Er zijn verschillende sociale vaardigheidstrainingen voor individuele leerlingen die ook een positief effect hebben op de hele klas. Als kinderen bijvoorbeeld leren om beter samen te werken en positieve relaties aan te gaan met klasgenoten, kan dat zorgen voor minder sociale onrust.
Verschillende groepsindelingen hebben voor- en nadelen voor het sociaal-emotioneel welbevinden van leerlingen op de basisschool. Homogene groepen, met leerlingen van hetzelfde niveau, kunnen het zelfvertrouwen van zwakkere leerlingen aantasten. Maar ze kunnen ook zorgen voor sterke vriendschappen. Heterogene groepen, met leerlingen van dezelfde leeftijd, stimuleren sociale cohesie en diversiteit, maar sluiten soms minder goed aan op individuele leerbehoeften. En als de verschillen té groot zijn kan dat negatief uitpakken voor de onderlinge relaties. Met wisselende groepen kunnen leerkrachten het beste van beide werelden combineren.
Administratieve barrières wegnemen, de beschikbaarheid verbeteren, de ouderbijdrage substantieel verlagen en het vertrouwen vergroten, kunnen de deelname aan voorschoolse educatie bevorderen. Gezien de diversiteit aan redenen om niet deel te nemen, lijkt het effectief om verschillende maatregelen – gericht op de vraagkant en de aanbodkant – tegelijkertijd in te zetten.
Het effect van het schooladvies in groep 6 of 7 op het zelfbeeld, de inzet en leerprestaties van leerlingen in groep 7 en 8 is niet onderzocht. Het schooladvies kan wel gezien worden als uitdrukking van de verwachtingen die de leerkracht van de leerling heeft. En we weten dat basisschoolleerlingen meer steun ervaren van hun leerkrachten als deze hoge verwachtingen van hen hebben. Ook schatten deze leerlingen hun capaciteiten om te leren hoger in en behalen ze betere schoolresultaten dan leerlingen uit klassen van leerkrachten met lage verwachtingen.
Luisteren naar kinderen en hun ouders, en een professionele zorgstructuur op school dragen bij aan het succesvol terugplaatsen van leerlingen uit het speciaal onderwijs. Daarnaast is het belangrijk dat leerkrachten hoge verwachtingen hebben van al hun leerlingen en diversiteit waarderen. Voor leerlingen die na terugplaatsing ook jeugdhulp nodig hebben, is een goede samenwerking tussen school en jeugdhulporganisaties essentieel. Er is geen onderzoek gevonden over succesvolle afronding van een schoolloopbaan na terugplaatsing in het regulier onderwijs.
Leerlingen met een midden- of hogere sociaal-economische status en gesteund door hun ouders, lopen minder risico op uitval in het mbo. Realistische verwachtingen over de opleiding en toekomstige beroepen vergroten de kans op een goede studievoortgang. Aandacht voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding in het voortgezet onderwijs helpt leerlingen om weloverwogen studiekeuzes te maken. De inzet van registratiesystemen voor vroegsignalering kunnen mogelijk uitval voorkomen. Dat zijn factoren die bijdragen aan een succesvolle aansluiting vmbo-mbo en intrede in het mbo. Specifiek onderzoek naar de overstap van havo naar mbo ontbreekt.
Inclusief onderwijs heeft een positief effect op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Dit komt onder andere omdat zij kunnen leren van de schoolse kennis en vaardigheden van hun klasgenoten. Verder ligt de focus in het regulier onderwijs vaak meer op leerprestaties dan in het speciaal onderwijs. Ook voor de cognitieve ontwikkeling van leerlingen zonder extra ondersteuningsbehoeften heeft inclusief onderwijs positieve effecten. Dit komt onder meer doordat deze leerlingen profiteren van de hulp die leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften krijgen.
In het algemeen geldt dat extra lestijd die wordt besteed aan rekenen en taal in het basisonderwijs bijdraagt aan de verbetering van de leerprestaties voor die vakken. Dat geldt ook voor extra lestijd in de vorm van leertijduitbreiding, dus wanneer het niet ten koste gaat van andere vakken. Voor leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond lijkt er geen positief effect van extra lestijd op hun leesniveau.
Voor een succesvolle overgang van speciaal naar regulier onderwijs is motivatie van de leerling om terug te willen stromen een belangrijke factor. Verder is een geslaagde plaatsing afhankelijk van de ondersteuningsbehoeften en de leeftijd van de leerling. Ook ouderbetrokkenheid en een positieve, realistische houding van ouders spelen een rol. Daarnaast bevorderen een inclusieve schoolcultuur, een open en veilig klasklimaat, en een positieve houding van de leerkracht plaatsing van een leerling in het (speciaal) basisonderwijs.
Verschillende factoren dragen bij aan een voor leerlingen succesvolle overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Belangrijk is dat leerlingen zich thuis voelen op de middelbare school. Daarnaast gaat het om werken aan relaties tussen leerlingen en leraren en aandacht hebben voor relaties tussen leerlingen onderling. Maar ook een doorlopende pedagogisch-didactische lijn uitzetten en ouders bij het proces betrekken.