoolcarrière vrijwel altijd beter in die nieuwe taal dan leerlingen die in de onderbouw starten. Hoe meer een leerling wordt blootgesteld aan de vreemde taal, hoe beter de prestaties. Het is goed mogelijk om meerdere talen tegelijk te leren. Leerlingen die al eerder een vreemde taal hebben geleerd, profiteren van de vaardigheden die ze hierin hebben opgedaan.

    Lees meer

    Kennistoetsen zijn vooralsnog de beste methode om de kenniscomponent van sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen te meten. Voor het meten van houdingen kan de leraar leerlingen een reeks stellingen voorleggen. Of, om meer inzicht in hun gedachteprocessen te krijgen, kan de leraar open vragen stellen. Voor het meten van vaardigheden heeft het de voorkeur om leerlingen in authentieke situaties te plaatsen, maar dat kan in de praktijk vaak niet. Vaardigheden worden daarom doorgaans indirect gemeten door leerlingen een zelfinschatting te laten maken.

    Lees meer

    Leerlingen woorden laten overschrijven kan effectief zijn om ze te leren spellen. Het is nog effectiever wanneer de leerkracht leerlingen een visueel dictee aanbiedt. Het woord wordt eerst getoond en verdwijnt daarna, zodat de leerling de eigen spelling kan vergelijken met de juiste spellingwijze. Hierbij is het – in tegenstelling tot een traditioneel, auditief dictee – niet nodig om eerst de woorden te horen.

    Lees meer

    Aanpakken die rekenprestaties van basisschoolleerlingen verbeteren zijn gericht op vakinhoudelijke en vakdidactische kennis, en op pedagogische vaardigheden van de leerkracht. Het is vooral belangrijk dat leerkrachten toewerken naar niveau 1S, en niet direct genoegen nemen met het lagere niveau 1F. Dit kunnen zij doen door hoge verwachtingen te hebben van de leerprestaties van leerlingen, te differentiëren in niveaugroepen en feedback te geven. Daarnaast helpen instructievormen en de inzet van hulpmiddelen.

    Lees meer